SNIJBONEN

 

 

Singapore is voor zeevarenden altijd de symbolische scheidslijn geweest tussen Oost en West.

Zo ook voor ons, de etat-major van Harer Majesteit Ruys.

Bovendien was Singapore de plaats waar geproviandeerd werd, dit omdat onze eminente reder daar tegen absolute bodemprijzen allerlei voedersoorten voor het vaarvee kon laten bemachtigen. 

Onze reder was reeds toen een vroege voorloper van bilateraal negotiëren met de locale neringdoenden. 

Dat stak ongeveer zo in elkaar: de “chief compradore" ontving van onze maritiem vervoerder een vaste vergoeding om de lagere scheepsloonslaven in leven te houden en de lading te verzorgen, de rest mocht hij in eigen zak steken.

Het wordt verondersteld bekend te zijn dat de bewoners van dit deel van de wereld niet direct tot de echte altruïsten gerekend kunnen worden en onze onvolprezen “compradore" wenste daar, onder geen enkele voorwaarde, een uitzondering op te maken. 

Hij op zijn beurt schakelde dan weer zijn clangenoten in, die reeds 20 eeuwen met succes de commercie bedreven en een op eenzame hoogte staande eeuwenlange ervaring hadden met het verzamelen van afval, speciaal bedoeld voor het samenstellen van voedselpakketten met een lage caloriewaarde.

Het moet toegegeven worden in deze vaardigheid waren zij niet of nauwelijks te overtreffen. 

De enige eis die aan deze leveranciers werd gesteld was dat zij absoluut geen enkele warenkennis van de branche mochten hebben. 

Daaraan werd zonder uitzondering tot in de kleinste details voldaan.

Mochten wij denken dat wij heden ten dage onze tijd ver vooruitlopen door het apart inzamelen van G.F.T. afval, niets is minder waar, onze Aziatische groenteboeren beheersten deze wetenschap toen al tot in de kleinste details. 

Recycling was voor hen in die tijd reeds een veel gebruikte succesvolle commerciële toverformule, door het verzamelde overwegend organische materiaal direct weer door te verkopen als kakelvers fruit en vruchten voor zeevarenden.

Als wij westwaarts voeren diende er voor ongeveer 14 dagen leeftocht voor het goud gegalonneerde scheepsgilde ingeslagen te worden.

De kwaliteit van de geleverde goederen werd goeddeels bepaald door de bestaande familierelatie tussen onze eminente Chinese inkoper en de leverancier. 

De deugdelijkheid van aardappels werd veelal bepaald aan de hand van de toenmalig bekende en in zwang zijnde glazigheidsnorm.

Aangezien het scheepslaboratorium in die tijd nog niet was toegerust met moderne hoog geavanceerde analyseapparatuur, pasten wij de volgende vuistregel toe:

 

Als de aardappelschillen in de glasbak mochten worden gedeponeerd, dan wisten wij met zekerheid dat de aardappel aan de zeer hoog gestelde normen voldeed en dat de vrucht uitermate geschikt was voor het voederen van het lagere scheepsgrauw in de messroom.

Doch voor het bereiden van gastronomische hoogstandjes, door onze civieledienst medewerkers in de kombuis, was meer nodig dan deze met zorg uitgeselecteerde aardvruchten.

Een zeer bekende organische materie, die onze Chinese scheepskoks met een voornamelijk praktische opleiding in voormalige kampkeukens verwerkten, was de phaseolus vulgaris.

 

Aangezien er op het M.I.R. nog steeds geen leerstoel in de scheepsvoedselleer is ingesteld ben ik zo vrij om U er de Nederlandse naam bij te geven: snijboon.

 

Zoals algemeen bekend is deze vrucht oorspronkelijk gekweekt om als grondstof te dienen voor het Gillette scheermesconcern. 

Als gevolg van het in zwang raken van het elektrisch aangedreven scheermechanisme en de hierdoor ontstane angst, dat er veel arbeidsplaatsen in deze agrarische sector verloren zouden kunnen gaan, is er een vervangende bestemming voor de phaseolus vulgaris gezocht

Na een door de “compradore” ingestelde en gesubsidieerde scheepsvoedselstudie bleek de messroom een uitstekende uitwijk mogelijkheid om de, ook toen al machtige lobby van bovenmatig bevoorrechte akkerlieden tot vriend te houden.

Maar om de lagere scheepsadel tegen een eventueel mogelijke vorm van Chinese willekeur te kunnen beschermen was de tweede stuurman door onze achtenswaardige en onvolprezen reder als een soort ombudsman van de scheepsvoederplaats aangesteld. 

Hollandse reders hebben door de eeuwen heen een bekendheid opgebouwd die zich kenmerkt als slim, slagvaardig, zuinig en bovenal praktisch

Ook nu weer bleek de benoeming van een dekhengst in die functie een gouden greep te zijn geweest. 

Want met een functiezo dicht tegen het scheepstopmanagement aan bleek, dat uit louter glanzende vaarcarrière overwegingen van deze vaarambtenaar, nauwelijks enige onpartijdigheid te duchten.

Het is uit de historie steeds weer een bekend gegeven dat omwentelingen, opstanden en sociale veranderingen in eerste instantie door jonge intelligentsia in gang worden gezet, die hierin later gevolgd en bijgestaan worden door de loonslaven.

Zo was de situatie ook in die tijd zo ongeveer aan boord van Hare Majesteit Ruys

Tijdens een opvoering van de op eenzame hoogte staande Chinese gastronomische kookkunst in het scheepsschaftlokaal door onze scheepsrestaurateurs, waarin de ingrediënten van hoofdschotel verdoezeld waren met de meest fraaie exotische namen bleek ook hier weer, dat scheepsintellectuelen welke aan de dis aanzaten, de aanzet tot een scheepsoproer vormden.

 

Toen de eerste slachtoffers, die zich even door de fraaie benaming hadden laten misleiden, tot de ontdekking kwamen dat in deze schotel de hiervoor beschreven grondstoffen waren

verwerkt, tekenden de vijfde scheepswerktuigkundigen, de jonge geestelijke scheepsarbeiders elite, heftig protest aan bij de op carrière beluste tweede stuurman. In eerste instantie probeerde hij, geheel volgens de richtlijnen van carrièremakers, het protest naast zich neer te leggen.

Maar toen de ernstige snijwonden, opgelopen door de verwerking van phaseolus vulgaris in het hoofdgerecht, aan tong en lippen van de disgangers werden getoond, moest ook hij toegeven dat een protest bij de allerhoogste in dit bijzondere geval gerechtvaardigd zou zijn.

Nu begrijpt U ook hoe de phaseolus vulgaris aan de Hollandse naam snijboon is gekomen.

Er werd onmiddellijk een delegatie gevormd, bestaande uit de tweede stuurman en twee vijfdes als afgevaardigden, die met een bord vol organisch prikkeldraad naar de residentie van de scheepsoppergod togen. 

Aldaar aangekomen trad onze stuur als woordvoerder op, na het aanhoren van de kwaliteitskenmerken van het op de schotel aanwezige product nam onze geweldige gezagvoerder hier een plukje van, stak het in de mond en begon heel bedachtzaam te kauwen met een geveinsde uitdrukking op het gezicht van een absoluut gastronomisch

welbevinden en sprak: “jullie captain eet het toch ook

Onze “chefmessroom", aan zijn fraaie zeeloopbaan denkend, schikte zich in deze afwijzing van de aangevoerde klacht. 

Maar voor jonge onafhankelijke en roekeloze en nagenoeg kansloze vijfdes was dit een onvoldoende verklaring.

Daarom zei een van hen met een typisch Amsterdams accent:

“Kapitein u had werrektuigkundige moete worrede zo'n, goeie metaolbewerker heb ik nog nooit gesien”

 

J. A.Valijn