Regelmatig werden schepen van de RIL
gebruikt om als party schip dienst te doen.
Zo ook in Yokohama alwaar onze
toenmalige Nederlandse zaakgelastigde van de gratis aangeboden accommodatie met
grote graagte gebruik mocht maken.
Als extraatje had hij, aan onze onvolprezen reder, gevraagd om het
lagere logistieke goudgegallonneerde scheepsgrauw, ter opluistering van zijn
audiëntie, aanwezig te mogen laten zijn.
Dat betekende dat de beursgenoteerde
alcoholfondsen naar ongekend hoge slotkoersen zouden worden opgedreven.
Wij verschenen aldaar met onze
magere goudenstreepjes tussen de reeds aanwezige hoogwaardigheidsbekleders van
schip en wal.
Bij ons onwennig verlegen binnen
schuiven, tussen dit goudglittergezelschap, trokken wij toch de aandacht van
onze representant uit het verre thuisland.
Hij benaderde ons op een joviale
manier met uitgestoken hand, zoals de echte oude adel betaamt en zei,” Dag
kearels dus jullie zijn echte zeelieden”. “ Ik zal me even veurstellen”.
“……………… …………..
…………., zeg maer
Quar”.
(Zijn naam was nog langer dan die
van de huidige hooggeboren heer van het
OM, die denkt dat onze mariniers in Irak
slechts aanwezig zijn om met flitspalen foto’s te schieten.
Uit piëteit met zijn adellijke
relaties zullen we hem in de anonimiteit incognito houden).
Dit ontlokte ons de opmerking dat
hij bij het noemen van zijn volledige naam alleen al vroeg op moest staan of
anders in overwerk zou vallen.
“Zeg kearels jullie hebben een
verdomd goed gevoel voor humor”. Dus het
ijs was gebroken.
“Daarnaast ben ik ook nog meester”,
verklaarde hij ter verduidelijking.
Wij waren compleet op ons gemak
gesteld en vertelden hem dat wij ook meesters waren.
Dit moest even uitgelegd worden, dat
de huidige scheepsingenieurs voorheen met meester werden betiteld.
Hooggeborenheren schijnen te denken
dat neerbuigendheid door het lagere grauw beter wordt begrepen.
Althans dacht hij waarschijnlijk,
dat als hij met ons op gelijkniveau van gedachten wilde wisselen dat wij
verlangden dat hij op zijn hurken zou gaan zitten.
“Kearels ik heb in Utrecht mijn
meester titel gehaeld, dat is een studie voor zwakbegaafde, luie rijkelui
kindertjes”.
Hiermede aangevend, dat de echte
oude adel zich best met het grauw van lagere waardigheid kan verstaan.
Hij voegde er direct aan toe: “veur
jullie me vreagen met welke veurwaerden ik in Utrecht heb vertoefd, nu ik had
een onstuimig soosleven en frequenteerde alle kroegjes, zodat jullie niet
denken dat ik, ha ha, tot de zwakbegaafden beheur”.
Een technische in Utrecht geboren
meester vroeg hem, “dan ken je zeker alle gootjes en verticale stoeprandjes wel
in de binnenstad van Utrecht.
Hij beaamde dat hij die van zeer
nabij zeer grondig had bestudeerd.
Mart uit ons gezelschap verzekerde
hem dat wij op het gebied van gootliggen niet te overtreffen zijn.
Hiermede was de nieuwsgierigheid en
tevens de afgunst van onze jonker opgewekt.
Mart vervolgde dat wij als zeelieden
een missie hadden te vervullen, wij waren de voorposten van onze Hollandse
beschaving en moesten ten opzichte van de bewoners van het land van de rijzende
zon het goede voorbeeld geven.
Kortom wij waren de apostelen van
onze Hollandse op eenzame hoogte staande normen en waarden cultuur.
Het was onze gastheer duidelijk dat
hij in ons waarschijnlijk, in cultureeldenken zijn gelijke zo niet de meerdere
had gevonden.
Inmiddels was er, geheel in
overeenstemming met de verwachtingen, op de beursvloer een zeer levendige
handel in alcoholfondsen.
Aristocratische adel is bekend om
zijn liefde voor cultuur en beschaving en altijd bereid om nog iets bij te
leren.
Hij vroeg ons daarom; “Kearels hoe
geven jullie nu uiting aan je bijzondere culturele beschavingsbeschouwing en
daadwerkelijke drang om dit aan derden over te brengen”.
Wij vertelden hem dat wij een
aangeboren instinctmatige neiging hadden ontwikkeld om, zodra het nodig was,
als goudgegallonneerdelogistiekofficier in de houding te gaan liggen.
Hij was erg verbaasd over onze daden
drang om zo cultureel mogelijk over te komen, dat wij zelfs onder heel
moeilijke omstandigheden ons in de goot niet aan onze verplichtingen wilden
onttrekken.
De kosteloze alcoholfondsen bleven
floreren en de vraag was onuitputtelijk tengevolge van de koersstijging
bereikten wij een aan euforie grenzende jubelstemming.
Ons zicht vermogen was inmiddels
teruggelopen naar minder dan een meter.
Mart stelde ons adellijk heerschap
voor om een staaltje gootliggen ter plaatse
te presenteren, onder voorwaarde dat hij ons persoonlijk zou
vergezellen, zodat Mart zelf in het volle nachtleven in Yokohama de
demonstratie in de praktijk zou mogen herhalen.
Wij technische meesters waren niet
zo goed of wij dienden ons ter plaatse op het dek te vlijen.
Er vormde zich een kring van
benevelde supporters, die in hoge graad van vervoering geraakten van deze
hoogstaande vorm van gootliggen.
Mart als specialist trad op als
verslaggever en gaf uitgebreid uitleg over deze bijzonder hoge kwaliteit van
gootliggen en attendeerde de toeschouwers op de verfijnde technische
kwaliteiten van de officieren. Hij
merkte nog op dat deze jonge drankorgels beslist over olympische talenten
beschikten.
Onze adellijke jonker bood aan om
ons met dienstauto te vergezellen naar het gootwalhalla van Yokohama.
Na wat bezoekjes aan de aldaar
aanwezige alcoholische trainingscentra met Mitchiko’s en Yoshiko’s was de
conditie in optimale vorm om de demonstratie tot een succes te kunnen maken.
Nadat wij het wedstrijd parcours
hadden bereikt stortte Mart zich, volledig gebruik makend van zijn aangeboren
klasse talent, in de goot.
Zijn begaafdheid was over duidelijk.
Onmiddellijk vonden zijn gestrekte vingers de naad van zijn broek, de rug fier
gestrekt het hoofd in de nek. Dit was een staaltje gootliggen die je vandaag de
dag niet meer ziet.
De Quar vroeg nog, “zeg kearels mag
ik juichen”.
Maar voor Mart was het als
perfectionist nog niet goed genoeg.
Hij hees zich fier omhoog en
strompelde een gootje verder.
Daar lag werkelijk walgelijk een Jap
met zijn parapluutje deze edele beschaafde kunst te kwetsen. Mart als geboren
sportatleet schoof met één vloeiende geoefende beweging het parapluutje uit de
armen van zijn concurrent
Terug in zijn eigen gootje
struikelde hij weer vol overgave in zijn oorspronkelijke houding, aangemoedigd
door zijn fans.
Geheel in deze spannende wedstrijd
opgaand was het ons ontgaan dat de lokale heilige hermandad ten tonele was
verschenen
Ook hier bleek weer dat deze lieden
gespeend bleken te zijn van enig gevoel voor ethische cultuur tradities, die
wij als volk van “normen en waarden” zo spontaan zonder extra kosten
exposeerden.
Mart werd uit zijn nagenoeg volmaakt
fraaie, aan de meest hoge technische normen beantwoordende, gootlighouding
weggerukt.
Deze topsporter werd onder de ogen
van een topdiplomaat van zijn voetstuk gerukt en in een “dinky toy” auto
gepropt en door de dienaren van de hermandad afgevoerd met de woorden “You go
monkey house”.
De Quar sprak, zeer diplomatiek, “
we hebben net ëurlog met ze gehad laet het maer zo”.
J.A.Valijn