SEXTANT

 

 

Hans was een vierde stuurman met een bekakt spraakje. Dat was hem niet aan te rekenen, maar voor de vloot zeer ongebrui­kelijk.

Het kwam waarschijnlijk zo. Zijn ouders moeten, volgens de overlevering, zeer geleerd en daarom van goede huize zijn geweest. Onze jonge nauticus was oorspronkelijk voorbe­stemd om voor een heel hoge positie opgeleid te worden. Hij was zeer begaafd en  haalde de beste cijfers op school.

 

Op een goede dag gaf deze jongeling zijn ouders te kennen dat hij wilde gaan varen.

Voor ieder ouderpaar is het veelal de zwartste dag in het huwelijk, als een van je telgen dit te kennen geeft. Je wilt toch uitein­de­lijk het beste voor je kinderen.

Ook voor dit hooggeboren, vooraanstaande gezin moet het een niet te verwer­ken schok zijn geweest.

 

In eerste instan­tie dacht men nog, dat het gebeurde in een vlaag van verstand verbijs­tering en dat een bezoek aan de lijfpsychia­ter uitkomst zou kunnen bieden. Maar nee, hij hield vast aan zijn door de familie als schande­lijk ervaren beslis­sing.

Het was hem niet uit het hoofd te praten.

Daarom werd de verdere loopbaan van dit ondankbare kind in deze hoge kringen doodgezwegen.

 

Maar voor ons, mede officieren, was Hans best te accepteren.

Hij stak met kop en schouders boven het scheepsgrauw uit.

Bijna op alle gebied, speciaal met zijn dran­kre­kening, stond hij op eenzame hoogte. De stand van zijn gageboekje was reeds opgenomen in het "Guinness Book of Records" voor het laagste niveau ooit aan boord van koopvaardijschepen bereikt.

Maar ondanks deze uitzonderlijke eigenschappen bleef hij toch eenvoudig en beschouwde hij zijn scheepscollega's als gelijk­waardig. Wij hadden dan ook groot respect voor hem, dat hij zo ongedwon­gen bescheiden bleef.

 

Persoonlijke bezittingen waren hem vreemd. Bij overplaatsing had hij niets in te pakken. Kortom hij moest geheel op zijn geestelijke vermogens leven en dat is aan boord van een schip niet zo moeilijk.

Zijn nautischekennis was fabelachtig. Op het gebied van schee­psstabiliteit werd hij als een autoriteit gezien.

Zeker na zijn publikatie van "Vogels als lading".

Hier­in worden alle problemen over veranderende stabiliteitssituaties door levende spreeuwen behandeld.

Speciaal de onder­werpen, "Vliegen en Neer­strij­ken bij Zonsop­komst en Ondergang", genieten grote bekendheid.

Door vele wachtdoende stuurlieden worden deze verhandelingen nog steeds geraadpleegd om schip en lading, desondanks, toch veilig op de plaats van bestemming te brengen. Deze bijzondere navigator was net als wij allen op een zeer prettige manier ge­stoord.

Veelal ver­toefde hij bij de technische officieren.

 

Dit werd door zijn nautische collega's met enige argwaan ge­volgd.

Maar het was begrijpelijk, dat een officier met meer dan gemiddelde intelli­gentie van tijd tot tijd wel eens even op hoger niveau van gedachten wilde wisselen.

 

Enige dagen na het verlaten van de Zuid-Amerikaanse kust werd onze begaafde nauticus midden uit een gezellige technische party weggeroepen om in de late namiddag een bestek te helpen maken.

Voor de niet maritiem ingevoerde lezer vereist dit enige toelichting. In die tijd was een bestekje maken aan boord altijd een heel ritueel.

Als technisch scheepsambtenaar heb ik een aantal malen het voorrecht genoten om bij zo'n sessie aanwezig te mogen zijn.   

 

s'Avonds tegen de schemering verzamelen de nautici zich op de brug om deze, met veel mystiek omgeven, handeling uit te voeren.

Het moet oorspronkelijk een heidense plechtig­heid zijn ge­weest.

Alle maritieme ambtenaren staarden eerst een lange tijd omhoog naar de sterren.

Daarna kwam er bij alle hemelgluurders uit een rechthoekige doos een koper kleurig ritueel voorwerp te voorschijn, voorzien van spiegel­tjes en glaasjes.

Iedere stuurman had, als hij gaat varen, dit attribuut als persoon­lijk eigendom aan moeten schaffen.

Er vormden zich in de schemering paartjes die dan "opge­past" en "stop" tegen elkaar begonnen te roepen. Hetgeen op zich zelf al te denken gaf.

Maar de eerlijkheid gebied te zeggen, dat door de schemering, de werkelijke handelingen aan mijn waarne­ming onttrokken bleven.

Daarna ging men gezamenlijk de kaarten kamer binnen en raad­pleegde allerlei boeken en geschriften met spreu­ken.

Langzaam maar zeker maakte een zekere opwinding zich meester van het gezelschap. De nautici geraakten in opperste vervoe­ring en gelukzaligheid, dat zich dan plotseling ontlaad­de door het trekken van een paar lijnen in de kaart.

Hierna hingen de dekhengsten, vredig en glazig voor zich starend, uitgeput over de kaartentafel gebogen. De ontstane situatie liet zich het best beschrijven als een nau­tisch orgasme.

 

Sinds het gadeslaan van dit gebeuren is het mij duidelijk geworden, waarom het bij deze ritus gebruik­te voorwerp een sextant wordt genoemd.

Het is nog steeds onverklaarbaar waarom het Vati­caan, over deze naar afgoderij riekende handeling,  nog steeds geen standpunt heeft bepaald.

 

In het algemeen wordt de nauwkeurigheid van de plaats van de lijnen in de kaart bepaald volgens het principe van de  "Rang Regel". Die luidt: dat hoe hoger de rang, hoe juister de positie.

Nu, voor zo'n plechtigheid werd Hans na vertrek uit Zuid-Amerika toen opgeroe­pen.

 

Daar de plaats van zijn getrok­ken strepen sterk afweken van die van de kapitein en men aan zijn rekenkundige kwaliteiten, gezien zijn afkomst, niet dorst te twijfelen, moest het verschil in de kwaliteit van het sextant gezocht worden.

De gezagvoerder sprak daarom vaderlijk tot de jongste plaats­bepaler. " Dat ding zou ik maar weggooien".

Hans vroeg., "Kapitein weet U het zeker?". Deze lachte hem bemoedi­gend toe.

Dat was beslist een van de dingen die je bij Hans niet moest doen, n.l.aanmoedigen.

Want, hupsakee, daar vloog het positie bepalende totem over­boord. Grote hilariteit bij het verza­melde gezelschap van sterrenschieters, zoiets kon je alleen maar van Hans verwach­ten.

 

Toen deze gehoorzame vierde stuur zich weer bij het drank ge­beuren voegde om dit, hem nog beter liggende ritueel, voort te zetten, lagen ook de technische aanwezigen na het horen van zijn verslag in een deuk.

 

De volgende dag werd Hans voor een "middaghoogte" weer op de brug ontboden. Aldaar aangekomen vertelde hij het daar reeds aanwezige gezelschap van zonver­eerders: "Ik heb geen sextant meer". "Nee Hans zo makkelijk kom je er niet vanaf je pakt die van het schip maar",zei de gezagvoerder.

"Kapitein mijn eigen sextant had ik reeds in Zuid-Amerika verkocht en ik gebruikte gisteren reeds Uw scheepssextant".

 

J.A.Valijn