VERZAMELAAR

 

 

In de jaren vijftig leverde de "Ruyterschool", het huidige M.I.R., altijd een groot aantal oneindig hoog opgeleide kakelverse zeekrach­ten voor de schepen van de K.P.M. en de K.J.C.P.L. in het verre Oosten.

Met deze nieuwe technische loten uit de Vlissingse maritieme stal werd  het technische niveau van de Oosterse vloot op een nieuw onbegrensd hoog peil getild.

Tenminste dat was zo ongeveer het idee, dat je als schoolver­la­ter had meege­kregen van de toenmalige vakdocenten.

Volgepropt met kennis over Schotse-ketels, triple expansiema­chines met open en gekruiste stangen, natte en droge stoom, warmlopers,  Zeuner diagrammen, Weirspompen, shunt en serie motoren, luchtverstuiving in al zijn verschijningsvormen en weet ik wat voor andere, toen al, niet meer bestaande technische onzin.

Kortom je kon met deze technische lariekoek zo als suppoost in het maritieme museum een goed belegde boterham verdienen.

Toentertijd in de jaren vijftig werd er nog rekening gehouden met de marktvraag van onze in wijsheid en goedertierenheid niet te overtreffen reders, en het gefourneerde maritieme product, opgeleverd door de school aan de Vlissingse boulevard, de goudgegalonneerde scheepsofficier.

Destijds werd de “Ruyterschool” nog geleid door personen die hun vak verstonden en het maritieme ambacht via een lange weg van leed en loutering aan boord onder de knie hadden gekregen.

De toenmalige voor de opleiding verantwoordelijke autoriteiten waren echt geen koekenbakkers, die de jonge aanstormende vlootslaven  op de scheepsmarkt dropten

Zoals iedereen reeds eeuwen lang weet hebben onze Hollandse sociaal bewogen reders altijd in hun welwillendheid rekening gehouden met het welzijn en geluk van het bij hen in dienst zijnde personeel, zo ook hier in het verre Oosten.

Alleen om te voorkomen dat er bij de nieuwe lichting scheepsdienaren mogelijk enige onvrede of frustratie zou kunnen ontstaan, dat al de op school opgedane maritieme wetenschap zo linea recta in het museum gedumpt zou kunnen worden, daarom en daarom alleen had men de “van Heutsz” nog in vaart gehouden.

Het ontwerp idee van de “van Heutsz” was reeds bij het begin van de 4de Engelse oorlog ter sprake gebracht, omdat Holland op dat moment niet over voldoende tonnage beschikte om de Engelsen op dat moment enige weerstand  van betekenis te kunnen bieden.

Na de stoeipartij, op de Doggers bank van de Engelse vloot met onze marine, werd de afhandeling van het Hollandse nautisch faillissement overgelaten aan de toenmalige curator

Je zou bijna de stelling kunnen poneren, dat sinds de zeemacht het strijd leveren van de koopvaardij heeft overgenomen, het niets meer is geweest, slechts in het vervoer van verdovende middelen  steekt onze marine nog met kop en schouders boven de handelsvloot uit.

 

Door de korte duur van de slag was er een enorm overschot aan proviand, deze smakelijke producten voor messroom bezoekers werd geveild en kwam in handen van onze koopvaardij reders, die dat op hun beurt weer aan de “van Heutsz” ter beschikking stelden.

Het schip was met zijn 4.500 brt in 1926 door de “Schelde” gebouwd en alle opgedane kennis van de 4de Engelse oorlog was er in verwerkt.

Voor de toenmalige hoog opgeleide scheepsingenieurs was het steeds weer een uitdaging om dat zeejammer in de vaart te kunnen houden.

Zij die ooit op het vak technische scheepsgeschiedenis waren afgestudeerd staken dan ook met kop en schouders ver boven het andere technologische scheepsgrauw uit.

Wij als jonge aansnellende veelbelovende scheepsdienaren van de nieuwe generatie zeewezen carrière zoekers werden dan ook met open armen op Harer Majesteit “van Heutsz” begroet door de conservator van de uit archeologische vondsten samengestelde elektrische installatie.

Direct reeds bij de eerste kennismaking vertelde de scheepselektricien Mart , want dat was zijn naam, ons van zijn grote passie voor het bijeenbrengen van de meest uiteenlopende collecties, hij was een verzamelaar in hart en nieren van alles wat los en vast zat, ofschoon hij een voorkeur had voor hetgeen dat vast had gezeten voordat hij het aan zijn collectie toevoegde.

Maar zijn grote voorliefde ging uit naar het vergaren van kentekennummers van auto’s.

Nu zal de opmerkzame lezer zich de vraag kunnen stellen dat het, misschien buiten enkele autoschepen na, voor zeevarende een moeilijke uit te voeren hobby is, daar er over het algemeen gesproken, net zoals veel andere zaken, hieraan op zee een groot te kort bestaat.

Maar gedurende het gezellig samenzijn in zijn scheepshut, onder het genot van vele bieren, sprak hij vol toewijding over zijn verlangen om in Osaka zich geheel aan zijn hobby te wijden en op jacht te gaan, om een aantal nieuwe stukken aan zijn collectie te kunnen toevoegen.

Hij wist zo vol overgave over zijn passie te vertellen dat wij bijna letterlijk aan zij lippen hingen, of was het misschien dat hij overwegend zijn handtekening onder de bestellingen plaatste, over de vreugde en plezier die je beleefde als je jezelf aan een echte hobby wijdde.

Wij als onervaren verzamelaars werden gegrepen door zijn geestdrift en het geestrijkvocht en beloofden hem daarom, dat wij ons graag als deelnemer in lieten schrijven voor de eerst volgende expeditie.

Wij beschouwden het als een oneindig groot voorrecht om door een in die branche gepokte en gemazelde verzamelaar ingewijd te kunnen worden in de fijne kneepjes van zo’n zeldzame liefhebberij.

In Osaka stonden wij dan ook te trappelen van ongeduld om de wal op te kunnen gaan en ons geheel aan de ons nieuw aangeprate vrijetijdsbesteding te kunnen wijden.

Maar zoals met zo vele recreatieve bezigheden, dient men zich goed voor te bereiden.

Met Mart als gids was dat geen enkel probleem. Hij leidde ons direct naar zijn uitvalsbasis de

“Rose bar”, ons ontging even het directe verband met onze missie, maar de in het basis kamp aanwezige Mitchiko’s en Yochiko’s zorgden ervoor dat het wachten door ons niet als naar werd ervaren.

De dames hielden ons bezig met allerlei spelletjes, zoals een sigaretten vloeitje met  daarop een yen en als door schroeien met een peuk, het muntstukje in het glaasje viel, had je verloren en was je verplicht om een glas gevuld met sake achterover te slaan.

Toentertijd waren wij nog niet erg bedreven in dit soort spelletjes en al spoedig begonnen wij zicht problemen te krijgen en liep ons gezichtsveld terug naar enkele meters en misschien zelfs minder.

Wij legden Mart onze problemen voor dat ons vermogen om bijzondere autokentekens te vergaren terug dreigde te lopen mede door de bijzondere aandacht die wij van onze gastvrouwen ontvingen, ja het geeft altijd grote problemen als je echt knap bent.

Doch Mart zei ons geduld te hebben want hij was er zeker van, dat op deze avond een prachtstuk aan zijn verzameling toegevoegd zou gaan worden.

Nauwelijks had hij deze profetische woorden uitgesproken of hij stormde met een noodgang alle kenmerken vertonend van een geoefend vergevorderde collecteur over de tafels heen door de deur naar buiten en stortte zich plat op de rijweg. Het was onmiddellijk onder het gegier van remmen een complete verkeerschaos, maar Mart bewees hier zijn puur vakmanschap dat hij werkelijk bij de absolute wereldtop verzamelen behoorde, al liggend trok hij uit zijn borstzak een bloknootje en een afgekloven schrijfattribuut om de vondst van zijn leven te kunnen noteren, zijn gezicht vertoonde een blij en opgetogen uitdrukking, wij begrepen hieruit dat het wel heel en heel bijzonder moest zijn.

Terwijl de Japanse chauffeur weer aan het bijkomen was uit zijn coma van de schrikreactie stond Mart alweer op en liep via de motorkap en het autodak naar achterzijde van de auto om ook dat nummer aan zijn verzameling toe te kunnen voegen.

Tevreden knikte hij naar de inmiddels aanwezige omstanders en trad met een blij gezicht weer het basiskamp binnen, en op afgunst daar werd hij door de aanwezige gastvrouwen smachtend als een idool bejubeld en bezoend

Hij zei dat zijn nieuw verworven stuk een prachtnummer was, dat hij dit met grote vreugde en blijdschap aan zijn reeds zeer uitgebreide collectie kon toevoegen, het was slechts een kleine dissonant dat de verworven nieuwe stukken dubbel waren. 

 

J.A.Valijn