Na gedane
arbeid was het altijd goed om van een pijpje bier te genieten in de hut van een
zich het lazerus schrooiende goudgegalloneerde machineslaaf.
Dat was
dan ook ongeveer het enige wat er aan ontspanning in de aanbieding stond aan
boord van Harer Majesteits Ruys
Deze
gouden koopvaardijregel, speciaal aan boord van dit vaarjammer, stond bijzonder hoog in het vaandel geschreven.
De
alcoholfondsen stonden, zoals gebruikelijk in de maritiemetak van het
logistieke wereld gebeuren, hoog genoteerd of juister aangegeven deze effecten
bevonden zich op een eenzame hoogte, de toen ook al aanwezige hoekmannen
beleefde goudentijden
Veelal
was er te weinig tijd op een schip, om
aan allerlei religieuze verplichtingen van zoveel verschillende confessies te
kunnen voldoen, daarom werd uit praktische overweging en op een bijna aan het fundamentalisme grenzende
geloofsijver alle verkrijgbare alcoholische
versnaperingen aan onze beschermheilige Bacchus geofferd.
Gedurende
deze vrome bijeenkomst, van de reeds in trance verkerende maritieme hogepriesters
in het uitpuilende huisje van een van de machinebedieners, stapte er halverwege
deze sessie een nieuwe collega binnen.
Hij
stelde zich keurig voor met de naam Henk, maar voegde daar direct aan toe, “
zeg maar Henkie”.
Het bleek
een zeer sociaal voelende aanstormende jonge zeeofficier te zijn, met een
glanzende carrière in het machinevak in het verre verschiet, want hij maakte
direct een zeer schrandere opmerking, dat hem nog niets was aangeboden om zich
ook aan het ritueel te kunnen consacreren.
Hierin
werd onmiddellijk voorzien door de reeds aanwezige Bacchianen.
Daarna
keek hij met een misprijzende blik de door onze reder ter beschikking gestelde
stalruimte rond, want als deze gelegenheid woonruimte genoemd zou worden, dan
was er ongetwijfeld, in die tijd reeds,
een conflict met de toenmalige huurcommissie geweest en bonje wilden wij, hoe
dan ook voorkomen.
“Waarom
is er geen muziek”?, werd er door onze
nieuwe technische aanwas gevraagd.
Dit
behoeft, voor lezers zonder maritieme achtergrond enige uitleg:
Muziek
kwam toentertijd, slechts in kraakvorm als mono, uit een kastje met lampen,
condensatoren en andere eenvoudige piefjes.
Deze
voorlopers van de stereotorens waren dikwijls afkomstig uit faillissementen van
onderbetaalde officieren, die in Japan door volkomen verkeerde en
onoordeelkundige, doch zeer prettige, beleggingen bankroet waren gegaan.
De
kwaliteit van de geproduceerde kraakgeluiden was min of meer afhankelijk van de
lengte koperdraad, die via een ingewikkelde weg vanuit de woonsteden door
patrijspoorten en andere openingen naar het dek was gespannen en daar aan
sloepdavits of andere uitstekende delen bevestigd, om van een super ontvangst
verzekerd te kunnen zijn.
Maar dat
tastte het fraaie voorkomen van onze koninklijke gelijnde schepen aan, althans
volgens onze onvolprezen gezagvoerder.
Daarom
mochten de noodzakelijk aangebrachte muziek touwtjes slechts in een strakke
streeplijn naar een gemeenschappelijke ring worden geleid.
Behalve
uiteraard voor zijn eigen antenne draadje.
In de
haven werd de voornoemde ring gestreken om de laad en los werkzaamheden niet te
hinderen.
Na onze
uitleg aan Henkie, over de reden van het ontbreken van gewijde muziek, begon
hij een brallend betoog over democratische rechten en andere, toen nog bij de
vloot onbekende flauwe kul, dat de kenmerken vertoonde van het opzwepen van de
onderbetaalde verworpenen van de varende vloot.
Om
eerlijk te zijn overtrof hij hier zelfs onze huidige minister president in zijn
beste jonge vakbondsjaren.
Vandaag
de dag denk ik nog steeds dat er aan hem een heel goede premier verloren is
gegaan.
Het kwam
er kort gezegd hierop neer dat we het niet moesten pikken. Wij hadden recht op
ongestoorde ontvangst.
Het
kenmerk van deelnemers aan Bacchanale rituelen is, dat als zij eenmaal in
trance zijn hun geestelijke slagvaardigheid en scherpte tot uitzonderlijke
hoogten kan stijgen. Vandaar de uitdrukking de hoogte hebben.
Henkie
werd ter plekke benoemd als belangen behartiger in dit muziek geschil, onze
“delegate” , een door de reder zeer
gevreesde en gehate figuur,.
Hij ging
bijzonder voortvarend te werk en stormde onmiddellijk de trap op naar het bovendek, alwaar het hoogste
scheepsgezag zetelde.
Kom daar
nu nog maar eens om een afgevaardigde die zich om zijn kiezers bekommert.
Een
enkele nieuwsgierige reeds licht aangeschoten deelnemer van het offerfeest
volgde op veilige afstand, om toch maar niets van het betoog van onze
nieuwbakken zeer welbespraakte scheepsafgevaardigde te hoeven missen.
Onze
scheepsautoriteit leek compleet overdonderd en wilde zowaar luisteren naar
hetgeen onze “delegate” te melden had.
Het
betoog dat hij ter plekke hield was zo warm, zo overtuigend en zo niets
zeggend, dat wij geheel onder de indruk begrepen dat ons blijkbaar groot
onrecht was aangedaan.
Zelfs
onze goudgegalloneerde scheepsmachthebber was zeer onder de indruk.
Zo zeer
zelfs, dat hij zich uit zijn scheepstroon verrees, achter zijn altijd aanwezige
genever fles vandaan kwam en zei “ik loop even met je mee”.
Bij de
hut van Henkie aangekomen vroeg hij laat de muziek van de radio dan maar eens
horen.
Dat was
moeilijk, want Henkie zijn radio was in Japan bij een publieke
faillissementsverkoping in andere handen overgegaan.
J.A.Valijn