WALBAAN

 

 

Het is aan boord van een schip een bekend verschijnsel dat op de lange reis de vaak, door reders, misleide schepeling in  de eenzame uren dikwijls de verzuchting slaakt, " Met een schil­lenkar langs de deur is beter dan varen".

De meest wanhopigen onder hen grijpen dan vaak iedere gelegen­heid aan om een walbaan te vinden.

In hun radeloosheid verslingeren zij dikwijls hun prachtige zeecar­rière, als goudgegalonneerde vervoersofficieren, voor ieder aanbod aan de wal.

In hun vertwijfeling is zelfs een functie binnen de chemische industrie, bij gebrek aan een schillenwijk, te verkiezen boven een glanzende status als scheepsofficier.

 

Ook Vlissingen wilde niet achter blijven in de vooruitgang en een vooraanstaande rol blijven vervullen in de vaart der volke­ren.

Daarom werd er door een ploeg onbekwame politici, door eigen­waan verblind, een immens groot industrieterrein gepland in een prachtig schorrengebied van de voormali­ge Ka­loot.

Omliggende boerenbedrijven werden veelal tegen hun zin ontei­gend, om de geile geldingsdrang van de bestuurders en hun daaraan gekoppelde eigenbelangen te bevredigen.

Onder het mom van het algemeen belang werd er een laag van 6 meter zand over dit zeldzame natuurgebied heen gedonderd.

Een kern­centrale er bovenop en het productiefeest van energie verslindende activiteiten kon van start gaan.

Maar goed, dit is uiteindelijk gelukkig toch weer gecompenseerd met de huidige ecotaks voor de burger, die 450 Mw gaan bespa­ren.

Althans volgens onze politici, die natuurlijk ook wel beter weten.

 

Ondergetekende was zo gelukkig om in de prille beginfase aan dit circus te mogen meewerken.

Het overal vandaan geplukte management was min of meer reeds aanwezig.

Want in die periode werd de Nederlandse textielindustrie door sanerting ontmanteld en daaruit kwamen o.a. een aantal uiterst bekwame en zeer hoog ervaren specialisten, zelfs van adel, vrij voor het leiden van de chemi­sche industrie.

Zij hadden, door de eeuwen heen, een met familie tradities opge­bouwde ervaring in het feodale leidinggeven.

Vooral door deze uitgeselecteerde leiderskwaliteiten, in het managen van grote kastelen, waren zij bij uitstek ge­schikt om de chemische industrie in de pioniersfase te begelei­den.

Adellijke afkomst stond, per definitie, garant voor uitzonderlijke capacitei­ten.

Door hun met de geboorte meegekregen kwaliteiten waren zij voor iedere functie geschikt.

Zodat de hoog betaalde ambten slechts eenvoudig door loting verdeeld konden worden.

Dit tot grote vreugde van het gewone grauw, de niet adellijke werkne­mers, anders was er immers nooit zoveel te lachen geweest in de begin fase.

 

Voor het hoger kader was het een absolute voorwaarde om een academische titel te hebben, het kon niet schelen welke.

Dit om er absoluut zeker van te zijn dat de beleidsbeslissingen geen enkele praktische waarde zouden kunnen hebben.

Gelukkig was er ook aantal nieuwkomers met vele jaren ervaring en zelf­standig­heid opgedaan aan boord van schepen en in bui­ten­landse bedrij­ven.

Zij hadden reeds vele jaren de "Hoge­school des levens" gevolgd, maar dat werd door de ex-tex­tiel­top als onbelangrijk afge­daan.

Gelukkigerwijze bestond het productie- en technischkader uit door ervaring gelouterde ex-wtk's en andere uit het buitenland afkom­stige techneuten met praktijk gerichtte ondervinding.

Hierdoor konden de aandeelhouders er zeker van zijn dat hun financiële belangen niet al te veel op de proefgesteld zouden worden.                                                           

In deze pioniersfase reden de treinwagons geladen met gepro­du­ceerde materialen richting Bergen op Zoom, om vandaar verder getransporteerd te worden.

Aldaar gebeurde het, dat uit een tank op een van de treinstel­len rook te voorschijn kwam.

Een eigenschap van bestuurlijke autoriteiten, bij zulke omstan­dig­heden, is dat zij onmiddel­lijk berichten willen doen uit­gaan, dat er voor de gezondheid van de omwonenden geen enkel gevaar be­staat.

Deze informatie moet dan weer aangeleverd worden door deskun­di­gen.

Gelukkig beschikt de chemische industrie altijd over bij uit­stek ge­schikte deskundologen.

Een van deze specialisten werd met zijn assistent opgeroepen om dit rokende varkentje te gaan wassen.

Dit uiterst bekwame illustere duo toog in het holst van de nacht naar de plaats des onheils.

Later zou duidelijk worden dat deze chef, vanwege zijn humeur, beter groenteman had kunnen worden.

Niet om de neringdoende in deze bedrijfstak in een kwaad daglicht te stellen, maar omdat het vrije marktmechanisme zijn gezegend werk zou kunnen doen en hij binnen een maand een andere functie zou moeten zoeken daar er geen klant overbleef.

Het werkend personeel van de onderneming zou tot in eeuwig­heid van dagen dankbaar zijn geweest met deze mislukte groenteboer.                      

De assistent laat zich het best als een onpraktische chemische duvelstoejager om­schrij­ven.

Deze beide heren waren zeer be­kwaam in de theoreti­sche scheikunde en in staat om het gehele proces in meters lange formules met bloklet­ters te omschrij­ven, doch werden verder niet beperkt door enige praktische tech­nische kennis van zaken.

Bij de wagon aangekomen werd de industriële assistent specia­list op de tank gestuurd, die met fosfor geladen was.

Het bleek dat er wat "cover" water uit het niet goed gesloten mandeksel was gelekt.

 

Bij deze actie waren zijn kleren ook nat geworden en de chef deskundige maakte de opmerking, "dat droogt wel weer".

Dus dat probleem was keurig opgelost en tot een goed einde gebracht.

De burgers van deze Brabantse plaats konden,. zoals de bestuurlijke autoriteiten reeds handen aangekondigd, weer rustig verder slapen.

 

Dus  weer snel naar huis via de Kreekrakdam, dat was in die tijd de enige weg naar Zeeland.

Halverwege de dam kwamen er rook slierten uit de kleding van de ongelukkige chemische­ vazal.

Hij stond dus in brand. Stoppen op de parkeerhaven, kleren uit tot op de blote billetjes en de brandhaard direct in de bermsloot gedompeld en de fik was geheel vol­gens de voor­schriften bezworen.

Juist op het moment, dat men tot de conclusie was gekomen dat er niets anders opzat om dan maar van armoede met een ont­blote assis­tent huiswaarts te rijden, stopte er om 2 uur ’s nachts een andere auto.

Het bleek een politie Porsche te zijn.

Een van de agenten kwam bij deze verdacht geparkeerde wagen poolshoogte nemen en ontwaarde het duo onder zeer verdachte omstandig­heden.

Het had geen enkele zin om te verklaren: dat het niet was, dat wat de agent dacht dat het was en het in dit geval niet om een chemische schandknaap ging.

 

J.A.Valijn