MART

 

 

Mart was een 3de SWTK en daarnaast een pur sang Amsterdammer van het zuiverste water.

Hij was zoals alle Amsterdammers behept met een zeer zelfingenomen algemeen erkend en gewaardeerd superioriteitsgevoel van de betere bourgeoisie burger van de beste stad.

Hij zou zich heden ten dage zo kunnen meten met de prettig, plezierige verwaande aanmatigende Amerikaanse arrogantie van onze wereld beschermheer, Mr Bush.

Ik trof het dat mijn ledikantje in de 4de stad van ons kikkerlandje had gestaan.

Daarom verwaardigde hij zich om mij als geïntrigeerde begeleiding van  zijn walbezoek te escorteren naar het bruisende nachtleven van Manilla.

Het is altijd fijn dat deze grootsteedse lieden zo gewoon onopvallend alledaags kunnen blijven.

Ik moest er niet aan denken wat er zou zijn gebeurd als mijn wiegje in Friesland had gestaan of nog erger in Limburg, het huidige Limbabwe.               

Ja het is een hele eer om als wat oudere 5de SWTK, zomaar met een stok oude 3de SWTK en nog wel een Amsterdammer, eenvoudigweg mee de wal op te mogen gaan om dan door een ervaren grootsteedse globetrotter, een echte asfalt tijger, wegwijs gemaakt te worden in het dynamische uitgaansleven van Manilla.

Ik was heel en heel diep geroerd dat ik tot de absolute uitverkorene, nog beter de gezalfde(Samuel 1,2), behoorde die met een gepokte en gemazelde grootsteden kenner mee mocht.

Een Hollandse hoofdstedeling met een op eenzame hoogte staande kennis van het leven in een rood overbelichte grauwe grachten gemeente.

Wij zouden tezamen naar een bioscoop gaan om aldaar een min of meer bekende film te gaan bekijken

Daarna zou ik in de aldaar gevestigde horeca branche, die hij in alfabetische volgorde uit het hoofd kende, ingevoerd gaan worden,

Deze gelegenheden kenmerkten zich door het verstrekken van alcoholische dranken met een bonus systeem:

5 versnaperingen:   één rood-wit gekleurde wandelstok

10 versnaperingen: één blinde geleide hond

 

Dit was nog even toekomst planning.

Bij het verlaten van de gang-way werd ik nog kort gebrieft:

“We lopen de kade af en bij de gate moet je de taxi aan mij overlaten”.

Dit was eigenlijk een overbodige opmerking, natuurlijk laat je zoiets vanzelfsprekend aan een grootsteedse wereldkenner over.

Zoals gebruikelijk in het nakoloniale tijdperk, liep de lagere in rang ongeveer 1 meter achter de “toean besar, zodat de aandacht volledig ïn zijn volle glorie op deze meester werd gevestigd.

Nu is het de lezer ook duidelijk, waarom werktuigkundigen soms als meester worden aangeduid.

In deze mars volgorde naderden wij de “gate”.

Toen klonk er een heel hoge scherpe fluittoon.

Ik wilde mij direct naar de fluitist spoeden. Waarom  zult u misschien vragen?

 

Nu deze lugubere, waarschijnlijk legerheren, stonden aan de andere zijde van de weg.

Nu zult u vermoedelijk opmerken dat luguber en legerheer synoniem is.

Ik kan dit slechts bevestigen, zeker daar.

Want zij hadden een peuk sigaret in de mondhoek hangen daarmee hun intellectuele distinctie accentuerend, daarnaast waren zij gekleed in een camouflage uitrusting.

Een hand diep in de zak gepakt alsof ze op het punt stonden om te gaan emigreren

Kennelijk waren dit geen personen die  bij de echte oude adel behoorden

Bovendien hadden ze een mechaniek in handen, waarmee naar ik vermoedde kogels afgevuurd zouden kunnen worden.

Het was ook onbekend of deze figuren op de hoogte waren van de conventie van Genève of iets van rechten van de mens in hun onwaarschijnlijke scholingsprogramma was opgenomen.

Ook zag ik dat hun groezelige vingertjes, van de vrije hand, achteloos door een ovaalringetje onder hun schietwerktuig stak.

Deze hierboven in een fractie van een seconde, door mij, geanalyseerde situatie ging blijkbaar, naar ik dacht aan Mart voorbij.

Maar nee, hij siste mij toe: doorlopen”flieuten is voor honden”.

Ik nog steeds onder de indruk van zijn grote geestelijke en morele meerderheid liep door, maar ging wel iets dichter bij hem lopen.

Dit voor slechts enkele tientallen meters, want daar sprongen 2 identieke gestaltes nagenoeg compleet kopieën vanachter een gebouwtje vandaan.

Een van deze eerder omschreven ongure krijgslieden was denk ik nieuwsgierig of ik tegen kietelen bestand was.

Want hij prikte met zijn schietgereedschap op maag hoogte in mijn buik, althans als ik medisch gezien de zaak van buik en maag goed weergeef.

Ik werd heel erg zenuwachtig, omdat ik op mijn netvlies opeens van die enge 007 films zag verschijnen.

Bovendien had hij zijn groezelige vingertjes nog steeds achteloos door een ellipsvormig dingetje onder het schietmechaniekje, zodat hij dit in werking zou kunnen doen stellen.

Maar Mart sprak in zijn beste Oxford uitspraak, weliswaar grammaticaal niet geheel juist.

“flieute is for dogs”.

Tevens greep hij de loop van het schietapparaat, waarmede de militaire engerd mij nog steeds met het prikken in buik, op maag hoogte, aan het lachen trachtte te krijgen

Mart bracht de in zijn vuist geklemde loop naar zijn rechter oog en begon de daarin aanwezige trekken en velden aandachtig te bestuderen.

Nadat hij grondig kennis had genomen van hetgeen hij daarbinnen waarnam sprak hij belerend tot de slonzige soldaat; “you better clean your gun”.

Daarmee was voor Mart de kous af, maar voor mij bewees hij hiermede zijn superioriteit in deze situatie.

Ik  leefde, tot dat moment in de veronderstelling, dat een van de voorwaarden voor het beoefenen van het militaire metier was, dat het individu gespeend moet zijn van ieder gevoel voor humor

Maar de militaire Manilla mannen vonden het echt geinig en daar bleef het bij.

 

Ook op het gebied van onderhandelen over het huren van een taxi, was niemand instaat om dit beter te doen. Mart was op dat gebied ook een autoriteit te noemen

De kleine zelfstandige vervoersmanager leek van oorsprong tot het Mongoolse ras te behoren.

Hier toont m.i. Mart even een zwakte in zijn onderhandelingspositie, hij vroeg als Hollander, bekend als de Chinezen van Europa, “you likie makie money bring me to movie”?.

Uiteraard werd hier met grote gretigheid bevestigend op gereageerd. you my special friend you pay very little”.

Mart zei; “OK do you have machine inside car”?

De vervoersmongool knikte lachend.

Mart: “me likie to see motor machine”.

Mongool “what for”?

Mart : “machine no clean me no pay”.

Dus de motorkap werd geopend en de voorstuwingsinstallatie grondig, door Mart als een gediplomeerd werktuigkundige betaamt, geïnspecteerd.

Mart maakte nog wat opmerkingen, dat een volgende keer een aantal zaken in het machinecompartiment dienden te worden verbeterd.

Maar goed, tot zover kon het zijn goedkeuring wegdragen.

Wij togen op weg, Mart naast de chauffeur, na enkele honderden meters gaf Mart, midden in een druk gedeelte, een ruk aan het stuur.

Ik zag enkele Betjabestuurders van kleur verschieten en daarbij tevens het wit van hun uitpuilende ogen aan ons tonend

Mart zei onze taximongool, nadat deze uit een schrik coma ontwaakte, dat hij tevreden was met het functioneren van zijn stuurinrichting.

De bestuurder van het huurvoertuig begon zich schichtig te gedragen en was waarschijnlijk in gedachten bezig om het adres van de dichtstbijzijnde inrichting voor zwakzinnigen te vinden.

Dat was moeilijk want routeplanners bestonden toen nog niet.

Nadat de hartslag, van onze chauffeur, tot redelijke normen was teruggelopen, vroeg Mart: “your car has brakes”?

Nog voordat deze een antwoord kon geven, trok Mart de handrem aan van ons voertuig.

De remvertraging die dit opleverde was mi. niet binnen de Europese normen.

Maar Mart bevestigde dat hij ook grootmoedig kon zijn en hij maakte een nobel gebaar dat de rit lang genoeg had geduurd.

Ik heb in mijn leven nog nooit een wagenbestuurder zo snel en opgelucht zien stoppen als deze Manilla man.

Het bleek ook vlakbij de bioscoop te zijn.

Een filmstal zou de werkelijkheid dichter benaderen.

Maar goed als je na veel ontberingen toch overleeft moet je daarover niet zeuren.

Na het betalen van wat munten werd ons een rij aangewezen waar wij een beetje uitzicht op een overwegend witgeschilderde muur hadden.

 

 Ik nam zomaar plaats op een houten plank en naast mij bleek een beetje ruimte over.

Mart begon met een verhandeling over het plaatsnemen.

Volgens zijn visie zou daar een beeld schone maagd kunnen plaatsnemen (ofschoon dit ook in deze landen zeer onwaarschijnlijk is). Die zou het zeer opprijsstellen als dat naast zijn persoon zou kunnen zijn

Hij ging verder met een beschrijving van zijn prachtig atletische sportfiguur, vergelijkbaar met het lichaam van een jonge god, gevuld met een overdoses testeron.

Bovendien hadden we weer vele zeedagen achter rug.

Ofschoon ik er van overtuigd was dat ik tot in details aan dezelfde norm stelling voldeed, bood ik hem mijn plaats aan. Hij had me een uur daarvoor tenslotte behoed voor een maag perforatie.

Evenlater komt er een rimpelige oude dame, zeker 40 jaar, gekleed in sarong, hoofddoek, zeg maar compleet “local fashion” en neemt plaats naast Mart

Hij fluitster luidkeels naar mij “Jezus wat een oud lijk”

De betreffende reeds gezetelde dame staat op en zegt in perfect accentloos Nederlands: “u bent geen heer”

Mart was zijn grootsteedse zwier en autoriteit volkomen kwijt, hij stond daar met zijn mond vol tanden en wij dropen beschaamd af.

Eerst later kwam ik erachter dat Mart daar had gestaan met een mond vol valse tanden

 

J.A.Valijn