STINKIE

 

 

Alvorens met het verhaal te beginnen, moet U eerst over een van de belangrijkste personen aan boord van een schip geïnfor­meerd worden.

De tweede scheepswerktuigkundige, kortweg "second", was een van de belangrijkste personen in de scheepshiërarchie met een macht en een kracht, die zich, voor de toen geldende maatsta­ven, liet vergelijken met de directe baas van de auteur van Genesis.

Deze oppermachtige werkbeul zorgde ervoor, dat zwaar onderbe­taalde leerlingen en vijfdes w.t.k's met veel arbeidsvreugde en een niet aflatende ijver zich volledig in dienst stelden van hun onvol­prezen reder.

"Second's" waren overwegend, althans in de ogen van het lagere scheepsgrauw, oud, soms wel tegen de dertig, bijna altijd volumi­neus en voorzien van de in koopvaardij kringen zeer bekende pils-pens.

 

Op Hare Majesteit "Boissevain" moest volgens traditie, vanuit Singapore, een dok- en werklijst gemaakt en opgestuurd worden naar het heilige der heilige, het "kantoor" in Hongkong.

De verstuurde lijsten waren altijd goed verzorgd en uitge­breid samengesteld, om aan het "kantoor" te veinzen van de tomeloze inzet, inzicht en toewijding van de tweede tech­nische hoteme­toot.

Wij noemden deze activiteit gewoon slijmen.

Reeds vele eeuwen lang stonden de Nederland­se reders bekend als uiterst zuinig, zeer en zeer spaarzaam en beslist niet progressief.

Daarom werd deze lijst ook volgens de reeds eeuwen lang bestaande traditie nage­noeg compleet door het "kantoor" gedesintegreerd.

Leerlingen en vijfdes, die nog heel ver van promotie en een glanzen­de carrière waren verwijderd en daardoor niet ver­blind door bevorderingsdrang, waren nog in staat om helder en analy­serende te denken.

Zij beseften dit haarscherp en vonden het opstellen van zo'n register, dan ook "was­ting of time".

 

Je hebt van die reizen, dat de voortekenen reeds aangeven dat er meer mis zal gaan.         

We stonden met zijn drieën, toentertijd vertegenwoordigers van de laagst betaalden, de technische paria's en miskende scheep­singe­nieurs, in de dienstgang, in werktijd, over de o zo be­lang­rijke doklijst te praten.

Maar de alom, net als het aller­hoog­ste opperwezen, aanwezige "second" ervaarde dit, omdat er geen gereed­schap in de met kloven een eelt verharde handen aanwezig was, als lapzwanze­rij.

Bovendien was het daar niet de werkplek waar de scheepsloon­slaven zich, volgens de zeer bekrompen denkende vertegenwoor­diger van het koloniale grootka­pi­taal­, dienden op te houden.

 

Dit, volgens huidige ARBO maat­staven hoge ogen gooiend, technische atelier werd door de dek­heng­sten veelal denigre­rend bestempeld met de naam 'vet­loods'.

 

We zagen hem aankomen en in zijn handen een plankje,  waarop met een grote clip de voor hem zo belangrijke dok- en werk­lijst was beves­tigd.

Vluchten was er voor ons, ondervoede en afgepeigerde knechten, niet meer bij.

We stonden daar gelaten en in stilte biddend, (dat schijn je altijd bij direct levensgevaar te doen) ons vonnis af te wachten.

Toen hij ons, in zijn ogen lummelende maritieme paria's , ontwaarde ver­hoogde hij zijn snelheid aanzienlijk.

Bij de hoger opgelei­den onder U wordt geacht bekend te zijn, dat er een oorzake­lijk verband bestaat tussen massa en snel­heid.

Hoogstwaarschijnlijk ver­blind, door mogelijke promotie kan­sen, of gewoon door machts­wellust,  werd de waterkering geheel verkeerd geno­men.

De ware oorzaak van dit gebeuren zal waarschijnlijk nooit geheel opgehelderd kunnen worden.

De in het hagelwitte ketelpak stekende technische car­rièrema­ker lanceerde zichzelf, door het raken van de voor­noemde waterke­ring.

Vanaf dat moment gold de wet van de kogel­baan.

Wij kortelings afgestudeerde junior officier­tjes be­heersten dit studie onder­werp nog behoorlijk en de afloop van deze lance­ring had voor ons dan ook nauwelijks of geen geheim.

De uitkomst van de door ons zo vaak doorgerekende formule was volkomen bekend.

Een gevoel van opper­ste gelukzaligheid en grote dank­baar­heid maakte zich van het lummelende gezelschap meester, omdat ons gebed, on­danks de enorme te overbruggen af­stand, reeds zo snel en met voorrang door de aller­hoogste in behandeling was geno­men .

Wij besef­ten terdege, dat wij hier vol vreugde en met de grootst mogelijke dankbaarheid alleen in aller­diepste stilte van dit machti­ge schouwspel konden genie­ten.

Want uiting geven aan onze ware intens warme gelukzalige gevoelens op dit fan­tastische moment, dat zou de voltrek­king van een zeker dood­von­nis bete­ke­nen.                   

 

Ook tijdens het doorlopen van de kogelbaan geldt de wet van zwaar­te­kracht en na het passeren van het hoogste punt zet de onontkoombare eenpa­rigver­snelde daling in.

Op dat ogenblik onderkenden wij niet, dat we daar op een keerpunt in de geschiedenis stonden, aan de wieg van een nieuwe tradi­tie, aan het begin van een nieuw tijdperk.

Wij hoorden voor het eerst dat onze technische manager in het diepst van zijn hart een heel devoot en godvruchtig mens was.

Wij waren erg verbaasd en teleurgesteld, dat hij dit grote geheim zo goed en zo lang voor ons verborgen had weten te houden.

Intens ontroerd en vol medeleven hoorden wij zijn klare en duidelijk uitgesproken bijbelteksten.

De diepe vanuit de grond van zijn hart opkomen­de "g" klanken zo zuiver en zo authentiek uitge­sproken.

Het kenmerk van de ware Nederlandse autochtoon.

 

Timbre van deze zuiverheid hoor je tegen­woordig, hier in den lande, nog bij zeer grote uitzon­dering.

De "touch down" met de vervuilde dienstgang aan het einde van de landingsbaan, zou later in luchtvaart kringen grote bekend­heid krijgen, als de omstreden Faro lan­ding.

Ook werd hier, door het knielen en kussen van de landingsbaan, de aanzet gegeven tot een volko­men nieuwe lan­dingstraditie.

Eerst later zou door de allerhoogste leider van een rivalise­rende religieuze bewe­ging dit ritueel geïnstitutionaliseerd worden.

Ofschoon ik wel denk te weten, dat de uitge­sproken teksten, bij voorkeur in het Latijn worden gedaan, dit om mogelijke be­schul­diging van plagiaat te voorko­men.

Ja, daar werd op de rede van Singapore geschiedenis geschre­ven.

We hadden even geen tijd om bij dit plechtige moment, van het begin van een nieuw tijdperk, wat langer stil te staan.

Bovendien geen enkele jonge hunkerende en door ontbering geteisterde lange reis officier zou, zo kort voor Japan, zich aan een zelfmoord poging onderwerpen.

Traumateams, euthenasiepraatgroepen, anonieme hunkeraars en plat­forms voor ster­vens­bege­leiding, werden toentertijd door onze reders, als onder­steu­ning voor slecht betaalde en ondergewaardeerde mari­tieme loonslaven van het koloniale groot kapitaal, nog niet meege­stuurd.

Op de opmerking, dat deze waterkering misschien iets voor de doklijst zou kunnen zijn, werd uiters ijzig gereageerd met, zoals wij reeds bij intuïtie aanvoelden, dat "als je het hart in je sodemieter hebt om te lachen, dan sterf je ter plekke".

Deze versie is iets aangepast omdat deze man zojuist de open­baring had ont­vangen en hiervan zo vervuld, dat iedere vocale uiting bege­leid werd door krachtig en duidelijk uitgesproken religieuze teksten.

Weliswaar met sterk verbasterde zinsne­den, maar dit werd, naar onze overtuiging, veroor­zaakt door de emotie van het grote moment.

Bovendien zou het problemen met de "Poseidon" censuur kunnen geven.

 

In Hongkong bleek de lijst, zoals de door de wol geverfde vijfdes wel wisten, omgetoverd tot een complete "doe het zelf" versie.

Alleen, o afgunst, de SB hutten van onze goudgegalloneerde ladingsambtenaren zouden een nieuw verfje krijgen.

Zuigertrekken zou, zoals te verwachten was, geheel in eigen regie plaats vinden.

 

Na het aandoen van Osaka en Kobe, waar het lagere scheeps­grauw zijn zuur verdiende centjes of beter yennetjes in de meest obscure etablissementen had verbrast, werd de reis relaxed naar Yoko­hama vervolgd.

De meeste opvarenden waren dan, financieel gezien, weer geheel op de socia­lescheepsdienst aangewezen.

De dienstverlening bestond uit werken, werken en nog eens werken om middels deze overuren de rode tint van het gage­boekje een weinig bij te kleuren.

Nadat het schip was droog gezet, en de werktijd daarmede auto­matisch tot ’s avonds 11.00 uur doorliep, konden er over en weer  hutbezoeken afgelegd worden.

Dat was een ritueel waarbij de beursgenoteerde alcoholfondsen bijzonder hoge slotkoersen noteerden.

 

De minder maritiem onderlegde lezer, onder u, moet weten, dat tijdens het droogstaan, letwel niet droogleggen, sanitaire voorzienin­gen aan boord niet gebruikt behoren te worden.

Daarvoor waren voorzieningen aan de wal, enkele honderden meters lopen en in Japan, in november, door de sneeuw.

Aldaar in dok kregen wij versterking van een vierde dekknecht, die op de vloot een zeer grote bekendheid genoot.

Hij hechtte absoluut niet aan persoonlijk bezit, dat was volgens hem lastig, je moest er altijd maar op letten en overal mee naar toe slepen.

Buiten vrouwen had hij eigenlijk nog maar een passie en dat was het beïnvloe­den van beursgenoteerde alcohol­fondsen.

De die dag geschilderde woongelegenheid, nog compleet gestof­feerd met de kranten voor de gemorste verfspetters, werd hem door de hogere scheepsleiding toegewezen. 

Om 11 uur s’avonds was er een invasie van oude gabbers, die even bij wilde praten in deze nagelnieuw gerenoveerde scheepswoning.

De hutboy draaide eveneens overuren.

Wij waren vol bewondering over zijn logistieke hoogstandjes, die op het droogstaande bootje werden tentoongespreid.

Het was reeds in de kleine uurtjes, dat de een na de andere kroeg­bezoeker, met minder zicht dan een meter, naar eigen huis en haard vertrok.

Daar stond ik dan ook even later in mijn stulpje, een enorme tweestrijd te voeren. De knieën strak tegen elkaar en de blaas ver boven zijn barstdruk.

Ik besefte, dat mijn gezondheid in de waagschaal zou worden gesteld, als er een tocht ’s nachts door de sneeuw gemaakt zou moeten worden.

Op zich was mijn mogelijke gezonheidsschade van onder­geschikt belang, maa­r dat mijn collega's extra zouden moeten werken en ik de reder mogelijk op onnodige kosten zou kunnen jagen, gaf de beslissing voor mijn  conclusie.

Mijn sociaal medege­voel gaf de doorslag, in plaats van een extra tocht door de sneeuw, werd de tweestrijd beslist door nogmaals de tanden te poetsen.

Zo dat luchtte op. Om aansluitend in een diepe coma te gera­ken.

Voor mijn gevoel werd enkele seconden later deze diepe droom­toestand wreed verstoord door een zeer opgewonden Chinese hutboy.

De China kenners onder U begrijpen dat, als een Chine­se mede­opvarende in opwinding is geraakt, er dan ook werke­lijk iets aan de hand moet zijn en er een situatie, vergelijkbaar met brand of schipbreuk, is ontstaan.

 

"Five, look see, look see, sie fo, plenty stinkie".

Dit vergt voor de lieve lezer enige toelichting:

Enkelen onder U zullen het "Kantonees" niet volledig beheer­sen, daarom hier de vertaling; "sie" is vier en "fo" is stuur­man.

Ondanks dat ik uit een diepe coma ontwaakte, besefte ik direct dat het zeer ernstig moest zijn.

Immers voor de door hem aangegeven verschijnselen was het zintuig, voor visuele waarnemingen op zich alleen, niet toerei­kend.

Als zeer goed getrainde schepe­ling, om in "no time" volkomen vers naast je kooi te staan, was ik direct instaat om onze opgewonden civiele­dienst medewerker te bege­leiden naar de nieuwe gerenoveer­de woning van onze vierde stuur.  

Bij het naderen van zijn appartement werd de atmosfeer nage­noeg ondoordringbaar en zijn toegangsdeur kon slechts met grote moeite tegen de stank in geopend worden, zo zwaar was de geur.

Uit een razend snelle, met ingehouden adem, uitgevoerde analyse bleek, dat ook hij niet ziek wilde worden en begaan was met het lot van overwerkende collega's en extra kosten makende reders, en daarom de beslissing had genomen om ook niet door de sneeuw te gaan.

Zijn algemeen bekende en over de gehele vloot geroemde impro­visatie talenten had uitkomst ge­bracht om het lamgelegde sani­taire scheeps­systeem en een "lang­lauf" naar de walvoorziening te omzeilen.

Daarom had hij ge­bruik gemaakt van de in overvloed aanwe­zige oude kranten.

Keurig ingepakt was deze clandestiene sanitaire boodschap, anoniem vanuit zijn stulpje, in het dok geworpen.

Doch hierbij was per abuis het hutvenster niet geopend.

 

J.A.Valijn