Dat Sextant verhaal komt ook voor in andere
versies.
Nadat ik van de grote vaart naar de zeesleepvaart
ging en op zo'n klein
bootje terecht kwam. ging ik op m'n wacht ook
sterretjes schieten. De
kapitein geloofde niet in sterren. Het zonnetje was
goed genoeg. At midday
we schoten een zon en na uitgewerkt te hebben waar
we zaten, bleek de
kaptein diverse mijlen van mijn positie te zitten.
We moesten zijn positie
aannemen.
Maar eigenwijs mannetje die ik was en niet een te
grote pet op te hebben van
de navigatiekunsten van de kapitein, ging ik de
kapitein z'n berekeningen
nazien.
Het bleek dat hij fout was en dat vertelde ik hem.
Had je hem moeten horen,
hij donderde me bijna van de brug af en gooide mijn
werkpapieren overboord.
Van nu afaan hoefde ik niet meer zonnetje te
schieten. Ik was een
eigenwijze grote vaart knuppel die niet op een
sleepboot thuishoorde.
Had er schijt aan en bleef toch sterretjes schieten
en gelukkig maar, want
anders hadden we zuid van Sumatra langs gevaren in
plaats van door de Straat Malakka.
Hij later gaf toe dat het toch wel handig was, die
sterrenhemel.
Ken Bos