Eerst
de voorgeschiedenis, die tot deze handel zou leiden:
1453 De Turken veroveren Constantinopel, de
specerijhandel over land wordt gestremd, de Portugezen zoeken en vinden in 1497
een weg naar de Molukken via Kaap de Goede Hoop.
De
toevoer van specerijen in die tijd nam nogal wat tijd in beslag, vanaf de Molukken langs de volgende handelsroutes :
Via
China de karavaanweg door Turkestan, via het Oralmeer en de Kaspische zee naar
Novgorod.
Via
India door de Guzeratten, Abesijnen, per schip van Suratte langs de kusten van
Beloedsjistan, Perszië en Arabië door de Rode Zee naar Suez
Via
de kusten van het Oosten, langs de Perzische Golf, via de rivieren van het
tweestromenland naar Mosoel en een landweg naar Trebizonde aan de Zwarte zee en
een andere naar Aleppi naar de Italiaanse wijk van Constantinopel over land
naar Genua en Venetië verder naar Portugal,Frankrijk en Spanje naar de
Verenigde Provincieën dus via Augsburg of via zee en over de Rhône naar Lyon en
Champagne de rest ging naar Lissabon.
Van
struik op de Molukken tot de afnemer in Amsterdam duurde de specerijenreis
ongeveer 2 jaar
1488 Bartelomeus Diaz rondt de Kaap en exploreert
de oostkust van Afrika
1492 Columbus probeert Indië te bereiken via de
west en ontdekt Amerika
1494 Het verdrag van Tordesillas, Paus Alexander
de 6de speelt onder een hoedje met de Portugezen en Spanjaarden en
verdeelt de wereld in 2 gedeelten ten bate van de voornoemde landen, alle gebieden
veroverd ten westen van de lengtegraad
1497 Vasco da Gama rondt de Kaap en vervolgt zijn
reis naar India en de Molukken, Portugese handelsvloten vormen langzaamaan het
alternatief op de omslachtige landroute.
De
Engelsen rebelleerden n.a.v de gemanupileerde monopolie positie van deze
Iberianen en vonden het na bijna 100 jaar welletjes en gingen ook op zoek naar
de specerijen.
1577-1580,
Sir Francis Drake doet op zijn wereldreis de archipel aan
1586-1588,
Thomas Cavendish, wereldreis via de Molukken
1592,
James Lancaster, kaper, bezoekt Malaka
1593,
Jack Hawkins, kaper, maakte in die streken Porugese schepen buit.
Op 2
April 1595, zo’n 100 jaar na Vasco da Gama, vaart het eerste Nederlandse
konvooi van de Heren Zeventien bestaande uit 4 schepen van de “Compagnie van
Verre” opgericht hiertoe in 1594,, oostwaarts naar Indië, onder bevel van
Opper
commies/admiraal Cornelis de Houtman, opvarende van de “Mauritius” hij komt
gezond terug in de Nederlanden maar wordt 15-9-1599 tijdens een van de volgende
reizen gekrist in Atjeh.
Opper
piloot Pieter Dircksz Keijser, opvarende van de “Hollandia” sterft in Juni 1596
voor aankomst Bantam
Men
had totaal 249 “eters” aan boord, incl adelborsten en maats buiten de
bovengenoemde schippers, commiezen en piloten ,hiervan keerden er in Augustus
1597 minus 1 schip de “Amsterdam”, slechts 89 terug, hiervan bezweken er nog 8
aan de wal door ziekte en uitputting.
Jan
Dingemansz van Quadijk is schipper van de “Hollandia” overlijdt 29-9-1595 aan
scheurbuik.
Jan
Jacobsz Schellinger is schipper van de “Amsterdam”en sterft op 5-12-1596 door
een kriswond in een gevecht op Noord Java
in Oud Sedajoe,
Jan
Jansz Meulenaer is schipper van de “Mauritius” wordt 24-12-1596 aan boord
vergiftigd in Bantam baai.
Simon
Lambertsz Mau is schipper van de “Duyfken” en kwam heelhuids terug in de
“Patria”.
Gerrit
van Beuningen was 2de man op de vloot, vice admiraal en ondercommies
op de “Hollandia”, hij kwam ook terug in de Nederlanden maar werd later op
7-11-1599 op een reis op Chilikust door de Indianen vermoord.
De
broer van Cornelis, Frederick de Houtman voer mee als onder commies op de
“Hollandia” bekleedde verscheidene hoge walfuncties bij de VOC kwam
uiteindelijk terug in Nederland en stierf als gegoede burger in 1627.
Willem
Lodewijcksz was onder commies op de “Amsterdam” en was vertrouwensman van de
bewindhebbers in het thuisland. Hij heeft het ook gehaald en stierf “van
sieckte” aan boord van de “Delft” een VOC schip op 18-4-1604. 9 dagen na het
kruisen van de evenaar.
Te
lang was men, wat de aanvoer van specerijen betreft, afhankelijk geweest van de
Portugezen. De bewindvoerders gingen niet over een nacht ijs tijdens de
voorbereiding van deze 1ste exploratie reis. De volgende personen,
niet in volgorde van belangrijkheid, speelden een adviserende rol tijdens de
aanloop en planning van de eerste reizen naar Indië, vastgelegd in een
manuscript “Corte Verclaeringhe”
Jan
Huijgensz van Linschoten (1563-1611), navigator/sterrenkundige, had voldoende ervaring om deze eerste reis
naar Indië tot een succes te maken, hij had jaren op Portugese schepen gevaren,
sprak de taal en had de beschikking over de juiste zeekaarten (reysgeschriften)
“rutters”genoemd. Hij schreef in de periode 1595-96 drie boeken over navigeren
en relevante reisinformatie o.a het Itinerario. Hij voer zelf niet mee tijdens
deze eerste schipvaert wegens zijn bruiloft op de zeildag. Heeft eind 16de eeuw
twee Noordtocht reizen meegemaakt.
Cornelis
de Houtman (1565-1599), bracht enige tijd 1592-93 door in Lissabon voor het
opdoen van informatie over de handelsroute naar Indië in de ruimste zin des
woords.
Ds
Plancius, kaartmaker/sterrenkundige/dominee, leerling van Mercator,voorzag de
leemte in het land, door het op hoger peil brengen van de geografie en
stuurmanskunst. Zie” Monumenta Cartographica” van FC Wieder.
Hendrick
Jolinck van Zutphen, varend in Portugese dienst,
Dirck
Gerritsz Pomp, alias China, idem
Lucas
Jansz Waghenaer, schreef “Tresoor der Zeevaert
Cornelis
Claesz, kaartmaker
Tijdens
de eerste reizen voer men de “Portugese route”zoals van Linschoten had geleerd
van zijn leermeesters. Na het ronden van de Kaap voer men langs de Oostkust van
Afrika naar het noorden tegen de Agulhas stroom in en stak van hieruit over
naar het oosten met als peiling Enggano eiland op de westkust van Sumatra, dan
zuidwaarts langs de Sumatraanse kust en vervolgens zuid en oost door Straat
Soenda richting Bantam baai op de noordkust van Java. Deze route was ca
In
1598, onder bevel van Olivier van Noort, vaart in Juni een konvooi met 4
schepen, de andere route over de Atlantic, om de zuidwest, via Straat
Magellaen, men kwam slechts met 2 schepen en 90 man van de oorspronkelijke
Aangezien
de route via de west veel langer is en er onderweg verwoed strijd moest worden
geleverd met Portugezen, Indianen en Patagoniërs op de kust van Zuid Amerika
besloot men voor de handel op de Molukken van deze route af te zien.
De
vaart op de Molukken werd “in den beginne” een ongecoördineerd avontuur,
zwermen concurrerende Indiëvaarders vertrokken naar de Oost. Tussen 1595 en
1604 voeren 15 separate konvooien ( oa “De nieuwe Brabant Compagnie” en “De
Compagnie van Verre” onder leiding van Jacob van Neck) met in totaal 65 schepen
in intense competitie, richting Indië. Dit werden ook wel de 1ste en
2de schipvaert genoemd
Op 20
Maart 1602 werd de VOC opgericht op initiatief van landsadvocaat Johan van
Oldenbarneveldt, deze club zal tot 1799 stand houden.
Grote
ondernemers in die tijd waren o.a Balthazar de Moucheron, Hendrick Arentsz
Hudde, Reinier Pauw Cornelisz Buyck, Pieter Dircksz Hasselaer, Dirck van Oss,
Gerrit Bicker, Jan Jansz Kaerel de Oude, Syvert Pietersz Sem, Arent ten
Grootenhuys en Jan Poppen, in 1620 de rijkste man van de Republiek met een
vermogen van ca 500.000 Gulden.
De
VOC had het monopolie ten oosten van de Kaap en werd streng geregeerd door de
Heren Zeventien vanuit 6 verschillende kamers/steden in de Republiek,
Amsterdam, Middelburg, Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam en Delft, in volgorde van
belangrijkheid. De eerste VOC afvaart, vanuit de rede van Texel, was op
18-12-1603 met een konvooi van 12 schepen onder bevel van Steven van der
Haeghen.
Van
1602 tot 1684 was men continu in oorlog met de locale vorsten, in 1684 was de
VOC op het toppunt van zijn macht. In 1648, na het beëindigen van de 80jarige
oorlog, bij de vrede van Munster werden de koloniale verhoudingen tussen
Spanje/Portugal en de Republiek geregeld en vastgelegd.
De
VOC was niet alleen een rederij, maar ook een handelsfirma en scheepsbouwer,
met als hoofdkantoor “Het Oostindisch Huis” te A’dam. Tussen de jaren 1602-1795
werden 1461 schepen gebouwd, in die periode heeft men 8910 scheepsbewegingen
uitgevoerd, resp.4789 heen en 4402 retour vanuit Indië. Er voeren 973.000 personen
het zeegat uit er keerden er slechts 367.000 terug.
De
meeste schepen zijn in Amsterdam gebouwd op de werf Oostenburg, waar men rond
1759 ca 1200 mensen in dienst had. In Indië had men een reparatiewerf op het
eiland Onrust in de Javazee op de rede van Batavia.
In
Azië ontstond een fijnmazig netwerk van ca 300 vestigingen met als centrum
Batavia, in de topjaren had de VOC 25000 mensen aan de wal werken en 12000
bemanningsleden a/b van de schepen.Het eerste fort werd in 1600 al gesticht op
Ambon, Frederick de Houtman was de eerste gouverneur, eerts in 1619 werd het
fort Jacarta veroverd op de Portugezen, herbouwd en Batavia gedoopt
Men
voer in konvooi met gemiddeld 15 schepen, de grootste waren de “Retourschepen”,
kostprijs 100.000 Gulden ( huidige prijs 8 millioen $), waterverplaatsing 1200
ton, draagvermogen 600 ton, lengte
Deze
schepen waren soliede gebouwd door gestandardiseerde cascobouw in
serieproductie,de huid was in dubbelwandig eiken uitgevoerd, afgedekt met een
grenen buitenlaag, de bouwtijd was ca 6 maanden. In zo’n konvooi voeren ook
kleinere schepen van het type “Fluyt”, goedkoper, met verlengde buis, slank,
beter op koers te houden, minder diepe kiel, een platte bodem en een ronde
achtersteven, een galjoen en een boegspriet, een smal dek en 3 masten
barkentuig, draagvermogen ca 50 ton, meer jacht dan vrachtvaarder. De
kruissnelheid was 4 knopen “wind en weder dienende”. Op de uit-en thuisreis
gingen gemiddeld resp. 1 op de 50 en 1 op de 20 schepen verloren. In de 200
jaar van haar bestaan verloor de VOC 246 schepen.
De
retourschepen had men in verschillende vormen en afmetingen, zoals de eerder
genoemde Fluyt en dan nog het Fregat, de Galjoot, de Pinas en het Pinkschip
of grote Spiegelschip.
De
schepen werden in 4 categoriën verdeeld van: cat. 1 > 1000, cat 2 800-1000,
cat 3 100-800 en < 500 BRT (bruto register ton).. De schepen werden naar
verloop van tijd steeds groter gebouwd, in het begin was de lengte <
Een
bekend verhaal is de stranding van het gloednieuwe retourschip de “Batavia” dat
op 2 Juni 1629 onder schipper Ariaen Jacobsz en opperkoopman Francisco
Pelsaert, in de Houtman Abrolhos archipel op de klippen liep, ca
De
V.O.C was, buiten de intensieve handel naar het moederland, ook voortvarend in
het exploreren van vreemde landen rond Indië, zo liep het VOC schip de
“Duyfken” als eerste de baai van Carpenteria ( Hollandia Nova/Australië) binnen
in 1606 en was waarschijnlijk het eerste westerse schip, dat het continent in
zicht heeft gekregen. Een jaar later in 1607 liep de “Eendracht” met schipper
Dirck Hartog de kust van Hollandia Nova aan, Dirck Hartog eiland is naar hem
genoemd,
Door
de activiteiten van de VOC groeiden de Nederlandse steden met VOC kamers snel,
door aantrekken van de handel, emigratie uit de zuidelijke Nederlanden en
vluchtelingen uit Zuid Europa tijdens de 80-jarige oorlog (1572-1648).
Amsterdam had een bevolkingsaanwas in 50 jaar,tussen 1570 en 1620, van 30.000
naar 110.000 inwoners
Tegelijk
met boven genoemde activiteiten, werd voortvarend naar een noordelijke route
naar Indië gezocht. Het duo Willem Barentsz en Jakob van Heemskerck strandden
in de jaren 1596/97 na 3 pogingen in het ijs.
Pas 300 jaar later in 1878 slaagde de Zweed
Nordenskjöld erin via de N.O passage de Noordpoolcirkel te ronden, de Noor
Admundsen deed hetzelfde in 1903 via de N.W passage
In
1611 kwam er een standing order van een van de VOC schippers, Hendrik Brouwer,
hoe zo snel mogelijk voor de wind en stroom via Kaap de Goede Hoop in Indië te
komen. In het begin werd op St Helena in de Atlantic een ravatailleringsstop
gemaakt, na de vestiging van de VOC kolonie in Kaapstad in 1652 door Jan van
Riebeeck, werd daar na ca 150 dagen varen vanuit het moederland,
geproviandeerd. Vroegere tussenstops werden gemaakt op St Helena, Atlantic en
ook wel in Antongil ( Madagaskar) Indische Oceaan
De
totale afstand vanaf de rede in de Nederlanden tot Bantam op West Java bedroeg
Vanuit
de rede van Vlissingen of Texel werd een gunstige noordelijke wind afgewacht,
die de schepen met een N.O trade (passat) wind, na het passeren van de
kreeftkeerkring en de ecuator volgend, onder de Braziliaanse kust naar het
zuiden bracht. De eerste stop werd meestal gemaakt op Ilha de Mayo (Kaap
Verdische eilanden) om water in te nemen.
In de
zuidelijke Atlantic stak scheurbuik de kop op, men had nog geen idee en remedie
om deze ziekte te voorkomen en/of te genezen. De Engelse arts James Lind
publiceerde in 1753 een geschrift “Treatise of the scurvy”, pas in 1795 nam de
Royal Navy de adviezen over, in 1912 wist men eigenlijk pas, dat de oorzaak
vitaminegebrek was.
Het
eten, was allerbelabberst, het bestond vnl uit gort met pruimen en rozijnen,
broodpap met bier en stroop, scheepsbeschuit, 1 x in de week vlees, 2 x spek of
ham en voor de rest vis. Onder eigen beheer werd kaas, boter, ’n kannetje olie
en ’n kannetje azijn meegenomen. Over het algemeen was het drinkwater vervuild,
men dronk bier en af en toe jenever en rum.
Slaaplaatsen
had men in de beginperiode ook al niet, men sliep waar je werkte, dus de kok in
het kombuis en de roerganger bij het roer.
Een
struikelblok bleven uiteraard de windstilte gebieden, de doldrums, rond de
ecuator, paardebreedtes en keerkringen. Men voer daarom binnen het zg
“wagenspoor”, twee parallelle lijnen van richting NO naar ZW vanaf de Kaap
Verdische eilanden richting ecuator om te voorkomen in de windstilte gebieden
terecht te komen voor de Braziliaanse kust of in de Golf van Guinee
In de
steenbokkeerkring werd in de Z.O passat gevaren en de Kaap gerond, voordat er
een VOC post in Kaapstad was gesticht nam men water en levensmiddelen in in
Mosselbaai, dan werd pal oostelijk koers
gezet op de Westenwinden, tijdens de eerste reizen werd Madagascar aangedaan,
the Roaring Forties, tussen de eilanden St Paul en Amsterdam door. Kortom de
omslachtige langere route langs de Oost Afrikaanse kust werd verlaten.
Voor
de kust van Australië werd met de Z.O passat
via Straat Soenda naar Batavia gevaren, van daaruit werd de reis
voortgezet naar de Molukken. Men voer op basis van onbetrouwbare kaarten en
verder op ster navigatie. Op het zuidelijk halfrond kon men hierdoor vrij goed
de geografische breedte bepalen.
De
bepaling van de juiste geografische lengte was moeilijker zo niet onmogelijk,
omdat men niet beschikte over nauwkeurige chronometers, die kwamen pas dankzij
de Engelse “Board of Longitude” en John Harrison, de uitvinder, na
Men
voer op gegist bestek, de invloeden van stroom en wind waren zeer moeilijk te
berekenen m.a.w het “wegzetten” van het schip bracht de schipper in
moeilijkheden, door miscalculatie van de geografische lengte, men had slechts
zandlopers ter beschikking, en te lang oost aan te houden, strandden
verscheidene schepen op de westkust van Australië. Men had wel enig idee van
het bestaan van het zogenoemde Zuidland of Hollandia Nova (Australia), Frederick
de Houtman ontdekte reeds in 1619 enige ondieptes en eilanden voor de Westkust
van Australia, de Abrolhos archipel.
Op de
terugreis, na lossen en provianderen in Batavia, voer men via de Molukken en de
factorijen in India en Ceylon op de laatste adem van de N.O passat uit de golf
van Bengalen en de Chinese zee naar de oostkust van Afrika waar de
Agulhasstroom werd opgepikt.
Men
zeilde gedeeltelijk voor de wind, met 6 knopen, zuidwaarts naar de Kaap. Nadat
de Kaap werd gerond, waar wind en stroom al millenia tegen de klok indraaien,
voer men noordwaarts in de Benguelastroom in een Z.O passat zo ongeveer
Op de
westenwinden werd uiteindelijk de Nederlanden bereikt.
Er
kwam ook een min of meer vast schema van af- en retourvaarten, veelal ingegeven
door de verwachte weersinvloeden tijdens de oversteek.
Men
noemde deze afvaarten naar het seizoen, de Kerstmis-Kerst en Paasvloot resp met
vertrek uit de Nederlanden September, December en April en retour vanuit de
archipel in April, Juni en October.
Ten
tijde van het bestaan van de VOC waren de Rep. Der 7 Verenigde Provincieën en
de Bataafse Republiek continu in oorlog:
De 80
jarige oorlog (1572-1648) van de Rep. der Verenigde Provinciën (stadhouder
Willem 5) met Spanje (Koning Philips 2),
Reeds
in 26 Juli 1581 werd de “Acte van Verlatinghe”opgemaakt, die hield in, dat de
trouw aan Philips 2 werd opgezegd door de Staten Generaal der 7 Verenigde
Provinciën, in 1596 erkenden ook Frankrijk en Engeland dit pact
De 1
ste Engelse oorlog (1652-1654) met de 1ste vrede van Westminster,
De 2de
Engelse oorlog (1665-1667), 4 daagse zeeslag 11-14/6 1666 bij North Foreland,
winst de Ruijter en de slag bij Duinkerken, verlies De Ruijter door de schuld
van o.a Tromp, de tocht naar Chatham Juni 1667, winst de Ruijter, de vrede van
Breda,
De 3de
Engelse oorlog (1672-1674) met de 2de vrede van Westminster, 1672
was het zg rampjaar
De 4de
Engelse oorlog (1780-1784) met de vrede van Parijs, waarna de Rep.der 7
Provinciën (1648-1796) en de Bataafse Republiek (1796-1806) verregaande
concessies moesten doen aan Engeland o.a toestaan van de Engelse handel in
Indië ( de EIC) en confiscatie van Nederlandse schepen.
N.a.v
deze oorlogen werden de zg “Navigation Acts” ( British acts of trade) van
toepassing, welke voortduurden van 1651 tot 1849, deze monopoliseerden vervoer
van “plantation commodities” vanuit Azië
, Afrika en Ceylon door Engelse schepen.
De
VOC maakte minder winst op bv textiel in vergelijking met de traditionele
producten zoals specerijen.
Op
Java, Ceijlon en de Molukken ontstonden interne politieke conflicten.
Er
was een hoge mortaliteit onder walpersoneel in Azië en bemanning (85000
personen alleen in de 18de eeuw), terwijl de VOC in 1625 8000 mensen
in dienst had, was dit aantal in 1780 al 27000
Er
moet wel duidelijk worden gesteld, dat de VOC, in de zin van dat woord, geen
veroveraar was. Men bouwde forten en factorijen. Men verstrekte
handelscontracten met de locale vorsten in de archipel. Het hoeft geen betoog,
dat deze contracten onder machtsvertoon tot stand kwamen, ook zuiveringen
werden niet geschuwd.
De
VOC had een chronisch geldgebrek, het tekort was in 1794 opgelopen tot 110
millioen gulden, een falende centrale boekhouding, conservatisme in het beleid,
gebrek aan inzicht, besluiteloosheid en achterhaalde communicatie tussen
Nederland en de overzeese gebieden. Last but not least corruptie van het
personeel in Azië en particuliere handel,
Door
bovengenoemde effecten werd de VOC in 1790 onder curatele gesteld door de
overheid en per 1 Maart 1795 verdwenen de Heren Zeventien en kwam een
Staatscomité aan het bewind. Op 31 Dec 1799 kwam er een einde aan de VOC.
Na de
Franse tijd Koning Lodewijk Napoleon (1806-1813) werd Willem 1 (1814-1840)
koning.
In
1808 kwam het einde van de regenten in Indië en werd maarschalk Herman Daendels
bewindvoerder in Batavia, In 1811 werd door een Britse invasie, Indië veroverd
en Sir Thomas Raffles werd de Britse zetbaas. Deze Engelse overname duurde niet
lang, reeds op 13 Aug 1814 tijdens de Conventie van Londen werd besloten, dat
een krachtig Koninkrijk der Nederlanden, inclusief koloniën, de
machtsverhoudingen in Europa beter zouden stabilizeren, Willem 1 kreeg alle
koloniën terug in de Oost per 19 Aug 1816.
Het 1ste
Nederlandse schip dat weer in Indië binnenliep in 1824 was de “Maas en
Rottestroom” geexploiteerd door de zwaar gesubsidieerde Nederlandse Handels My
(NHM).
De
Nederlandse scheepsbouw floreerde weer, in 1824 liepen er 3 schepen van stapel,
in 1827 waren dit er al 59.
Er
werd ook een behoorlijk kapitaal overgehouden, in 1834 zat men reeds 6 millioen
gulden in de plus, in 1857 was dit opgelopen nar 45 millioen, totaal werd in de
periode tussen 1831 en 1877, 823 millioen gulden verdiend.
Op 3
November 1848 deed zich een historisch feit voor, het opzetten van de grondwet
door Thorbecke, hierdoor eindigde de alleenheerschappij van het koningshuis en
in 1ste instantie van Koning Willem
Op 18
Mei 1871 vertrok het 1ste stoomschip de ss ”Willem
De
Rotterdamse Lloyd had in 1883 een geregelde dienst op Indië met 7 schepen
In
1875 werd de protectie van de NHM beeindigd en de subsidies opgeschort.
Het
tijdperk van de grote Nederlandse rederijen zoals de Rotterdamse Lloyd, SMN,
VNS, KPM, JCJL en KJCPL brak aan, deze tijd wordt in een apart hoofdstuk
belicht in het Kalendarium Nederlandse koopvaart in de Indische archipel
1596-1977,
Adriaan
Rommen
Berghem,
April 2005
Websites
en bronnen:
www.geocities.com/nedindie
www.londoh.com
www.newadvent.org
www.rgs.org/collections
www.aair17.ukgateway.net/vocwrecks.htm
www.oorlog.pagina.nl
www.home.wanadoo.nl/republikijnen/verprov.
www.engelfriet.net/alie/hans
www.geneaknowhow.net/faq/handel/koloniaal/koloniën
www.marinemuseum.nl/dutch/wapenfeiten
http://members.optusnet.com.au/johnpapenhuyzen
www.wazamer.org/familiewapens/hist-famwpn/hs
www.sailing-ships.okteke.net
www.bruzelius.info/Nautica/ships
www.theshipslist.com/ships
www.kwaaietongen.nl/brabant
De
Kunst van het Handeldrijven Nedlloyd
Schepen
en scheepvaart, geschiedenis, feiten, cijfers en ontwikkelingen Guinness Tom
Hartman
Schepenboek
Uitgeverij Minerva
Nederlanders
en de Zee Hans Vandersmissen
De
Ondergang van de Batavia Mike Dash
Schepen
in hun element Arne Zuidhoek
Oude
KPM-schepen van tempo doeloe Lucas Lindeboom (12 delen)