Wij
heren van de logistieke beroepsgroep, hierna te noemen de officieren,
aan boord van Harer Majesteits Ruys hadden zich ’s avonds in de haven van
Durban, na een verkwikkend diner, verveeld verzameld in de messroom om een
spelletje te bridgen.
Die moesten het doen zonder de
aanwezigheid van de”spark”.
Deze volgeling van de Italiaanse
Marquises Marconi beschikte in het algemeen over een zee van tijd,. speciaal
als we voor de wal lagen.
Toen bestonden er nog geen
welzijnswerkers in de walmaatschappij, maar aan boord werd deze activiteit door
de “spark” verricht.
Maar dit keer was deze meneer van de
punten en strepen divisie de wal opgegaan zonder zich te bekommeren om het welbevinden van zijn
andere scheepsbroeders
De huidige lezer dient tevens te
weten dat toentertijd aan boord van haar schepen voor de bemanning , door onze
zeer geliefde reder een celibatair regime werd gepredikt.
Handhaving van deze uiterst
hoogstaande scheepsethiek was in handen gelegd van de scheepsoppergod, de
gezagvoerder.
Deze celibaatsverplichting vertoonde
ook toen al veel gelijkenis met de bestaande problemen van de hedendaagse
religieuze genootschappen.
Het accent bij het ontwijken van de
onthoudingsceremonie op de handelsvaart werd gelegd op, indien mogelijk, meerderjarigen
van de andere sekse.
Dit in tegenstelling tot de
hedendaagse kloosterbroeders
Bovendien werd het niet gezien als
een bedrijfsongeval en was het niet verzekerd.
Dit kan vandaag de dag niet gezegd
worden van het modern religieuze geheelonthoudersgenootschap
De oplettende lezer zal stellen dat
dit een gebeurtenis is die de moeite van het vertellen niet waard is.
Toch wel, want als deze heren, van
de logistische loot, hun tijd wilden verdoen met ongewilde
celibaatsverplichting door te gaan bridgen is dit reeds een teken aan de wand.
Dit was een blijk dat zij zich, door
financiële schaarste noodgedwongen,
moesten vergooien aan een spelletje Klaverjas met 52 kaarten, terwijl het
opwindende walleven van Durban binnen bereik lag.
Deze opvarende van ASAS lijn
kampten, indien zij uit Oostelijke richting kwamen met enorme te korten.
Zij waren letterlijk en figuurlijk
geheel platzak.
Het was één troost voor hen, ook de
wijzen kwamen uit die richting en waren, zoals uit overleveringen blijkt,
berooid.
Bovendien, zoals reeds hierboven
gememoreerd, werd er door de reder verwacht dat de van veel goud voorziene
Schout-bij-nacht ter koopvaardij, de gezagvoerder, een oogje in het zeil zou
houden, zodat de door onze scheepsexploitant opgelegde celibaatsverplichting een
beetje zou worden nageleefd.
Mocht u denken dat het gedogen een
uitvinding is van de laatste decennia, dan heeft u het mis.
Reeds toen werd erop grote schaal
door het toezichthoudend scheepsgezag gedoogd, mits dat de betrokken
scheepsgezaghandhaver zelf niet door de omstandigheden gedwongen was als een
preutse priester de dag of nacht in ledigheid te slijten.
Tussen het halen van een groot slam
door, werden door de in de messroom zittende lagere scheepsofficieren, de
belemmerende factoren van het noodgedwongen celibaat ter berde gebracht.
Onze ook droogstaande
scheepsoppergod doolde rond met een fanatisme, vergelijkbaar met de hier in den
lande zo bekende fanatieke flitspaal flinkerds op een te snel gereden
kilometertje, om iedere eventuele onthoudingsovertreding van de vrome
varensgezellen te kunnen onthullen.
Terwijl het zoveelste groot slam met
vele down slagen werd gespeeld klonk er een “pssst” uit de BB gang, alwaar de
goudgegallonneerde technische heren hun veel te kleine huisjes bewoonden.
Daar stond onze welzijnswerker een
beetje zenuwachtig te gebaren en te smiespelen,”waar is die ouwe”.
Dat klonk ons inziens oneerbiedig.
Maar hij was niet in de stemming om hierover van gedachten te wisselen.
Uit het op mompel niveau gevoerde
overleg bleek dat hij een goede kennis had ontmoet, waarmede het
celibaatsbeginsel hoogstwaarschijnlijk geweld zou worden aangedaan.
Of wij daaraan wilde meewerken door
de andere gang in het oog te houden, terwijl hij zijn nieuwe kennis verovering
via een bekende sluiproute naar zijn huisje naast de messroom zou gaan
begeleiden.
Zeelieden staan bekend als
“broad-minded” er werd dus bevestigend geknikt naar onze zenuwachtige
etherpiraat.
Deze overhandigde in zijn zenuwen de
sleutel van zijn scheepswooneenheid en voegde daaraan toe “zet de deur maar
vast open”.
Er is nog nooit zo snel, zo grondig
en zonder enig vooroverleg een scheepskooi volgestapeld met alle niet
nagelvaste in scheepshutten aanwezige voorwerpen.
We hadden aan de speeltafel reeds
een bod van 4 schoppen, toen wij, tegen het inmiddels weer verschenen hoog rode
hoofd, genadig knikten.
Er wervelde een welgevormd
bovenaards wezen, een fraaie fee, razend snel door de messroom, gevolgd door
onze punten maniak die met een knallende hutdeur deze veroveringstocht afsloot.
Toen viel er een heel en heel diepe
stilte.
Dit gaf ons enkele seconden tijd om
te mijmeren dat het celibaat niet van toepassing kon zijn op hetgeen dat
zojuist voorbij was geflitst.
Deze zeer korte stilte werd gevolg
door een nog nooit in radiohutten gehoord geluidsinferno gelardeerd met heel en
heel veel enge ziektes speciaal bestemd voor kaartspelende logistieke
officieren
J.A.Valijn