KALENDARIUM

(Nederlandse Koopvaart in de Indische archipel 1596-1977)

 

 

1596               De eerste Nederlandse Indiëvaarders, de Houtman en de Keijser, zeilden met 4 schepen naar de Indische archipel, waar al honderden jaren vnl oa Arabische, Chinese en meer recent Portugese kooplieden actief waren

1602               Door verspreide activiteiten beconcurreerden de Nederlanders elkaar, van hogerhand Johan van Oldenbarneveldt, besliste men dat de handel zich moest bundelen. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C) ontstond als vennootschap op aandelen, onder bestuur van de Heren Zeventien.

1609               Aanstelling van de Raad van Indië en een Gouverneur Generaal

1619               Verovering van fort Jacarta,anno 1522, op de Portugezen en stichting van Batavia door Jan Pieterszoon Coen

1648               Vrede van Munster, regeling van koloniale verhoudingen tussen Spanje en de Republiek, Koning Philips de tweede en Willem van Oranje.

1799               Het octrooi van de V.O.C liep af en werd niet verlengd ivm de deplorabele toestand van de Compagnie en de Franse tijd beëindigde de Republiek der Zeven Nederlanden. De Bataafse Republiek nam de V.O.C over. Zie ook “De zeilvaart op Indië vanaf de 17de t/m de 20ste eeuw”

1803-1811     De Engelsen veroverden de bezittingen en Engelse Oost-Indische Compagnie ( E.O.I.C) werd opgericht onder gouverneur generaal Minto        Het oude V.O.C gebied kwam onder luitenant gouverneur generaal Raffles

1814               Ontdekking van het Borobudur tempelcomplex

1815               Het herstel van het Nederlands gezag, Raffles vestigde zich in Singapore, het vervoer van producten, ambtenaren en troepen in de archipel bleef nog steeds in Engelse handen. Gouverneur Generaal Baron v/d Capellen

1816               Geboorte van Ned.Indië op 19 Aug. Nederlands bestuur en troepen

1824               Tractaat met Engeland, terugtrekking van de Engelsen uit Sumatra, Engelse politieke macht verdween uit de Archipel niet de Engelse handel

1825               Inbreng van het eerste stoomschip ss van der Capellen, varend op de Javakust, geexploiteerd door de Engelsen

1825-1830     Javaoorlog

1840               De ss Prinses van Oranje wordt ingezet ook onder Engels gezag

1845               3 Maart, acte van oprichting van de NV Nederlandsch-Indische Stoomboot Mij (N.I.S.M) Kapitaal NLG 600.000, het overgrote aandelenkapitaal was in handen van de Engelsen. Men voer lange tijd met slechts 1 schip het ss “Koningin der Nederlanden”,  de dienst Soerabaja-Semarang-Batavia  vv                   

1847               4 Sept, ontwerpvoorstel van oud marine officier W.Cores de Vries, in opdracht van de verantwoordelijke Gouverneur Generaal in de Archipel, Rochussen, aan het Ministerie van Koloniën tot het onderhouden van geregelde particuliere stoomvaartdiensten. Contract tussen de regering en de Vries tot het instellen van een geregelde stoompaketdienst op verschillende lijnen in de Archipel tussen Java-Sumatra, Java-Makassar-Molukken en Java-Riouw-Singapore

1854               Aanvang contract 1 Juni, duur 5 jaar, sunsidie NLG 160.000 per jaar. Het eerste schip dat werd ingebracht was de ss “Padang”

1856               Oprichting Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Mij (KNSM)

1859               Verlenging van concessie met de Vries tot 1864

1862               De Vries nam 3 schepen over van andere Nederlandse rederijen, actief in de Archipel

1864               de Vries had inmiddels een vloot van 10 stoomschepen, de Vries overlijdt

1866               Nieuwe concessie werd gegund aan Engelse rederij na openbare inschrijving, 10 vnl nieuwe schepen werden ingebracht, looptijd concessie 10 jaar

1869               Opening van het Suezkanaal

1870               Oprichting Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), ss “Willem 3” vertrekt naar Ned.Indië ,door brandschade werd deze reis afgeblazen, de ss “Prins van Oranje”en ss “Prins Hendrik” volgden in het zelfde jaar en arriveerden in 1871 in Ned.Indië

1876               Oprichting firma Ruijs & Zn, later hernoemd in Ruys Stoomvaartmij (RS), met Engels kapitaal onder Engelse vlag varend

1883               RS omgedoopt tot Rotterdamse Lloyd (RL), Nederlands kapitaal

1876-1890     Concessie verlengd met 15 jaar, ivm goede prestaties en dividenden.Tijdens de 2de concessie periode, liepen de prestaties terug, ook klachten van o.a Nederlandse rederijen, zoals SMN en RL ivm de activiteiten van een Engelse rederij in de Archipel. Verder werd de Nederlandse scheepsbouw geen orders gegund en als doorvoerhaven werd Singapore gebruikt, dus vervoer naar Europa geschiedde met de Engelse koopvaarders

1873-1903     Atjehoorlog

1887               21 Juni, bepleitte de Minister van Koloniën, Franssen van der Putte, voor de oprichting van  een Nederlandse Paketvaart Mij

1888               5 Juli, contract tussen de Gouverneur Generaal van Rees en Tegelberg namens de oprichtingscommissie, waarin ook zitting hadden de  Ruijs en Boissevain ,14 Sept, acte van oprichting gepasseerd van de Koninklijke Paketvaart Mij (KPM). startkapitaal NLF 6.000.000

1890               L.P.D op ten Noort eerste KPM administrateur te Amsterdam

1890-1900     W van Hasselt, administrateur te Amsterdam,

1891   1 Januari, officiële aanvang van de diensten, L.P.D op ten Noort eerste hoofdagent van de KPM in Batavia. De KPM statte met de volgende vloot: 16 schepen ex-NISM, 4 schepen ex-Steamship Co Holland, 3 schepen ex-Deli Stoomvaart Mij en 13 nieuwbouwschepen.

            5 Januari vertrokken de eerste 2 schepen uit Batavia, waaronder de ss “Camphuijs”en ss “de Carpenter”met resp. vlootnummer 1 en 9

1893-1907     E.G Taylor , Engelse naam, Nederlandse nationaliteit, volgde op ten Noort op in Batavia

1894               De KPM, succesvol met toplading Deli-tabak en interessante steenkolen en zoutcontracten, had inmidels 34 schepen in de vaart en in aanbouw, waaronder ook stoomlichters en hekwielers voor aangepaste vaart op de rivieren

1898               De handel in Ned Indië ging voortvarend, het aantal binnenkomende stoomschepen in Tandjung Priok was dit jaar 850, tegenover A’dam 425. L.P.D op ten Noort, administrateur te Amsterdam

1901-1911     J.H Hummel, administrateur te Amsterdam

1902   15 September, oprichting van de Java-China-Japan lijn (JCJL) samen met SMN en RL ter bediening van de buitenlijnen. Ondertekenaars van de stichtingsakte, Heldring, Op te Noort, De Mariz Oyens en Ruijs

1904-1906     Tijdens die jaren, moest de KPM, volgens afspraak, schepen verhuren aan het N.I gouvernement tbv resp de Atjehoorlog en de Goa en Bali expidities

1906               Puputan in Denpasar 11 Sept, 1400 Balinesen edelen en familie plegen en masse suicide als reactie op de onderdrukking van het koloniaal bewind

1907-1911     L.J Lambach hoofdagent in Batavia. Verdere openlegging van de buitengewesten

1908               Stichting van de Nederlandse Scheepvaartunie (NSU), deelnemers JCJL, SMN en RL

1911-1928     J.H Hummel, directeur in Nederland

L.J Lambach directeur in Ned.Indië

1911-1919     M.C Koning en J.H Cornets de Groot,mededirecteuren in Ned.Indië

1912               Februari, oplevering bij de Nederlandse Scheepsbouw Mij te Amsterdam van het eerste motorschip voor de KPM ms “Sembilan” 372 brt, uitgerust met een 4 cyl.Werkspoormotor, 225 apk

1914               De vloot bestond toen uit 95 schepen, totale brt 164.440,

1915               Verlenging contract met het N.I gouvernement, op 30 lijnen actief

1916-1925     C van der Linde, mededirecteur Ned. Indië

W 1, bij de wapenstilstand was de KPM vloot nog vrijwel intact met 92 schepen, totaal brt 159.960. E.G Wesselink, mededirecteur Ned.Indië

1919-1931     N van Zalinge, mededirecteur Ned.Indié

1920               Oprichting Verenigde Nederlandse Scheepvaartmij (VNS)

1925-1930     Verlenging contract met het N.I gouvernement, in die periode liepen 62 schepen van stapel

J.W.B Everts, mededirecteur Ned.Indië

L.C.M van Eendenburg, mededirecteur Ned.Indië

J.D Brand, directeur Nederland

1929-1937     E Staatmeier, mededirecteur Ned.Indië

Wereldcrisis, veel schepen werden opgelegd

T.o.v het jaar 1880, woonden er toen 15.000 Europeanen in Ned. Indië

Nu waren dit 140.000 geworden

1931-1943     A.J Pronk, mededirecteur Ned.Indië

1932-1936     J.M le Grand, mededirecteur Ned.Indië

1935-1945     C ter Poorten, mededirecteur Nederland

1935               Vlootsterkte 132, zie volledig vlootoverzicht in KPM boek van A.J.J Mulder en op de CD rom  KPM 1891-1966 van Stegra

1936-1948     A.F Vas Dias, mededirecteur Ned.Indië

R Pronk, mededirecteur Ned.Indië

J.W.B Everts, mededirecteur Ned,Indië

D.H de Jong, mededirecteur Ned.Indië

1938-1945     H.B ter Braake, mededirecteur Ned.Indië

1940-1945     W2, bij aanvang v/d oorlog was de vlootsterkte 138 schepen en was na de oorlog geslonken tot 56

B.S van Deinse, mededirecteur Ned.Indië

I.H.A Backer, directeur Nederland

1946-1952     W.M Hens, mededirecteur Ned.Indië

1946               KPMvloot 67 schepen, totaal brt 130.147

1947               1 Januari, oprichting Koninklijke Java China Paketvaart Lijnen (K.J.C.P.L), KPM buitenlijnen + JCJL

D.Iken, mededirecteur Ned.Indië

1948-1954     J Harinck, mededirecteur Ned.Indië

27 December, Souvereiniteitsoverdracht Indonesië

1949-1957     D.F de Koe, mededirecteur Indonesië

1950               KPMvloot 107 schepen,totaal brt 175.180 en 9 schepen in aanbouw onderhandelingen vinden plaats tussen KPM en rep.Indonesia

1951               Opening KPM vacantieverblijven Trètes (Oost Java) en Tjipajang (Buitenzorg)

J.F.P de Geus en J.W Brand, mededirecteuren Indonesië

D.J Pronk van Hoogeveen, mededirecteur Indonesië

L te Braake, mededirecteur Indonesië

1954-1958     W.A Lucas, directeur Nederland

1957               3 December,confiscatie gedeeltelijke KPM vloot door de Indonesische regering, 34 schepen konden vluchten, 40 schepen lagen aan de ketting in Indonesische havens

1958-1962     J.F.P de Geus, J.W Brand ? en L ter Braake ? directeuren Nederland

1958               20 Maart, alle KPM schepen werden vrijgegeven, ondertekend door Brand en Koesein ( hoogstwaarschijnlijk een deal tussen Lloyd’s London en de Indonesische regering, er lag een claim van 117 millioen NLG) per 31 Maart moesten alle KPM schepen uit de Indonesische wateren zijn, het grootste gedeelte van de vloot werd opgelegd in Singapore

1958-1967     Per 31 December 1966 had de KPM nog 13 schepen, de KJCPL nam 5 schepen over, de VNS 4, Shell tankers 2 en Delta Steamship Co 2 schepen

1962-1968     S.G van Weede, directeur Nederland

1967               1 Januari ontbinding KPM vloot, fusie met KJCPL de vloot v/d  KJCPL had 39 schepen, totaal brt 314.954 + KPM 38 schepen, totaal brt 205.766

1969               KRL,SMN,KJCPL, en VNS samengevoegd in NSU, 1970, KNSM volgde

1967-1977       De KPM lijnen NV hadden per 1 Juli 1970 nog 15 schepen in exploitatie bij de KJCPL.KPM bestond nog voort in naam en verdween in 977, zoals ook de rederijen SMN, KRL, VNS en KJCPL in naam verdwenen en in de Nedlloydgroep op werden genomen`, KNSM bleef nog in naam bestaan en werd in 1981 ingelijfd bij Nedlloyd.

 

Adriaan Rommen

April 2005

 

 

Websites en bronnen:

www.geocities.com/nedindie

www.londoh.com

www.rgs.org/collections

www.oorlog.pagina.nl

www.geneaknowhow.net/faq/handel/koloniaal/koloniën

www.marinemuseum.nl/dutch/wapenfeiten

 

De Kunst van het Handeldrijven, Nedlloyd

Schepen en scheepvaart, geschiedenis, feiten, cijfers en ontwikkelingen

Guinness Book of records,Tom Hartman

Schepenboek, Uitgeverij Minerva

Nederlanders en de Zee, Hans Vandersmissen

Oude KPM-schepen van tempo doeloe Lucas Lindeboom “pohon linde” 12 delen

KPM, Wel en wee van een Indische rederij, A.J.J Mulder

Archief Henk Slettenaar