Na een bijna volbracht contract van
3 jaar werd ik, vlak voor mijn verlof, nog even op de Straat Bali geplaatst.
Na zo'n lange tijd, zonder ook maar
een dag vakantie, was je meestal rijp
voor de dwangbuis. Te lang verblijf onder de tropen zon veroorzaakte een
ongevaarlijke vorm van gekte en onverschilligheid.
Maatschappelijke praat en werk
groepjes, anonieme platform of tropen comités, om je weer terug naar een plaats
in de samenleving te begeleiden, bestonden toen nog niet.
Je was geheel op je zelf aangewezen
om je staande te houden.
Direct bij mijn komst aan boord werd
er in de hut van de Baas een kennismakingsborrel geschonken.
De stemming zat er al snel in, het
was wat je noemt gezellig, omdat je weer een aantal oude gabbers tegen het lijf
liep.
De Gezagvoerder zou later, met zijn
hoge aanwezigheid, de feestvreugde komen verhogen en tevens zou er de gelegenheid
geboden worden om mij, aan deze Doorluchtige Hoogheid, voor te mogen stellen.
Bij zijn entree werd me in het oor
gefluisterd dat ik moest gaan staan, blijkbaar om onze onderdanigheid en
eerbied aan zo'n hoog persoon te tonen.
Van nature ben ik achterdochtig en
altijd op mijn qui-vive om niet in de maling genomen te worden.
Ik gaf dan ook luidkeels te kennen,
dat ik als stok oude vijfde, niet voor mannelijk genitaal gezet wenste te
worden door in de houding te gaan staan en zeker niet met mijn hakken zou
klappen.
Wat ik op dat moment nog niet besefte
was, dat ik deze hoogwaardigheidsbekleder heel en heel diep had gekwetst.
Ik kon, om zo te zeggen, vanaf dat
moment geen goed meer doen, indien ik al plannen in richting gehad zou hebben.
Vanaf dit moment kon deze
gezagsdrager mijn bloed wel drinken, met kleine teugjes genietend.
Beide scheepsoppergoden, van
technische en nautische zijde, kwamen in een besloten vergadering met hun
onmetelijke wijsheid overeen dat mijn onaangepast gedrag gecorrigeerd diende
te worden zodra de gelegenheid zich voor zou doen.
Een van de volgende dagen liep ik op
het voorschip en zwaaide joviaal naar
mijn lagere rang genoten op de brug en dacht, even een ouwehoeren praatje met
de maats maken.
Ik zweer dat de zwaai beweging naar
de brug geen obsceen gebaar was of iets van dien aard.
Blijkbaar mocht er aan boord, bij
deze Gezagvoerder, onderling alleen gesalueerd worden door de goudgegalonneerde
vervoersambtenaren.
Bij het betreden van de brug werd ik
opgewacht door de allerhoogste, nee niet god zelf, ofschoon misschien toch, in
rang.
Hij keek me aan alsof ik een vies
insect was dat je bij nat weer onder een steen placht aan te treffen.
Hij zou me in het front van zijn
lagere vazallen, wel eventjes, voor de bekende homo-sexueel zetten.
Als zeer hoog geplaatst
scheepspsycholoog doe je dit, om het effect te vergroten, via een omweg.
"Jij bent niet in overeenstemming
met de maatschappij voorschriften gekleed".
U moet weten dat de uniform kleding,
door de onderbetaalde Officier, uit
eigen zak betaald werd en dat de afstand onderkant broek en de knie schijf,
volgens die voorschriften, vijf centimeter mocht zijn.
En zoals algemeen bekend, "Ons
Zeeuwen ben zùnig".
Dus een te kort, nog bruikbaar
broekje, werd zomaar niet weg gedaan.
Bovendien hoopte ik al jaren dat
over dit onderwerp een opmerking gemaakt zou worden, want ik had mijn
antwoord reeds lang klaar.
Mijn geduld werd na jaren beloond.
"Nee kapitein, U heeft het mis de kleding voldoet aan de door de
maatschappij gestelde eisen, maar mijn knie schijven hangen te laag".
Ofschoon ik mijzelf bijzonder
geestig vond werd er niet hartelijk gelachen, maar ontstond een koude ijzige
stilte alsof je het vriesruim open trok.
Hij maakte mij duidelijk dat deze
opmerking als insubordinatie beschouwd kon worden en als hij kwaad wilde, ik
daarvoor gestraft zou kunnen worden.
Maar wie kaats kan de bal verwachten
en hij bracht me op een idee, als er een gestraft diende te worden gooide hij
zelf erg hoge ogen.
Voor me zelf maakte het niet meer
uit ik lag voor de rest van mijn tijd op
dat schip toch aan een rottig eindje gemeerd.
Speciaal tirannie dient bestreden te
worden, dat staat zelfs in ons Volkslied.
Dat dit optreden, door deze aan
hoogmoed leidende nautische figuur, niet getolereerd kon worden was duidelijk.
Hiervoor moest een goede passende
straf bedacht worden.
Maar hoe pak je nu zo'n arrogante
scheepsoppergod aan zonder direct door zijn vreselijke wraak getroffen te
worden?
Zoals algemeen bekend, en in mindere
mate erkend, is de scheepswerktuigkundige opleiding zeer compleet en erg
wetenschappelijk.
Verder kon mij door langdurig
verblijf in den vreemde, enige virtuositeit niet ontzegd worden om iets moois
te bedenken.
Gedragingen van vloeistoffen en
gassen hebben voor de wakkere scheepstechnici dan ook nauwelijks geheimen.
Bovendien zat in die tijd lucht verstuiving
ook nog in het studie pakket.
De lezer moet weten dat niet alleen
de kapitein de hoogst aan boord geplaatste is maar zijn hut en toilet ook.
Als scheepswerktuigkundige heb je
tevens het toezicht op de sanitaire voorzieningen.
Dus op wacht een ietsje pietsje te
veel lucht in het hydrofoor tankje gesuppleerd en dan maar afwachten of deze
lucht bel de weg naar het hoogste punt van het systeem zou weten te vinden.
Uit een geheime reconstructie is
gebleken dat deze wetenschappelijke toegepaste luchtverstuiving in toiletten
op uitstekende manier heeft voldaan en ongeveer het volgende is gebeurd.
Zelfs deze scheepsoppergod heeft van tijd
tot tijd menselijke aandrang en moet gebruik maken van het toilet.
Na zijn grote boodschap keek hij vol
trots achterom en drukte achteloos op de flushklep.
Het ontstane effect overtrof alle
verwachtingen van de ingewijden.
Dit bleek heel duidelijk uit het
verslag van zijn Chinese hutboy. "Captain plenty shit, all shit
topside"
J.A.Valijn.