NOORDKAAP

 

 

Een jaar geleden werd me door een zeilvriend,  onder een borrel, de vraag gesteld, "Heb je zin om mee rond de Noordkaap te zeilen".

Je zegt dan ja en denkt, dat zal zo'n vaart wel niet lopen.

Maar het liep dus wel zo'n vaart.

De reis zou al met al ten minste drie maanden duren. Nu kan ik thuis veel gebogen krijgen maar dit eiste toch iets meer diplomatie.

Het onderwerp dus heel voorzichtig gebracht, zo van; dat het wel twee weekjes zou kunnen duren met de uitloop naar een beetje langer.

Vier weken mocht ik als opstapper mee.

Kort voor de reis me eerst wat meer in het doel van  het gehele gebeuren verdiept.

Het bleek daar in het hoge noorden om enkele herdenkin­gen te gaan, waarin onze Hollan­dse voorvaderen, met de door hun geleverde prestaties, een belangrijke rol zouden spelen. Wist U het?

Nu ik in ieder geval niet, terwijl ik toch de pretentie denkt te hebben dat ik meer van de Nederlandse maritieme geschie­denis weet, dan de doorsnee burger.

Om mijn algemene ontwikkeling, en ook die van U, op een wat hoger peil te brengen, heb ik het een en ander voor U opge­zocht in de maritieme bijbels van, de onvolprezen specialist op dit gebied, de heer Mollema.   

In 1594, 1595 en 1596 is er vanuit Holland een aantal expedi­ties ondernomen om de Noord Oost doorvaart naar China te zoeken.

Aan al deze ondernemingen heeft Willem Barents deelge­no­men en erg veel en belangrijk karteringswerk verricht.

Hij heeft nagenoeg de gehele omgeving van de Barents Zee in kaart gebracht.

 

Hiervoor werd nu in Batsfjord een gedenksteen ge­plaatst.

Bij de onthulling hiervan  waren wij als Hollandse bemannings­leden van de jachtvloot uitgenodigd.

In verschillende noordelijke haven­plaat­sen werden ons bustochten, koudbuffets en andere vriende­lijk­heden in het vooruitzicht gesteld.

 

Wij Nederlanders kennen Willem Barents alleen als een van de eerste toeristen die met zijn jacht de wintervakantie op Nova Zembla heeft doorge­bracht.

Bij de eerste twee expedities waren ook de Zeeuwen betrokken, met schepen uitgereed door Balthasar de Moucheron, een toenma­lige zeer bekende en grote reder uit Veere.

De broer van Balthasar, Melchior de Moucheron, heeft in die tijd aan de Witte Zee een handelspost op de plaats van het huidige Archan­gel gesticht.

Deze nederzetting is halverwege de 17de eeuw door brand ver­woest.

De woningen en pakhuizen zijn toen weer met Hollandse kennis en naar voorbeeld van onze steden herbouwd, compleet met trap en klok geveltjes.

Tsaar Peter de Grote was, tijdens een van zijn bezoeken aan Archan­gel, zo onder de indruk van de door Hollan­ders geleverde kennis en prestaties dat hij daar op het idee kwam om naar Holland te gaan.

Het Zaandam verhaal is iedere autochtone Nederlander wel bekend.

 

Aldaar heeft hij zijn kennis opgedaan voor het bouwen en runnen van een vloot.

Ook dit feit werd nu door de Russen her­dacht.

Best leuk om dan te weten dat onze Zeeuwse voorvaderen daar­voor eigenlijk de basis hebben gelegd.

Ja, toen woonden er nog echte ondernemers binnen de veste in Veere.

Goed al deze hierboven genoemde zaken speelden een rol bij het uitnodigen van Nederlandse schepen voor deze zeiltocht.

 

Onze schipper vond het wel belangrijk dat de reis niet al te luxe zou worden en dat wij een beetje spartaans van de oude pioniers­geest zou­den proeven.

Zodoende moest het een beetje ingewikkeld gemaakt worden.

Om de gewenste moei­lijk­heids­graad te bereiken benoem je de s.w.t­.k. tot navigator.

Als gelukkige bijkomstigheid blijkt  hij tevens kleurenblind te zijn.

Verder neem je enkele zee­kaarten op in het bestand met de grove schaal van een overzei­ler, zodat de moeilijke trajecten niet zo erg duidelijk gelezen kunnen worden. 

Dus aan de eis om nagenoeg met een volledig gebrek aan nauti­sche kennis rond de Noordkaap te zeilen was ruim­schoots voldaan.                                

 

Het varen door de fjorden is een belevenis.

De overal aanwezige bergen toornden als enorme koude ongenaak­bare rotsmassieven honderden meters loodrecht uit het water omhoog.

Hoe meer Noord we maakten te meer eeuwige sneeuw op de hellin­gen aanwezig, terwijl de bomen en andere begroeiing steeds minder werd.       

Tussen de overal bestaande grillige eilandjes was veelal een vaar­weg te vinden.

Niet geremd door enige nautische kennis zette ik hiertussen de fraaiste koerslijnen uit.

In de directe omgeving van de alom aanwezige bergen was de wind onvoor­spel­baar, in korte tijd veranderde deze van rich­ting en vaak zeer sterk in kracht toenemend.

Enkele malen zelfs in een paar minuten van kracht 3 á 4 naar 10 beaufort.

Dan bleef er nauwelijks of geen tijd over om te reven.

Het klimaat was in de fjorden tussen de besneeuwde hellingen altijd koud en vochtig.

De gehele maand juli heb ik onder mijn met kunstbont gevoerd zeiljack een Jansen en Tilanus outfit gedragen, dus compleet met een lange sexy onderbroek.

Als schoeisel droeg ik echte met bont gevoerde Russisch laarzen, terwijl hier in Nederland de mussen door warmte bevan­gen van het dak zanikten.

Zeilen is en blijft de kostbaarste manier om veel ongemak en ellende te beleven.

Om deze vaarmisère zo snel mogelijk te vergeten stortten wij ons als bemanning, net als vroeger na aankomst in een haven,  in het Noorse nachtleven.

Alleen met dit verschil dat het hier in de maand juli maar geen nacht wilde worden.

Ofschoon toch wel het een en ander gewend op het gebied van het nuttigen van vloeibare versnaperingen, moesten wij wennen aan de Noorse drank­cultuur.

 

Die bestond voornamelijk uit een oneindig hoge prijs en veel moeilijke regels.

Om er enkele te noemen:

Niet voor 6 uur, niet op zondag, krankzinnig duur en alleen in speciale daarvoor bestemde ruimtes.

In die lokalen waren dan allerlei denkbeeldige lijnen aange­bracht waar je dan  niet met een gevuld glas over mocht stap­pen.

U kunt zich voorstellen dat er nauwelijks enige bewegingsvrijheid overbleef.

Deze door de overheid opgelegde beperkin­gen, om van een gezel­lig glas te genieten, was voor de autoch­tone bewoners waar­schijnlijk de reden dat zij zich in een onvoor­stelbaar hoog tempo letterlijk geheel vol lieten lopen.

Je kunt rustig stellen dat de Noren met de beheersing van deze tak van de drankcultuur op eenzame hoogte staan.

Ofschoon ik mezelf toch tot de verder gevorderden reken, in deze bezigheid, moest ik met tegenzin toegeven dat ik op dit gebied gedoemd ben om in hun schaduw verder te leven.

Op vrijdag en zaterdag was er, ondanks de 24 uur dag­licht,  nagenoeg geen Noor te vinden met meer zicht dan een halve meter.

In iedere door ons bezochte gelegenheid was dit een dankbaar gespreksonderwerp met de altijd aanwezige Noorse bezoekers.

Als volgend thema stelden wij altijd de vraag, "Why do you kill the whales".

Het bleek ­dat de nieuws voorziening voor de Noren erg selec­tief en bevoogdend is.

De door Greenpeace gevoerde acties waren niet of nauwelijks bekend.

Op het T.V. journaal werd er amper of geen aandacht aan be­steed.

De Noren zijn zeer geduldige en vriende­lijke mensen en bereid om een verklaring over de walvisslacht te geven.

De hoofdre­den die werd aangevoerd was, dat het een traditie door de eeuwen is geweest.

Op mijn argument, dat wij hier in Holland in het verleden als folklore heksen en ketters ver­brandden en ook, waarschijnlijk tot spijt van velen,  met deze traditie gestopt zijn, bleven zij het antwoord schuldig.

Ofschoon men de grootste bewondering voor dit krachtige argu­ment had.

 

Vanuit Honigvad bestond de mogelijkheid om met een bus een bezoek aan de Noordkaap te brengen.

Het was een tocht langs ravijnen en diepe dalen, van ongeveer 40 kilometer, door een ongenaak­baar landschap voornamelijk bestaand uit kale rotsen en overal verspreide zwerfstenen.

Op schaduw plaatsen en in rotsspleten was midden juli nog volop sneeuw aanwezig.

Hier en daar in de steen woestenij stond een verloren wilgen­struikje, waarvan enkele overmoedige een, bij voorbaat verlo­ren, poging waagden om boompje te worden.

Dan op de eigenlijke Noordkaap aangekomen, ontsluit zich een volkomen andere wereld.

Een geüniformeerde heer compleet met pet, kaartjes, geld en wisselbui­del dient zich aan. 100 Noorsekro­nen de man en je bezit een toegangsbewijs.

 

Automati­sche deuren openen zich, alsof je een super markt binnen gaat, om dan via een trap een uitgehouwen ondergrondse ruimte te betreden.

Daar ver­schijnt een complete kitschwereld, vergelijkbaar met Volendam of Marken.

Postkan­toortjes met stempeltjes en zegels.

Mc Donaldachtige ongezellige steriele kauwgelegen­heden om de maag met onvriendelijke kant en klaar gerechten te vullen. 

Vitrines, kraampjes en schappen met kachelhout, poppetjes, kleedjes, petjes, shirtjes, vlaggetjes en andere rommel voor de verkoop, die men met de verzamelnaam souvenirs kan omvat­ten. Voor de religieuzen onder de bezoekers was er zelfs een volledig ingerichte kapel aanwezig om daar dan een geldelijke offerande te kunnen brengen.

Buiten het nuttigen van een glas champagne was het daar snel bekeken.

Misschien een goed idee voor de Noren om in de toekomst, als hoogwaardige toeristische attractie, zeesafa­ris te organi­seren.

Dan kan men de walvis­sen en andere zeedieren in hun leefmilieu bewonderen en hieruit tevens klinkende munt slaan. De walvis­moor­denaars van nu worden dan beschermers van de toe­komst.

 

J.A.Valijn