JASJE

 

 

Tegen het eind van het jaar kwam er, op de vloot, altijd een nieuwe lichting afgestudeerde scheepsofficieren uit ons verre thuisland.

Zo ook aan boord van harer majesteit Ruys.

Dat was altijd weer een spannende tijd.

U moet weten dat deze prille goudgegalonneerde verschijnin­gen dan ook weer een nieuwe plaats in de scheeps­pikorde innamen.

Deze jonge vaar­idea­listen werden dan door de oude vaar rotten even weg wijs gemaakt in alle gevaren die hen te wachten stond.

In Singapore stapte een heel mager en van hoog rood haar voorzien nieuw bemanningslid aan boord.

Hij stelde zich voor met," mijn naam is Piet Grijs en ik eet alleen maar brood".

Nu zijn alle zeelieden “broadminded”, zoals bekend.

Maar later zou blijken dat dit een veel diepere betekenis zou hebben.

Ook voor plaatsing, van dit epistel in de Poseidon, zou deze levenshouding minder belemmeringen opwerpen.

U weet toch dat onze redactrice problemen heeft met het publiceren van drankverhalen in de onvolprezen Poseidon.

Deze moeilijkheid heeft zich eerst voorgedaan nadat ons Mari­tiem Instituut de Ruyter een onderdeel is geworden van een aantal andere branche vreemde opleidingen, waaronder een hogere cursus voor gevorder­de vroed­vrouwen. Vandaar.

Deze nieuwe jongeling, zo vers van school, leverde er ook zijn toegepaste formule bij, zodat U alles zelf uit kunt rekenen.

De formule luidde 1 bier = 2 sneden brood.

Inderdaad hij was een enorme brood eter, dat ging bijna dag en nacht door.

Alleen eten is zoals U weet niet erg gezellig en daarom had hij een vaste disgenoot, die de naam Blauwe Bennie droeg. Waarom?

Dit onafscheidelijke koppel zorgde voor veel jolijt aan boord.

En al hadden ze nog zo veel gedineerd, s'morgens klokslag 8 uur was het spul present.

Hun slagzin was,"s'avonds een vent s'morgens een vent". Kom daar nu nog eens om.

Een consultatie bureau voor broodeters bestond toen nog niet, bovendien was er ook nog geen praatgroep van anonieme brood­eters. Ja dat waren barre tijden daar in het Oosten.

In de hutten werd vaak en langdurig en eigenlijk uitsluitend over W.W. gesproken.

In die tijd had deze afkorting nog een zinvolle betekenis en werd het niet gezien als een goed gevulde staatsruif waaruit eindeloos geconsumeerd kon worden.

Maar betekende het simpel en gewoon "W"erk en "W"ijven en ik verzeker U dat was een onuitputtelijke gespreksbron.

In het kort kon je stellen dat onze nieuwe technische assis­tent een ongeremde persoonlijkheid was.

 

Daarom waren zijn collega's ook erg verbaasd, dat bij ontvangst van een afmel­ding van zijn verloofde uit Nederland, hij schreeuwde, "nu zijn alle remmen los".In Japan ging onze rood behaarde Officier voor een uitgebreide ontspanningstrip de wal op. Waarschijnlijk is hij na een vorstelijke broodmaaltijd tegen een Japanse schone aangelopen, die het onverantwoord vond dat hij zo vol brood naar boord terug zou gaan.

De volgende morgen om 8 uur ontbrak hij bij begin van de sleutel activiteiten in de machineka­mer.

Dit verwonderde ons zeer en we werden dan ook onmiddellijk erg ongerust.

Halverwege de ochtend kwam een verlossend telefoontje.

Het bleek dat zijn schamele kleding, gedurende zijn nachte­lijk verblijf in de intensi­ve care, van hem was gestolen en of zijn vertrouwe­ling Blauwe Bennie maar met een nieuwe uitrusting naar het hotel wilde komen.

Aan boord werd direct een crisis team gevormd, want zo zijn de maats. Een collega in nood krijgt alle steun.

Door de team leden werd de grootst mogelijke handkoffer gezocht, verder een veel te grote korte broek, een zeer veel kleurig hemd, een paar sokjes van verschillende kleur en sanda­len.

Met deze liefdevol bijeen gebrachte outfit toog zijn vriendje naar het opgegeven adres, onder grote hilariteit van de andere officieren, om onze kaalgeplukt slachtoffer van noodkleding te voorzien.

Het was erg leuk om een uur later deze bonte verschijning de “gangway” op te zien komen.

Bij de politie was aangifte gedaan van deze lafhartige bero­ving.

En de Japanse politie loste, in tegen stelling tot onze eigen Hermandad, dit soort grote misdrijven nog op.

Enkele dagen later op zee kwam de "Sparks" met een zeer grote grijns de messroom binnen en vroeg aan onze aller Piet Grijs,­"mag ik dit zojuist ontvangen bericht hier voorlezen"?

Het luidde "De broek is terecht en het jasje zijn we op het spoor".

 

J.A.Valijn