Beste vrienden, Ik voerde korte tijd gelden een
briefwisseling met een kennis van ons om achter het recept van een van zijn
"Creaties" te komen maar hij behield het door hem gebruikte geheime
ingrediënt en dus verging het mij net als de makers van Pepsi Cola, het werd
een vaag aftreksel van "the real thing". Die gebeurtenis deed me
denken aan een voorval aan boord van de beruchte Tji…… waar ik een kleine
vijftig jaar geleden als kersverse leerling op geplaatst werd. Ik wil jullie
het verhaal niet onthouden ook al berusten overeenkomst van plaats en
personages met werkelijk bestaande personages op een toevallig toeval.
Welnu;
De Tji…… was een min of meer wilde vaart schip, Tramp,
noemen ze dat in het Engels het leek meer op een ramp maar dat terzijde. Aan
boord zat een bemanning die was samengesteld uit officieren en oliemannen en
matrozen die iets hadden uitgehaald waardoor ze zich de toorn van de opperste
Sovjet, in dit geval de nautische dienst van de rederij op de hals hadden
gehaald. Gezagvoerder, in dit geval een te groot woord, maar kapitein, Willem,
zijn achternaam kende eigenlijk niemand maar hij werd doorgaans dronken Willem
genoemd diende al zo lang bij deze rederij dat ze hem niet wilden ontslaan. Ook
al omdat hij eigenhandig vanaf de brug van een vrachtschip dat door een Japanse
onderzeeër werd opgebracht de commandant van die duikboot om zeep had geholpen.
Hij had in die tijd op de brug altijd een geladen Lee Enfield staan, "voor
de Jappen" zei hij als je vroeg waarom. Hij bedoelde natuurlijk tegen de
Jappen maar dat is een onbelangrijk detail. Toen die duikboot zijn schip paaide
en tot stoppen dwong en Willem sommeerde om de bemanning in de boten te zetten
omdat ze het schip gingen torpederen werd Willem zo kwaad dat hij zijn Lee
Enfield pakte en met een welgemikt schot de commandant van de duikboot in het
hoofd schoot. Grote consternatie op de duikboot. Daarop zette Willem de telegraaf op volle
kracht vooruit en aan de roerganger gaf hij opdracht om de duikboot te rammen.
Het was in tien minuten voor elkaar, geen Jap meer te bekennen.
Maar goed, dit was bijzaak want waar dit verhaal om ging
was dat de kok aan boord van ons schip voortdurend en door bijna iedereen werd
gepest met zijn uiterlijk. Hij was zo scheel als wat en had een hazenlip, zijn
flaporen bond hij altijd met een elastiekje tegen zijn hoofd in de hoop dat ze
uiteindelijk een wat minder opvallende plaats aan zijn hoofd zouden gaan in
nemen. Maar kokkie kon koken!! en bakken!!! Daar kon geen Chef in welk luxe
sterren restaurant tegen op. Dat was ook de belangrijkste reden waarom de
kapitein hem niet kwijt wilde en waarom hij kokkie een gage toe kende die ver
boven het maximum voor Chinese koks lag. De relatie tussen Willem en kokkie was
een aparte, ook Willen deed enthousiast mee aan de pesterijen ten koste van
kokkie die zich daartegen, niet kon verdedigen. Iedereen aan boord zei altijd
dat kokkie te stom was om voor de duvel te dansen en geen woord Engels begreep
en dat je hem daarom kon uitmaken voor wat dan ook zonder dat het hem op enige
wijze kon grieven. Dat Chinezen niet snel laten blijken wat er in hun
gevoelsleven om gaat is bekend en het vervolg van deze gebeurtenis zal ook dat
nog eens bevestigen.
Tijdens de oversteek van Madagaskar naar Sumatra knapte
er iets bij kokkie toen hij het weer eens zwaar te verduren kreeg. Want hoewel
hij niet werd verondersteld een woord Engels te begrijpen bleek de intonatie en
de body language van de plagers voldoende begrijpelijk te zijn om aan kokkie
duidelijk te maken dat zijn uiterlijk en voorkomen als enig vermaak diende om
de verveling op deze vier weken durende overtocht te verdrijven. Het werd hem
te veel, op Dinsdagavond tijdens de Namiddagwacht zaten we vergeeft te wachten
op de volgens het weekmenu aangekondigde Cockey leaky soup en wiener schnitzel,
met pudding na. Er was niets! Toen het wachten ons te veel werd en we in de
pantry gingen kijken ontdekten we dat geen mens was, laat staan kokkie. Oud
brood lag er, en hordes kakkerlakken. Dat laatste was gewoon maar de
afwezigheid van warm eten om die tijd niet. De tweede stuurman, Mess master,
werd razend en vertrok tierend de trap op naar de hut van Willem.
Willem was net begonnen aan zijn tweede fles van die dag
en werd kwaad omdat hij bij die serieuze bezigheid niet gestoord wilde worden.
Willem besefte ondanks de opkomende nevel heel goed dat het niet beschikbaar
zijn van een stevige maaltijd voor veel ellende kon zorgen en om dit vuiltje
uit de weg te ruimen, zodat hij zijn dagelijkse bezigheden in stilte kon
voortzetten, liet hij kokkie halen. Twee kwartiermeester waren er voor nodig,
onder de begeleiding van de tweede stuurman. Het gescheld en geschreeuw op het
achterdek was, ondanks de zich daartussen bevindende opbouw voor machinekamer
goed te horen. Tegenstribbelend werd kokkie de trap naar de brug op geduwd.
Bij de hut van Willem aangekomen wachtten ze beleefd en
klopten aan de deur. De kapitein stond op uit zijn oude leren fauteuil en
stuurde de kwartiermeester weg. "Heb u geen tolk nodig" zei de tweede
tegen Willem die ondanks zijn versleten status nog altijd met U en kapitein
werd aangesproken. "Wat ik hem ga zeggen daar heb ik geen tolk voor
nodig" zei Willem. De tweede deed een paar stapjes terug en hield zich
strategisch op, vlak bij de deur naar het dek. Willem ging zitten en bekeek het
tengere figuurtje dat bevend voor hem stond. Versleten zwart katoenen
schoentjes, een vale zwarte broek en een hemd dat behalve slecht gewassen tot
op de draad versleten was. De kleine man, met zijn voor komen dat een wrange
grap van de natuur leek te zijn stond afwachtend tegenover de kapitein en leek
volledig voorbereid op de zware straf die Willem ongetwijfeld voor hem in petto
hield. Je plicht verzaken aan boord van een schip is geen onbelangrijk vergrijp
en kokkie met zijn veertig of meer jaren ervaring op zee begreep dat. Willem
zei niets, onzeker over de vraag hoe hij dit zou aan pakken. "Waarom geen
chow vanavond?" beet hij de kok toe. Kokkie stond handenwringen voor de
kapitein en keek naar zijn versleten slofjes. "Ben je ziek?" vroeg
Willem. Tot verbazing van de tweede die het gebeuren vanaf zijn veilige drie
meter afstand volgde schudde kokkie zijn hoofd. "Die verstaat wel
Engels" dacht de tweede. "Niet ziek, wat dan?" zei Willem.
"Kokkie boos" zei kokkie zacht. "Booooooos!?" vroeg Willem,
"boos, waarom?" Hij, kokkie, schuifelde met zijn voeten en nam de ene
hand in de ander, hij knakte met zijn vingers en keek naar zijn voeten.
"Kom op man, ik heb geen uren de tijd!!" zei
Willem geërgerd, terwijl hij hunkerend naar de net aangebroken Johnny Walker
keek.
Kokkie haalde luid zijn neus op, je kon horen dat hij een
dikke rochel in zijn keel had maar hier in de kapiteinshut durfde hij die niet
uit te spugen en dus slikte hij die na hem enige tijd in het voorportaal van
zijn keel te hebben bewaard met moeite en geheel tegen zijn principes in, door.
"Komt er nog wat van!" brulde Willem.
De tweede die tegen de deurpost had staan leunen schrok
van de uitbarsting van Willem en stapte over de drempel aan dek omdat deze
terugtrekking hem op dat moment juister leek. "Vertel op" maande
Willem de kok en matigde zijn toon. "Als je niets zegt kan ik je niet
helpen."
En toen kwam het er uit; in gebroken Engels en met
wanhopige handgebaren maakte kokkie aan de kapitein duidelijk dat hij gegriefd,
vernederd, en verdrietig was omdat hij door iedereen zonder onderbreking werd
gepest. Willem zakte in zijn leren stoel terug en keek met waterige ogen,
waarvan de onderste oogleden zo uitgezakt waren dat je de binnenzijde daar van
kon zien, naar zijn Chinese kok. "Hoe lang ben je kok?" vroeg hij.
Achtendertig jaar" brabbelde kokkie.
De kapitein dacht na, zo veel jaren en altijd gepest
worden dat was onverdraaglijk vond hij. Hij moest iets doen om dit explosieve
probleem uit de weg te ruimen. Willem keek naar zijn tweede stuurman. Die ging
rechtop staan en vestigde zijn aandacht op de in aantocht zijnde woorden van de
kapitein. "Als iemand van jullie nog een keer iets zegt over die lelijke
rotkop van kokkie krijg je met mij te doen" zei hij. En sodemieter nu op
want ik heb belangrijker dingen aan mijn hoofd" en daarbij keek hij
verlangend naar zijn lonkende Johnny Walker. "Begrepen kaptein"
zei de tweede. "En nu er uit!" besloot Willem zijn Salomons uitspraak.
"Alles geregeld nu?" vroeg hij aan kokkie.
Die knikte en mompelde wat. "Wat zeg je?" vroeg
Willem geïrriteerd omdat elke seconde van onthouding voor hem een jaar
leek. Hij boog zich naar kokkie toe en die herhaalde wat hij eerder had gezegd
in zijn gebroken en beperkte Engels. De tweede stond te kijken en zag hoe
Willem achterover leunde in zijn stoel en met opengesperde ogen de strekking
van kokkies antwoord op zich liet in werken.
"Wat zegt ie?" kapitein? vroeg de tweede. De
kapitein keek even voor zich uit en richtte zijn blik toen op de tweede;
"Hij zegt, alles is goed en kokkie zal niet meer in soep piesen."
"Weg, d'ruit, laat me met rust!" riep hij en wuifde met zijn hand
terwijl hij op stond en de fles pakte. De tweede was heel stil, kennelijk
overdacht hij de implicaties van wat hij net te weten was gekomen.
Die avond werd er niet gegeten maar de volgende ochtend
stond er een ontbijt dat alles wat kokkie ons meestal voor zette over trof. Het
pesten hield op en de soep die de volgende middag werd opgediend werd door
iedereen aandachtig en voorzichtig geproefd en na enkele teugjes goed bevonden.
Ivo de Klerk