De laatste tijd is het mode dat er
in de onvolprezen Poseidon oude herinneringen, van nu inmiddels bejaarde
zeelieden, worden verhaald.
De "sweet memories" komen,
als bewijs van de stijgende leeftijd, weer naar boven.
Nu behoren de jonge zeevarende goden
van toen tot de, door de aanstromende jeugdige afgestudeerde socio's, tot
doelgroep verheven, grauwe grijze generatie van nu.
Deze doelgroep, van rond de vijftig,
wordt door de gesubsidieerde praat-regel-zorg- en zeurgroepen, tot oud en
nagenoeg seniel verklaard.
Het enige wat nog door deze jeugdige
regelaars verlangd wordt, is dat de grijze generatie de huidige jongeren
veelbelovende carrièrezoekers met meer lastig voor de voeten loopt.
Daarvoor hebben zij het volgende
bedacht:
Donder ze voortijdig, met een
verleidelijk uitkerinkje in het vooruitzicht, en slechts geselecteerd op
leeftijd uit hun werk.
Het openbaar vervoer is voor de
grijzen slechts toegankelijk in de daluren, weliswaar tegen een gereduceerd
tarief bij het tonen van een seniorenkaart.
Men kan zich tegen absolute
bodemprijzen laten rond hobbelen in van AC voorziene touringcars, met een in de
ziektewet bijklussende door werkdruk bezweken ambtenaar als reisleider, langs
de Maria beeldjes in Andalusie of de Apenijnen, als de grijsaards maar zolang
mogelijk buiten onze grenzen willen blijven om voor al hier niet in de weg te
lopen.
Voor de “low-budget” ouderen is er
dan, als speciale aanbieding, een busdagtocht voor f 39,95 met tot slot een
kopje koffie naar keuze, waarvan men met een theemuts of elektrische deken
thuiskomt, als je niet op je qui-vive bent.
In de jaren '50 was Nederland nog
een scheepvaartnatie van betekenis en werd de vloot toen met succes draaiende
gehouden door de "Zilveren" generatie van nu.
Een zeer bekende vaarclub was de
KJCPL met enige, in die tijd zeer beroemde schepen. De Harer Majesteit Ruys, Boissevain en
Tegelberg.
Deze schepen waren geheel betaald
uit de opbrengsten van de winst gemaakt op koloniaal geteelde tabak. Toen was roken nog gezond en had het
Deli-blad een wereldfaam.
Na we eerst nu weten stond er achter
iedere.klinknagel een vroegtijdig overleden longkanker patiënt en in die
schepen zaten nog heel erg veel klinknagels.
Tegen het eind van het jaar kwam er,
op de vloot, altijd een nieuwe lichting afgestudeerde scheepsofficieren uit ons
verre thuisland. Zo ook aan boord van
Harer Majesteit Ruys.
Dat was altijd weer een spannende
tijd. U moet weten dat deze prille
goudgegalonneerde verschijningen dan ook weer een nieuwe plaats in de
scheepspikorde innamen.
Deze jonge vaaridealisten werden dan
door de oude vaarrotten even wegwijs gemaakt in alle gevaren die hen te wachten
stonden.
Een van de nieuwe aan boord tredende
logistieke ambtenaren was Hendrik, niet dat hij zo braaf was maar het was
gewoon zijn naam.
Het verantwoordelijkheidsbesef van
de oude ervaren scheepsgarde was als het ware met de paplepel in gegeven, maar
daar er aan boord over het algemeen gesproken weinig echte papliefhebbers waren
werd daarvoor in de plaats als goede vervanger bier gebruikt.
In een van de scheepshuisjes werd
Hendrik door de oude vaarrotten uitgebreid geïnformeerd over allerlei
scheepsprocedures en rituelen die eventueel voor hem van belang zouden kunnen
zijn.
Het door leed gelouterde gepokt en
gemazelde oudere scheepscorps wist uit ervaring dat een van de meest
traumatische belevingen voor nieuwkomers de maaltijd in de messroom was.
De meest exotische namen op de
menukaart wekten volkomen onterecht de indruk dat het een weergaloos gastronomisch
festijn betrof.
De nieuwkomers werden dan ook om
mogelijke zielsschade en teleurstelling te voorkomen uitgebreid voorgelicht
over de daadwerkelijke kwaliteit van het gebodene.
Vooral de misvatting, die bij vele
aanstormende jonge technische scheepsofficieren, leefde dat de aardappel de
basis van een bloemig product vormde, moest toegelicht worden.
Aan boord van een schip vormt de
aardappel door zijn hoge graad van glazigheid het halffabrikaat voor de venster
en raamindustrie.
Talentvolle glazeniers gebruiken dit
materiaal maar al te graag om hun kunstuitingen gesubsidieerd tegen lage kosten
vast te leggen
Verder werd zoals gebruikelijk de
nieuwe nog onbereisde naïevelingen op het walgevaar in Japan gewezen, speciaal
de Japanse dames kregen uitgebreid de aandacht bij de voorlichting van onze
jonge vakbroeders.
Het is zinloos om hier in verdere
details te treden.
Omdat de censuur hiervoor, met een
aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, geen ruimte biedt.
Hendrik was een fantastisch fijne
collega in alle opzichten, hij was altijd gezellig, nooit chagrijnig en zijn
grootste verdienste: hij was bijzonder naïef, ten minste die schijn heeft hij
gedurende zijn varen altijd weten op te houden.
De Ruys zou deze reis tevens een dokbeurt
in Yokohama ondergaan.
Dat betekende voor alle
goudgegalonneerde vervoersambtenaren met de laagste salarisschalen weer
ongekend hard schrooien.
Op weg naar Yokohama werd het
laatste restje lading in Kobe gelost.
Hendrik maakte gelijk van de gelegenheid
gebruik om de door zijn senior collega's gegeven adviezen aan de praktijk te
toetsen.
De volgende ochtend in het
scheepsschaftlokaal zat Hendrik al erg vroeg aan de dis en hij staarde
gelukzalig, voor ons onbegrijpelijk met een Engels ontbijt van kippered
herring, voor zich uit.
"Zo Hendrik", spraken zijn
technische mentoren bij het binnentreden van de schaftruimte, "nogal veel
plekken in je nek zeker last van muggen gehad?" Volgens Hendrik was het
lijden geweest met al die muggen.
Bij de dokbeurt had iedere
technische scheepsingenieur een bepaald takenpakket toebedacht gekregen van het
technische scheepsmanagement.
Hendrik had als opdracht om de
buitenboordafsluiters samen met het dokpersoneel te overhalen.
Het verdient enige toelichting:
buiten de normale buitenboordkleppen zijn er ook de z.g. balafsluiters voor de
afvoer van de toiletten.
Dat is een soort terugslagklep
voorzien van een rubber bal, zodra er een golfzeetje naar binnen dreigt te
slaan sloot de rubber bal de afvoer af en bleven de billetjes droog.
Doch techniek is niet geheel
onfeilbaar, zelfs niet op Harer Majesteit Ruys, zodat enkele van deze
balafsluiters defect waren en dientengevolge in dok gerepareerd dienden te
worden.
Een van deze afsluiters behoorde tot
het toilet van onze Chinese bemanning.
Deze latrine was reeds enkele weken buiten gebruik gesteld, nadat onze
Chinese medewerkers hadden begrepen dat een meter stront boven de bril meer dan
voldoende was om tot een verantwoorde sluiting te beslissen.
S’ Morgens direct na het droogvallen
werd als eerste met het buitenboord werk begonnen, een dokwerker verscheen met
ladder in de machinekamer en begon op de ladder staande omzichtig en treiterend
langzaam aan de aangewezen klep te werken.
Hendrik had nog weinig ervaring met
het hem opgedragen takenpakket, maar hij had wel een gloeiende hekel aan
lanterfanten.
Na het geklungel van de Japanse
vakkracht enige tijd gadegeslagen te hebben werd hij toch echt ongeduldig,
"you lazy bucker you come down below, me fix," sprak hij bijzonder
vriendelijk doch opgewonden tegen zijn Aziatische medewerker.
Wij als wat wijzere oudere in rang
gevorderde technische machinebedieners fronsten onze wenkbrauwen en deinsden
terug voor zoveel blijkbaar niet te stoppen werklust van onze jongste
machineloot.
Eenmaal boven aan de ladder beland,
begon Hendrik driftig te sleutelen en een van de hoofd en beginregels van het
sleutelen, nooit de moeren geheel los draaien, volledig negerend.
Ja, de Vlissingse opleiding van
ingenieurs was niet meer wat hij geweest was.
Het klepdeksel bleef en zat muurvast op de afsluiter, voor Hendrik
genoeg om razend te worden, want dat was geen opschieten in zijn optiek. "You bucker bring me a hammer"
sprak hij teder en voorkomend tot zijn Japanse sleutelfunctionaris.
Na het aanreiken van het
slagwerktuig begon Hendrik hiermede doldriftig zijn frustraties weg te rammen
en ja hoor het lukte wonder boven wonder, een meter of 10 goed belegen
Mongolenstront stroomde van kop tot teen over een zich met de moed der wanhoop
aan de ladder vastklampende Hendrik, het wat oudere technische publiek in een
oneindig hoge onovertrefbare opgetogenheid vol vervoering genietend en
smakelijk smullend van gelukzaligheid over zoveel niet te overtreffen
leedvermaak.
J. A. Valijn