De zeilvaart op de Molukken in de 17de en 18de eeuw

 

Eerst de voorgeschiedenis, die tot deze handel zou leiden:

1453   De Turken veroveren Constantinopel, de specerijhandel over land wordt gestremd, de Portugezen zoeken en vinden in 1497 een weg naar de Molukken via Kaap de Goede Hoop.

De toevoer van specerijen in die tijd nam nogal wat tijd in beslag, vanaf de  Molukken langs de volgende handelsroutes :

Via China de karavaanweg door Turkestan, via het Oralmeer en de Kaspische zee naar Novgorod.

Via India door de Guzeratten, Abesijnen, per schip van Suratte langs de kusten van Beloedsjistan, Perszië en Arabië door de Rode Zee naar Suez

Via de kusten van het Oosten, langs de Perzische Golf, via de rivieren van het tweestromenland naar Mosoel en een landweg naar Trebizonde aan de Zwarte zee en een andere naar Aleppi naar de Italiaanse wijk van Constantinopel over land naar Genua en Venetië verder naar Portugal,Frankrijk en Spanje naar de Verenigde Provincieën dus via Augsburg of via zee en over de Rhône naar Lyon en Champagne de rest ging naar Lissabon.

Van struik op de Molukken tot de afnemer in Amsterdam duurde de specerijenreis ongeveer 2 jaar

 

1488  Bartelomeus Diaz rondt de Kaap en exploreert de oostkust van Afrika

1492  Columbus probeert Indië te bereiken via de west en ontdekt Amerika

1494   Het verdrag van Tordesillas, Paus Alexander de 6de speelt onder een hoedje met de Portugezen en Spanjaarden en verdeelt de wereld in 2 gedeelten ten bate van de voornoemde landen, alle gebieden veroverd ten westen van de lengtegraad 400 km ten westen van de Kaap Verdische eilanden komen toe aan Spanje en ten oosten aan Portugal. Brazilië bv viel dus in het Portugese gebied.

1497  Vasco da Gama rondt de Kaap en vervolgt zijn reis naar India en de Molukken, Portugese handelsvloten vormen langzaamaan het alternatief op de omslachtige landroute. 

 

De Engelsen rebelleerden n.a.v de gemanupileerde monopolie positie van deze Iberianen en vonden het na bijna 100 jaar welletjes en gingen ook op zoek naar de specerijen.

1577-1580, Sir Francis Drake doet op zijn wereldreis de archipel aan

1586-1588, Thomas Cavendish, wereldreis via de Molukken

1592, James Lancaster, kaper, bezoekt Malaka

1593, Jack Hawkins, kaper, maakte in die streken Porugese schepen buit.

 

Op 2 April 1595, zo’n 100 jaar na Vasco da Gama, vaart het eerste Nederlandse konvooi van de Heren Zeventien bestaande uit 4 schepen van de “Compagnie van Verre” opgericht hiertoe in 1594,, oostwaarts naar Indië, onder bevel van

Opper commies/admiraal Cornelis de Houtman, opvarende van de “Mauritius” hij komt gezond terug in de Nederlanden maar wordt 15-9-1599 tijdens een van de volgende reizen gekrist in Atjeh.

Opper piloot Pieter Dircksz Keijser, opvarende van de “Hollandia” sterft in Juni 1596 voor aankomst Bantam

Men had totaal 249 “eters” aan boord, incl adelborsten en maats buiten de bovengenoemde schippers, commiezen en piloten ,hiervan keerden er in Augustus 1597 minus 1 schip de “Amsterdam”, slechts 89 terug, hiervan bezweken er nog 8 aan de wal door ziekte en uitputting.

Jan Dingemansz van Quadijk is schipper van de “Hollandia” overlijdt 29-9-1595 aan scheurbuik.

Jan Jacobsz Schellinger is schipper van de “Amsterdam”en sterft op 5-12-1596 door een kriswond in een gevecht  op Noord Java in Oud Sedajoe,

Jan Jansz Meulenaer is schipper van de “Mauritius” wordt 24-12-1596 aan boord vergiftigd in Bantam baai.

Simon Lambertsz Mau is schipper van de “Duyfken” en kwam heelhuids terug in de “Patria”.

Gerrit van Beuningen was 2de man op de vloot, vice admiraal en ondercommies op de “Hollandia”, hij kwam ook terug in de Nederlanden maar werd later op 7-11-1599 op een reis op Chilikust door de Indianen vermoord.

De broer van Cornelis, Frederick de Houtman voer mee als onder commies op de “Hollandia” bekleedde verscheidene hoge walfuncties bij de VOC kwam uiteindelijk terug in Nederland en stierf als gegoede burger in 1627.

Willem Lodewijcksz was onder commies op de “Amsterdam” en was vertrouwensman van de bewindhebbers in het thuisland. Hij heeft het ook gehaald en stierf “van sieckte” aan boord van de “Delft” een VOC schip op 18-4-1604. 9 dagen na het kruisen van de evenaar.  

Te lang was men, wat de aanvoer van specerijen betreft, afhankelijk geweest van de Portugezen. De bewindvoerders gingen niet over een nacht ijs tijdens de voorbereiding van deze 1ste exploratie reis. De volgende personen, niet in volgorde van belangrijkheid, speelden een adviserende rol tijdens de aanloop en planning van de eerste reizen naar Indië, vastgelegd in een manuscript “Corte Verclaeringhe”

Jan Huijgensz van Linschoten (1563-1611), navigator/sterrenkundige,  had voldoende ervaring om deze eerste reis naar Indië tot een succes te maken, hij had jaren op Portugese schepen gevaren, sprak de taal en had de beschikking over de juiste zeekaarten (reysgeschriften) “rutters”genoemd. Hij schreef in de periode 1595-96 drie boeken over navigeren en relevante reisinformatie o.a het Itinerario. Hij voer zelf niet mee tijdens deze eerste schipvaert wegens zijn bruiloft op de zeildag. Heeft eind 16de eeuw twee Noordtocht reizen meegemaakt.

Cornelis de Houtman (1565-1599), bracht enige tijd 1592-93 door in Lissabon voor het opdoen van informatie over de handelsroute naar Indië in de ruimste zin des woords.

Ds Plancius, kaartmaker/sterrenkundige/dominee, leerling van Mercator,voorzag de leemte in het land, door het op hoger peil brengen van de geografie en stuurmanskunst. Zie” Monumenta Cartographica” van FC Wieder.

Hendrick Jolinck van Zutphen, varend in Portugese dienst,

Dirck Gerritsz Pomp, alias China, idem

Lucas Jansz Waghenaer, schreef “Tresoor der Zeevaert 1592” op basis van informatie van voornoemde beide zeelieden

Cornelis Claesz, kaartmaker

Tijdens de eerste reizen voer men de “Portugese route”zoals van Linschoten had geleerd van zijn leermeesters. Na het ronden van de Kaap voer men langs de Oostkust van Afrika naar het noorden tegen de Agulhas stroom in en stak van hieruit over naar het oosten met als peiling Enggano eiland op de westkust van Sumatra, dan zuidwaarts langs de Sumatraanse kust en vervolgens zuid en oost door Straat Soenda richting Bantam baai op de noordkust van Java. Deze route was ca 3000 km langer en duurde ook twee keer zo lang, door tegenstroom en veranderlijke winden langs de Oost-Afrika kust, dan de latere zuidelijkere routes richting Australia

In 1598, onder bevel van Olivier van Noort, vaart in Juni een konvooi met 4 schepen, de andere route over de Atlantic, om de zuidwest, via Straat Magellaen, men kwam slechts met 2 schepen en 90 man van de oorspronkelijke 248 in de Molukken aan, men voer terug via de Kaap de Goede Hoop, en kwam in Augustus 1601 met 1 schip en 45 man in Holland aan. Van Noort had als eerste Hollander om de wereld gevaren

Aangezien de route via de west veel langer is en er onderweg verwoed strijd moest worden geleverd met Portugezen, Indianen en Patagoniërs op de kust van Zuid Amerika besloot men voor de handel op de Molukken van deze route af te zien.

De vaart op de Molukken werd “in den beginne” een ongecoördineerd avontuur, zwermen concurrerende Indiëvaarders vertrokken naar de Oost. Tussen 1595 en 1604 voeren 15 separate konvooien ( oa “De nieuwe Brabant Compagnie” en “De Compagnie van Verre” onder leiding van Jacob van Neck) met in totaal 65 schepen in intense competitie, richting Indië. Dit werden ook wel de 1ste en 2de schipvaert genoemd

Op 20 Maart 1602 werd de VOC opgericht op initiatief van landsadvocaat Johan van Oldenbarneveldt, deze club zal tot 1799 stand houden.

Grote ondernemers in die tijd waren o.a Balthazar de Moucheron, Hendrick Arentsz Hudde, Reinier Pauw Cornelisz Buyck, Pieter Dircksz Hasselaer, Dirck van Oss, Gerrit Bicker, Jan Jansz Kaerel de Oude, Syvert Pietersz Sem, Arent ten Grootenhuys en Jan Poppen, in 1620 de rijkste man van de Republiek met een vermogen van ca 500.000 Gulden.

De VOC had het monopolie ten oosten van de Kaap en werd streng geregeerd door de Heren Zeventien vanuit 6 verschillende kamers/steden in de Republiek, Amsterdam, Middelburg, Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam en Delft, in volgorde van belangrijkheid. De eerste VOC afvaart, vanuit de rede van Texel, was op 18-12-1603 met een konvooi van 12 schepen onder bevel van Steven van der Haeghen.

Van 1602 tot 1684 was men continu in oorlog met de locale vorsten, in 1684 was de VOC op het toppunt van zijn macht. In 1648, na het beëindigen van de 80jarige oorlog, bij de vrede van Munster werden de koloniale verhoudingen tussen Spanje/Portugal en de Republiek geregeld en vastgelegd. 

 

De VOC was niet alleen een rederij, maar ook een handelsfirma en scheepsbouwer, met als hoofdkantoor “Het Oostindisch Huis” te A’dam. Tussen de jaren 1602-1795 werden 1461 schepen gebouwd, in die periode heeft men 8910 scheepsbewegingen uitgevoerd, resp.4789 heen en 4402 retour vanuit Indië. Er voeren 973.000 personen het zeegat uit er keerden er slechts 367.000 terug.

De meeste schepen zijn in Amsterdam gebouwd op de werf Oostenburg, waar men rond 1759 ca 1200 mensen in dienst had. In Indië had men een reparatiewerf op het eiland Onrust in de Javazee op de rede van Batavia.

In Azië ontstond een fijnmazig netwerk van ca 300 vestigingen met als centrum Batavia, in de topjaren had de VOC 25000 mensen aan de wal werken en 12000 bemanningsleden a/b van de schepen.Het eerste fort werd in 1600 al gesticht op Ambon, Frederick de Houtman was de eerste gouverneur, eerts in 1619 werd het fort Jacarta veroverd op de Portugezen, herbouwd en Batavia gedoopt

 

Men voer in konvooi met gemiddeld 15 schepen, de grootste waren de “Retourschepen”, kostprijs 100.000 Gulden ( huidige prijs 8 millioen $), waterverplaatsing 1200 ton, draagvermogen 600 ton, lengte 48 meter , 3 masten ra getuigd,hoogte 60 meter, vracht/passagier “accommodatie” voor totaal ca 340 personen incl.bemanning, waarvan 1/3 soldaten velen van de Duitse nationaliteit. De gages rond 1616 lagen, van de opperkoopman, de schipper, de opperstuurman, de predikant en de matroos, resp op 120, 75, 69, 55, 10 Gulden per maand

Deze schepen waren soliede gebouwd door gestandardiseerde cascobouw in serieproductie,de huid was in dubbelwandig eiken uitgevoerd, afgedekt met een grenen buitenlaag, de bouwtijd was ca 6 maanden. In zo’n konvooi voeren ook kleinere schepen van het type “Fluyt”, goedkoper, met verlengde buis, slank, beter op koers te houden, minder diepe kiel, een platte bodem en een ronde achtersteven, een galjoen en een boegspriet, een smal dek en 3 masten barkentuig, draagvermogen ca 50 ton, meer jacht dan vrachtvaarder. De kruissnelheid was 4 knopen “wind en weder dienende”. Op de uit-en thuisreis gingen gemiddeld resp. 1 op de 50 en 1 op de 20 schepen verloren. In de 200 jaar van haar bestaan verloor de VOC 246 schepen.

 

De retourschepen had men in verschillende vormen en afmetingen, zoals de eerder genoemde Fluyt en dan nog het Fregat, de Galjoot, de Pinas en het Pinkschip of  grote Spiegelschip.

De schepen werden in 4 categoriën verdeeld van: cat. 1 > 1000, cat 2 800-1000, cat 3 100-800 en < 500 BRT (bruto register ton).. De schepen werden naar verloop van tijd steeds groter gebouwd, in het begin was de lengte < 150 voet, in 1614, 150 voet, in 1626, 160 voet en in 1641, 170 voet. In 1742 werden de retourschepen min of meer gestandardiseerd op ontwerp van de Engelse naval architect Charles Bentam, lengte 150 voet 1150 BRT in 1748 werd het ontwerp verbeterd, lengte/ breedte/romphoogte resp  135/ 40/23 voet, het type “Amsterdam” in 1793 werd het laatste retourschip de” Prins Frederik” gebouwd met 3 dekken.

 

Een bekend verhaal is de stranding van het gloednieuwe retourschip de “Batavia” dat op 2 Juni 1629 onder schipper Ariaen Jacobsz en opperkoopman Francisco Pelsaert, in de Houtman Abrolhos archipel op de klippen liep, ca 75 km uit de kust van het Zuidland of ook wel Hollandia Nova genoemd en zonk en de drama’s die zich afspeelden voor, tijdens en na de ramp.

 

De V.O.C was, buiten de intensieve handel naar het moederland, ook voortvarend in het exploreren van vreemde landen rond Indië, zo liep het VOC schip de “Duyfken” als eerste de baai van Carpenteria ( Hollandia Nova/Australië) binnen in 1606 en was waarschijnlijk het eerste westerse schip, dat het continent in zicht heeft gekregen. Een jaar later in 1607 liep de “Eendracht” met schipper Dirck Hartog de kust van Hollandia Nova aan, Dirck Hartog eiland is naar hem genoemd,

Door de activiteiten van de VOC groeiden de Nederlandse steden met VOC kamers snel, door aantrekken van de handel, emigratie uit de zuidelijke Nederlanden en vluchtelingen uit Zuid Europa tijdens de 80-jarige oorlog (1572-1648). Amsterdam had een bevolkingsaanwas in 50 jaar,tussen 1570 en 1620, van 30.000 naar 110.000 inwoners

 

Tegelijk met boven genoemde activiteiten, werd voortvarend naar een noordelijke route naar Indië gezocht. Het duo Willem Barentsz en Jakob van Heemskerck strandden in de jaren 1596/97 na 3 pogingen in het ijs.

Pas  300 jaar later in 1878 slaagde de Zweed Nordenskjöld erin via de N.O passage de Noordpoolcirkel te ronden, de Noor Admundsen deed hetzelfde in 1903 via de N.W passage

 

In 1611 kwam er een standing order van een van de VOC schippers, Hendrik Brouwer, hoe zo snel mogelijk voor de wind en stroom via Kaap de Goede Hoop in Indië te komen. In het begin werd op St Helena in de Atlantic een ravatailleringsstop gemaakt, na de vestiging van de VOC kolonie in Kaapstad in 1652 door Jan van Riebeeck, werd daar na ca 150 dagen varen vanuit het moederland, geproviandeerd. Vroegere tussenstops werden gemaakt op St Helena, Atlantic en ook wel in Antongil ( Madagaskar) Indische Oceaan

De totale afstand vanaf de rede in de Nederlanden tot Bantam op West Java bedroeg 23.000 km, de gemiddelde vaartijd was 8 maanden, de snelste officieuse tijd ooit geregistreerd tijdens de VOC periode was 119 dagen, hoogstwaarschijnlijk zonder tussenstops. 

 

Vanuit de rede van Vlissingen of Texel werd een gunstige noordelijke wind afgewacht, die de schepen met een N.O trade (passat) wind, na het passeren van de kreeftkeerkring en de ecuator volgend, onder de Braziliaanse kust naar het zuiden bracht. De eerste stop werd meestal gemaakt op Ilha de Mayo (Kaap Verdische eilanden) om water in te nemen.

In de zuidelijke Atlantic stak scheurbuik de kop op, men had nog geen idee en remedie om deze ziekte te voorkomen en/of te genezen. De Engelse arts James Lind publiceerde in 1753 een geschrift “Treatise of the scurvy”, pas in 1795 nam de Royal Navy de adviezen over, in 1912 wist men eigenlijk pas, dat de oorzaak vitaminegebrek was.

Het eten, was allerbelabberst, het bestond vnl uit gort met pruimen en rozijnen, broodpap met bier en stroop, scheepsbeschuit, 1 x in de week vlees, 2 x spek of ham en voor de rest vis. Onder eigen beheer werd kaas, boter, ’n kannetje olie en ’n kannetje azijn meegenomen. Over het algemeen was het drinkwater vervuild, men dronk bier en af en toe jenever en rum.

Slaaplaatsen had men in de beginperiode ook al niet, men sliep waar je werkte, dus de kok in het kombuis en de roerganger bij het roer.

Een struikelblok bleven uiteraard de windstilte gebieden, de doldrums, rond de ecuator, paardebreedtes en keerkringen. Men voer daarom binnen het zg “wagenspoor”, twee parallelle lijnen van richting NO naar ZW vanaf de Kaap Verdische eilanden richting ecuator om te voorkomen in de windstilte gebieden terecht te komen voor de Braziliaanse kust of in de Golf van Guinee

In de steenbokkeerkring werd in de Z.O passat gevaren en de Kaap gerond, voordat er een VOC post in Kaapstad was gesticht nam men water en levensmiddelen in in Mosselbaai, dan werd  pal oostelijk koers gezet op de Westenwinden, tijdens de eerste reizen werd Madagascar aangedaan, the Roaring Forties, tussen de eilanden St Paul en Amsterdam door. Kortom de omslachtige langere route langs de Oost Afrikaanse kust werd verlaten.

 

Voor de kust van Australië werd met de Z.O passat  via Straat Soenda naar Batavia gevaren, van daaruit werd de reis voortgezet naar de Molukken. Men voer op basis van onbetrouwbare kaarten en verder op ster navigatie. Op het zuidelijk halfrond kon men hierdoor vrij goed de geografische breedte bepalen.

De bepaling van de juiste geografische lengte was moeilijker zo niet onmogelijk, omdat men niet beschikte over nauwkeurige chronometers, die kwamen pas dankzij de Engelse “Board of Longitude” en John Harrison, de uitvinder, na 1735 in gebruik, hierdoor kon men door tijdsvergelijking plaatselijk en de actuele tijd in de thuishaven (nu GMT) in combinatie met de stand van de zon de positie op zee bepalen.

Men voer op gegist bestek, de invloeden van stroom en wind waren zeer moeilijk te berekenen m.a.w het “wegzetten” van het schip bracht de schipper in moeilijkheden, door miscalculatie van de geografische lengte, men had slechts zandlopers ter beschikking, en te lang oost aan te houden, strandden verscheidene schepen op de westkust van Australië. Men had wel enig idee van het bestaan van het zogenoemde Zuidland of Hollandia Nova (Australia), Frederick de Houtman ontdekte reeds in 1619 enige ondieptes en eilanden voor de Westkust van Australia, de Abrolhos archipel.

 

Op de terugreis, na lossen en provianderen in Batavia, voer men via de Molukken en de factorijen in India en Ceylon op de laatste adem van de N.O passat uit de golf van Bengalen en de Chinese zee naar de oostkust van Afrika waar de Agulhasstroom werd opgepikt.

Men zeilde gedeeltelijk voor de wind, met 6 knopen, zuidwaarts naar de Kaap. Nadat de Kaap werd gerond, waar wind en stroom al millenia tegen de klok indraaien, voer men noordwaarts in de Benguelastroom in een Z.O passat zo ongeveer 3000 mijl naar het noorden langs de kust tot aan de uitstulping van West Afrika t.h.v Kameroen verder in een Z.O equatorialestroom ca 1000 mijl naar het westen onder het huidige Nigeria, de Goudkust en  Ivoorkust door in de Atlantic, St Helena werd aangelopen, om daarna in de Noordelijke Haarstroom en Senegalstroom te komen, die uiteindelijk richting Kaap Verde voert.

Op de westenwinden werd uiteindelijk de Nederlanden bereikt.

 

Er kwam ook een min of meer vast schema van af- en retourvaarten, veelal ingegeven door de verwachte weersinvloeden tijdens de oversteek.

Men noemde deze afvaarten naar het seizoen, de Kerstmis-Kerst en Paasvloot resp met vertrek uit de Nederlanden September, December en April en retour vanuit de archipel in April, Juni en October.

 

Ten tijde van het bestaan van de VOC waren de Rep. Der 7 Verenigde Provincieën en de Bataafse Republiek continu in oorlog:

De 80 jarige oorlog (1572-1648) van de Rep. der Verenigde Provinciën (stadhouder Willem 5) met Spanje (Koning Philips 2),

Reeds in 26 Juli 1581 werd de “Acte van Verlatinghe”opgemaakt, die hield in, dat de trouw aan Philips 2 werd opgezegd door de Staten Generaal der 7 Verenigde Provinciën, in 1596 erkenden ook Frankrijk en Engeland dit pact

De 1 ste Engelse oorlog (1652-1654) met de 1ste vrede van Westminster,

De 2de Engelse oorlog (1665-1667), 4 daagse zeeslag 11-14/6 1666 bij North Foreland, winst de Ruijter en de slag bij Duinkerken, verlies De Ruijter door de schuld van o.a Tromp, de tocht naar Chatham Juni 1667, winst de Ruijter, de vrede van Breda,

De 3de Engelse oorlog (1672-1674) met de 2de vrede van Westminster, 1672 was het zg rampjaar 

De 4de Engelse oorlog (1780-1784) met de vrede van Parijs, waarna de Rep.der 7 Provinciën (1648-1796) en de Bataafse Republiek (1796-1806) verregaande concessies moesten doen aan Engeland o.a toestaan van de Engelse handel in Indië ( de EIC) en confiscatie van Nederlandse schepen.

N.a.v deze oorlogen werden de zg “Navigation Acts” ( British acts of trade) van toepassing, welke voortduurden van 1651 tot 1849, deze monopoliseerden vervoer van “plantation commodities”  vanuit Azië , Afrika en Ceylon door Engelse schepen.

 

De VOC maakte minder winst op bv textiel in vergelijking met de traditionele producten zoals specerijen.

Op Java, Ceijlon en de Molukken ontstonden interne politieke conflicten.

Er was een hoge mortaliteit onder walpersoneel in Azië en bemanning (85000 personen alleen in de 18de eeuw), terwijl de VOC in 1625 8000 mensen in dienst had, was dit aantal in 1780 al 27000

Er moet wel duidelijk worden gesteld, dat de VOC, in de zin van dat woord, geen veroveraar was. Men bouwde forten en factorijen. Men verstrekte handelscontracten met de locale vorsten in de archipel. Het hoeft geen betoog, dat deze contracten onder machtsvertoon tot stand kwamen, ook zuiveringen werden niet geschuwd.

De VOC had een chronisch geldgebrek, het tekort was in 1794 opgelopen tot 110 millioen gulden, een falende centrale boekhouding, conservatisme in het beleid, gebrek aan inzicht, besluiteloosheid en achterhaalde communicatie tussen Nederland en de overzeese gebieden. Last but not least corruptie van het personeel in Azië en particuliere handel,

 

Door bovengenoemde effecten werd de VOC in 1790 onder curatele gesteld door de overheid en per 1 Maart 1795 verdwenen de Heren Zeventien en kwam een Staatscomité aan het bewind. Op 31 Dec 1799 kwam er een einde aan de VOC.

 

Na de Franse tijd Koning Lodewijk Napoleon (1806-1813) werd Willem 1 (1814-1840) koning.

In 1808 kwam het einde van de regenten in Indië en werd maarschalk Herman Daendels bewindvoerder in Batavia, In 1811 werd door een Britse invasie, Indië veroverd en Sir Thomas Raffles werd de Britse zetbaas. Deze Engelse overname duurde niet lang, reeds op 13 Aug 1814 tijdens de Conventie van Londen werd besloten, dat een krachtig Koninkrijk der Nederlanden, inclusief koloniën, de machtsverhoudingen in Europa beter zouden stabilizeren, Willem 1 kreeg alle koloniën terug in de Oost per 19 Aug 1816.

 

Het 1ste Nederlandse schip dat weer in Indië binnenliep in 1824 was de “Maas en Rottestroom” geexploiteerd door de zwaar gesubsidieerde Nederlandse Handels My (NHM).

De Nederlandse scheepsbouw floreerde weer, in 1824 liepen er 3 schepen van stapel, in 1827 waren dit er al 59.

Er werd ook een behoorlijk kapitaal overgehouden, in 1834 zat men reeds 6 millioen gulden in de plus, in 1857 was dit opgelopen nar 45 millioen, totaal werd in de periode tussen 1831 en 1877, 823 millioen gulden verdiend.

Op 3 November 1848 deed zich een historisch feit voor, het opzetten van de grondwet door Thorbecke, hierdoor eindigde de alleenheerschappij van het koningshuis en in 1ste instantie van Koning Willem 2 in het bijzonder

Op 18 Mei 1871 vertrok het 1ste stoomschip de ss ”Willem 3” van de Stoomvaart My Nederland (SMN) naar Indië, liep zware brandschade op en moest de reis afbreken en werd in het zelfde jaar gevolgd door het ss “Prins van Oranje”en het ss “Prins Hendrik” van de zelfde maatschappij. Bovengenoemde maritieme activiteiten werden uiteraard ook bespoedigd door de opening van het Suezkanaal in 1869.

De Rotterdamse Lloyd had in 1883 een geregelde dienst op Indië met 7 schepen 

In 1875 werd de protectie van de NHM beeindigd en de subsidies opgeschort.

Het tijdperk van de grote Nederlandse rederijen zoals de Rotterdamse Lloyd, SMN, VNS, KPM, JCJL en KJCPL brak aan, deze tijd wordt in een apart hoofdstuk belicht in het Kalendarium Nederlandse koopvaart in de Indische archipel 1596-1977,

 

 

Adriaan Rommen

Berghem, April 2005

 

 

Websites en bronnen:

www.geocities.com/nedindie

www.londoh.com

www.newadvent.org

www.rgs.org/collections

www.aair17.ukgateway.net/vocwrecks.htm

www.oorlog.pagina.nl

www.home.wanadoo.nl/republikijnen/verprov.

www.engelfriet.net/alie/hans

www.geneaknowhow.net/faq/handel/koloniaal/koloniën

www.marinemuseum.nl/dutch/wapenfeiten

http://members.optusnet.com.au/johnpapenhuyzen

www.wazamer.org/familiewapens/hist-famwpn/hs

www.sailing-ships.okteke.net

www.bruzelius.info/Nautica/ships

www.theshipslist.com/ships

www.kwaaietongen.nl/brabant

De Kunst van het Handeldrijven Nedlloyd

Schepen en scheepvaart, geschiedenis, feiten, cijfers en ontwikkelingen Guinness Tom Hartman

Schepenboek Uitgeverij Minerva

Nederlanders en de Zee Hans Vandersmissen

De Ondergang van de Batavia Mike Dash

Schepen in hun element Arne Zuidhoek

Oude KPM-schepen van tempo doeloe Lucas Lindeboom (12 delen)