WEERZIEN MET KENDARI

(Kepitings)

 


In Augustus 1984 kreeg ik een telefoontje van een broker in Singapore of ik een supercargo joppie wilde doen in Indonesie.

Aangezien ik een half jaar tevoren bankroet was gegaan met International Shipholdings Pty Ltd had ik en werk en geld nodig. Toog naar het kantoor van de broker voor instructies etc.

De gage viel zwaar tegen maar “beggars can’t be choosers” en ik had het werk hard nodig, want niks nutten aan de wal kost klauwen geld.

De opdracht was om 2000 ton zinkschuitjes (zinc ingots) te laden in Pomala (een kleine haven in de Golf van Boni – Celebes).

 

Pomala was een vrij nieuw haventje dat volgens mijn weten in de KPM tijd nog niet bestond – er was met Japans kapitaal een zink mijn opgezet die gedreven werd door Aneka Tambang (de Indonesische Staatsmijnen maatschappij). Deze Aneka Tambang had de hegemonie van alle kolen -, tin - en andere mijnen in de archipel.


AT bezit ook gespecialiseerde kolen schepen die in Holland warengebouwd.

 

Het schip was een ouwe Griekse mini bulkcarrier die onderweg was naar Singapore voor een lading gezaagd hout, bunkers en stores. De broker had de lading zinc ingots pas geboekt nadat het schip reeds vertrokken was uit Japan, en zodoende moest de route van het schip worden omgelegd en werd het schip naar Pomala gedirigeerd.

Op kantoor werd het stuwplan besproken, kreeg een beetje smeergeld en een kaart vande Golf van Boni mee.

 

Drie uur later zat ik op een vliegtuig dat mij via Balikpapan naar Makasssar bracht (nu Udjung Pandan genoemd). In Makassar had de agent mij geboekt op een klein 2-motorig vliegtuigje dat naar Pomala zou vliegen.

Met 1 piloot, 3 medepassagiers, zakken post, kistjes melk tjap bendera en een zooitje kakelende kippen vlogen we in 20 minuten naar Pomala.

N.B. De drie passagiers bleken later een immigatie ambtenaar en 2 douane ambtenaren te zijn voor de inklaring van het schip.

 

Op het piepkleine vliegveldje aangeland werd ik opgewacht door een vertegenwoordiger van Aneka Tambang (die tevens voor agent speelde).

Deze vertegenwoordiger zei met een grote greins op zijn gezicht: “Selamat datang striman djengot” (welkom stuurman baard).

Het bleek een Menadonese ex proviand klerk van de KPM te zijn waar ik in het verleden mee gevaren had. Hij was nu de Operation Manager voor Aneka Tambang. Een veelbelovend begin dus.

 

Inspecteerde eerst even de lading alvorens me te melden op kantoor om me voor te stellen en de operatie te bespreken etc. Er bleek weinig materiaal aanwezig, slechts 1 forklift en 5 trucks. Gelukkig was er 1 flattop lichter die al 300 ton ingots geladen had.

De houten gammele steiger was een lachertje en zeker niet sterk genoeg om er meer dan 20 ton lading te kunnen dragen.

Kreeg een kamer toegewezen in het kamp, simpel maar comfortabel en brandschoon. Na een douche, 2 kouwe Bintangs en een lekkere nasi-goreng in de messroom de kooi in. Het was een lange dag geweest.

 

De volgende morgen vroeg met een motorbootje naar buiten om het vaarwater en de binnenloop te verkennen want de zeekaart gaf slechts summiere gegevens.

De kapitein van het motorbootje (nou ja, kapitein – beter gezegd  de djoeroemoedi oftwel kwartiermeester) kende het vaarwater op zijn duimpje en was bovendien zeer behulpzaam. Hij en zijn bootje zouden later ook als trossenboot fungeren.

Na terugkomst aan de wal werd begonnen met e.e.a. voor te bereiden; de volgende ochtend met daglicht zou het schip arriveren. Communicatie met schip was er niet, tijd is geld en alles moet altijd vlug, vlug en nog sneller.

 

Gelukkig was er een bekwame mandoer en ook de jongens van de mijn die als bootwerkers dienst zouden doen maakten een bekwame indruk. Onder hen waren een paar Makassaarse badjo’s die de winches zouden bedienen.

Die badjo’s zijn uitstekende zeelui en ik heb veel werkervaring met hun gehad in mijn Molukken tijd bij de Paketvaart.

Al met al zag het er veelbelovend uit en ik schatte dat we in 48 uur deze klus zouden kunnen klaren. Stuurde een telegram aan de S’pore broker.

 

’s Morgens vroeg net de motorboot naar buiten – geen schip te zien – dus verder naar buiten gestoomd en ja hoor, eindelijk om rond 12:00 uur een paar masten in zicht en een half uur later stapte ik aan boord.

De brug op. “Captain, I’m your Port Captain – why are you so late?”

De wat oudere Griekse kapitein had alleen een overzeiler en moeite gehad de Boni Golf te vinden verklaarde hij zijn verlate aankomst.

N.B. De waarheid is natuurlijk dat elka dag dat het schip on-hire is de charter huur betaald wordt en hij op allerlei, vaak slinkse, manieren probeert zolang mogelijk on-hire te blijven. Grieken zijn hier meesters in en zij kennen de Charter Party clausules zoals de Paus de bijbel. Helaas leren wij dit niet op onze Zeevaartscholen!.

 

Hij vraagt: “Where is pilot? When pilot come?”.

“No pilot Captain”.

“Sorry, Aye will not berth my good vessel if no pilot, insurance requires vessel take pilot.” Etc. – een hele tirade.

“Sorry Captain, dan gaat uw schip “off hire” was mijn wederwoord en voor een Griek is off-hire het ergste wat hem kan overkomen.

Voorzichtig stelde ik voor dat ik het schip zou binnenloodsen en voor de kant zou brengen. Hij schudde zijn hoofd, keek heel zorgelijk, schold de stuurman van de wacht verrot, nam een slok van zijn oezo die op de kijkerbak stond, slikte een paar keer, krabde aan zijn zak – affijn een heel dramatisch toneelstuk werd voor mijn orgen opgevoerd.

Toonde hem mijn monsterboekje waarin hij kon zien dat ik heel wat ervaring als kapitein had. Hij kreeg toen kennelijk wat meer vertrouwen en ging – niet van ganser harte – accoord.

 

Achter de motorboot aan voeren we richting Pomala en toen de steiger in zicht kwam dacht ik dat die ouwe een hartaanval kreeg.

“That is not a jetty!!!!!! You cannot moor a 20.000 tonner there!!!”

“Where are the tug boats?”

“No tug boats Captain, sorry, small port. No problem Captain, we had bigger ships before” loog ik.

De ouwe was in alle staten, liep van rood naar blauw aan, schold me uit in het Grieks (wat ik gelukkig niet versta) en voerde een complete Grieks drama op en nam nog een slokkie Oezo. Hief zijn ogen naar de hemel en zei: “This is crazy, really crazy, but what to do? Go ahead but be carful”.

 

Kortom nae en uurtje lagen we veilig gemeerd en om 16:00 na de inklaring door de autoriteiten (wat met sigaretten en een paar flessen whiskey een fluitje van een cent was) begon de belading. Deze verliep heel vlot – er werd dag en nachtr gewerkt – en na 46 uur zaten de 2,000 ton zinkschuijes erin.

Het schip had in Japan in ruim 1 en in ruim 4 een enorme grote en zware roestvrije stalen ketel geladen met bestemming Rotterdam. Ruim 2 en 3 waren leeg en dat maakte de stuwage wel heel gemakkelijk, twee lagen zinc ingots pastten precies over de hele lengte en breedte van de buikdenningen.

Sjorren was niet nodig want in Singapore zou er gezaagd hout bovenop geladen worden, de oversteek naar S’pore door de kalme Java Zee is een snoepreisje voor zo’n groot schip.

Net voor donker ontmeerd en vertrokken zonder enig probleem. Wel moest ik weer voor loods spelen en buiten gekomen gaf de ouwe mij 6 flessen oezo en een slof Marlboro als dank voor de goede service. Ditmaal geen pantomime meer, maar een gote zucht van verlichting.

 

Terug aan de wal melden bij de Hoge Druk van AT. Die waren allemaal tevreden met het verloop van deze zeer gerslaagde en snelle operatie. Ik durfde niet om loodsgeld te vragen. Het was een weldaad dat er niemand om “wang smeer” (smeergeld) gevraagd had. Het was een zeldzame uitzondering bleek in mijn latere ervaringen. De enige onkosten waren wat bonussen voor de bootwerkers, de winchdrivers en de “captain” van de motoroboot. Ook de oezo heb ik verdeeld wat wel enige punthoofden gegeven zal hebben.

Ze hadden uitstekend gewerkt, net als tempo doeloe bij de Pakervaart.

 

Er was slecht nieuws. Het vliegtuigje had technische problemen en kon niet uit Makassar wegkomen. Daarom werd geregeld dat ik de volgende dag met een Jeep van Aneka Tambang over land naar Kendari zou reizen. Vandaaruit was er een dagelijkse vlucht met Garuda Indonesian Airlines naar Makassar.

GARUDA – Good Airline Under Dutch Administration

 

Kendari kende ik sinds 1955 toen ik als 2de stuurman op de Batoebahra voer in een lijndienst vanuit  Makassar (thuishaven) naar de Tomini bocht via Kendari, Banggaai, Luwuk, Amapana, Posso, Tilamuta, Oena-Oena, Gorontalo v.v. een pracht dienst met de onvergetelijke badjo’s aan boord als bootwerkers.

 

Het was slaven arbeid, we liepen “Chinese wacht” hetgeen betekent: 24 uur op, niks af en tijdsverschil slapen. Maar we waren jong en sterk. Toch heb ik fijne herinneringen aan deze tijd overgehouden.

Mijn laatste Molukken reis was in “56 als 1ste stuurman op de Banjoewangi. Ik vertrok uit de gordel van smaragd om als 1ste stuurman met de Sinabang – met RIL schoorsteen – op de South Pacific Service te gaan varen.

In Kendari gingen we voor de kant, losten wat post, stukgoed en laadden wat bosproducten en passagiers.We kochten er kepitings (krabben), van die hele grote, lovende. De kepitings werden geruild voor lege bierflessen – een koopje dus.

 

Na het ontbijt in de messroom van AT en een uitgebreid afscheid – sampai jumpa lagi – van de vele nieuwe gemaakte vrienden vertok ik om 11:00 uur in een open Jeep op weg naar Kendari. Een prachtige reis door de bergen met smalle slechte wegen; onderweg vele kleime kampongs waar de bevolking uitliep want er kwamen weinig vreemden langs en zeker geen “orang boellehs” (bleekgezichten).

Er was volop fruit en groente te koop en de katjongs probeerden ons katjang, jago muda, kroepoek, papaya, sergeants kloten (ramboetans), es lillin en andere lekkernijen te verkopen.

 

President Soeharto had na de val van Soekarno zo’n 10 miljoen militairen (een erfenis van Bung Karno, die – geloof ik – 25 miljoen militairen had) ontslagen en hun een stukkie land, een zakje zaad en een vrije overtocht naar de minder bevolkte gebieden gegeven. Transmigratie heette dat en aangezien de Javanen boeren zijn met groene vingers (zie Suriname, Kaap Propvincie en Madagaskar) is dat project heel geslaagd in dit gebied. Niet zo in Borneo, zie het koppensnellen van de Madoerezen een paar jaar geleden.

 

Een leuke reis, heel stoffig en erg vermoeiend, gelukkig was de chauffeur een rustige kerel en geen kamikaze piloot.

Arriveerden geradbraakt tegen schemering in Kendari. AT had al een kamer geboekt in dit grootse stenen hotel dat een paar jaar ervoor door President Soeharto persoonlijk was geopend (dit volgens een grote bronzen plakaat in de lobby van het hotel).

Na registratie eerst in de lounge een kouwe bintang besteld om het stof uit de keel te spoelen; onnodig te melden dat die schuimende, goudgele rakker  er als God’s woord in een ouderling ging. (Netjes uitgedrukt he?).

 

“Minta satu bir lagi, mas en bilang samma kokkie saja mau maken kepiting nanti malam kalau suda apis mandi” (Nog een biertje en zeg tegen de kok dat ik vanavond kepiting wil eten).

“Kokkie bilang kepiting tidak ada toean”. (Kokkie zegt geen kepiting)

“Mana bisa????? Saja tidak perjaja”. (Geloof ik niet)

“Doeloe waktu saja disini sama kapal KPM ada banjak kepiting”. (Vroeger hier veel kepiting toen ik hier met Komt Pas Morgen voer)

“Maaf toean, kepiting tidak ada”. (Sorry meneer, kepiting is er niet).

“Baik saja tjari sendiri nanti apis mandi”. (Goed, ik zoek ze zelf wel)

 

Aan een tafel verderop zaten 5 mannen, Indonesiers, keurig gekleed in Batik hemden met lange mouwen en donkere broeken (de nationale dracht van Indonesia) mee te luisteren en een beetje te grinniken.

Affijn, na nog een pilsje ik af, gemandied en in een betjak naar de vissers haven waar ik voor een paar centen 2 Bogasari meelzakken vol met van die grote nog levende kepitings kocht – minstens 10 kilo.

N.B. Bogasari is een hele grote meelfabriek in Makassar en Soerabaia en de lege meelzakken worden voor de gekste dingen gebruikt – tjilana, pendeks, gordijnen, luiers, hoofddoeken – noem maar op!

 

Terug naar de lounge geef ik die zakken aan de djongos (nu pelajan, djongos en baboe is uit het koloniale tijdperk) en zeg: “Kassie sama Kokkie – masak semua dan kassi sama orang djang ada di medja juga”. (Geef aan de kok, kook alles en geef die heren daar aan tafel ook maar)

 

Komt een van deheren naar mij toe en zegt (in het Maleis): “Ik ben Hassan en mijn baas nodigt U uit om bij ons te komen zitten”.

Ik naar de tafel, staat een heer op en die zegt in vloeiend en accentloos Nederlands: “Ik heet Ernest Soebagio en ik heb net een weddingschap met mijn collega’s hier gewonnen”.

“Hoe dat zo?”.

“Wij volgden uw gesprek met de pelajan over de kepiting en ik zei – die is hier vaker geweest – wedden dat hij met de kepiting terugkomt. En zo geschiedde, maar wij moeten verder in Bahase Indonesia praten want mijn collega’s verstaan geen Nederlands”.

“Als U mijn orang kapal maleis wilt accepteren en excuseren – goed!”.

 

Affijn, het werd een gezellig samenzijn met Soebagio en kleine saja aan het Bintang bier en de rest aan de soft drinks. Een levendige conversatie met vraag en wedervragen. Hoe ik hier kwam, wat ik deed etc. etc. Pomala, ex KPM kapitein, 6 jaar rondgevaren tussen de eilanden, in Jakarta voor Samudera Indonesia, Cumawis en Pertamina gewerkt en ga zo maar door. Maakte indruk.

 

Na een uurtje kwamen er grote schalen met kepiting sambal goreng, kepiting rebus, etc met de lkkerste sausjes en witte rijst. Smullen!

Na de koffie verontschuldigde ik mij want het was een lange en vermoeiende dag geweest en ook de Bintang begon te werken.

Soebagio zegt: “Kan ik nog iets voor U doen Kapitein?”.

Ik zeg heel graag, ik heb een ticket nodig voor de Garuda vlucht naar Makassar morgen ochtend en AT zegt dat de vlucht volgeboekt is.

Hij zegt tegen Hassan: “Haal jij de kapitein morgen ochtend op en regel dat even met Garuda”.

Terima kassie banjak – ik denk dat is lekker, dat alles voor een praatje pot, wat names dropping en een paar kepitings!

 

’s Morgens om 6 uur op het terras met kopi toebroek (om mijn punthoofd kwijt te raken), douchen, ontbijt in afwachting van Hassan.

Om 08:00 hoor ik een paar sirenes en stoppen er 2 politie motoren voor de hotel ingang met een zwarte politie jeep erachter. Hassan, nu in politie unform met 2 sterren stapt uit en zegt: “Stapt U maar in Kapitein, dan gaan we even naar het Garuda kantoor om Uw vlucht te regelen”.

Dat was eerst even schrikken en toen grote opluchting. Onder escorte van de 2 motoren met sirenes op naar de Garuda. Hassan loopt vooruit het kantoor binnen en zegt: “Een instapkaart voor de vlucht van 11:45 uur naar Makassar”.

Baik toean, segala – onmiddellijk -, verder geen vragen. Betalen?? Nooit van gehoord. Binnen een minuut was ik op de terugweg naar het hotel een beetje beschaamd met die gillende motoren ervoor, ik voelde me net een ouwe koloniaal of de Minister van Kwaaie Zaken.

Hassan zegt: “Ik haal U om half elf op”. Ik zeg: “De vlucht is om kwart voor elf”.

“”Tidak apa apa kapten (geeft niet). Jangan taku (wees niet bang)”.

 

Terwijl ik de lobby binnenloop komt net Soebagio de trap aflopen – in vol politie ornaat met 4 sterren en hij zegt: “Is de vlucht geregeld?” Ja Generaal, razendsnel en heel voordelig.

“Goed“ zegt hij, “ik wens U een goede reis en als u in Makassar komt – hier is mijn naam kaartje, bel even op of kom gerust langs kantoor dan kunnen we nog eens over negeri kodok (kikkerlandje) praten”.

Het bleek dat Soebagio hoofd van de hele politiemacht in Celebes was.

 

Om half elf met Hassan weer met de motoren voorop en sirenes naar het vliegveld, rechtstreeks naar de vliegtuigtrap, een handdruk, selamat jalan dan sampai jumpa lagi (goede reis en tot ziens).

Een bloedmooie stewardess bracht me naar een VIP stoel met een ijskoud glaasje ajer djeroek (citroensap) en een warm tjotte matte doekje (welbekend bij ex Japan vaarders) begon de terugreis.

 

Waar ter wereld kun je dit meemaken???. En nog wel als Hollander die 350 jaar het land gekolonialiseerd, uitgezogen en oorlog gevoerd hebben, en dan deze gastvrijheid en behulpzaamheid. Geen wonder dat ik van dat land ben gaan houden. Jammer dat het zo rijke land door jarenlange corruptie en slecht regeren zo in armoe verzeild is.

 

Terug in Singapore naar het kkantoor van de Australische broker. Rapport uitgebracht, katje gevangen voor 7 dagen werk, eigenlijk veel te weinig maar ja, je moet wat als je in de knijp zit. De ervaring van dit weerzien met Kendari was met geen goud te betalen.

 

Mijn verzoek ook de belading van het hout in S’pore te supervisen werd afgewezen, tenzij ik voor een lokaal salaris wilde werken. Waarop ik de bekende rechter middel vinger omhoog hief met als gevolg dat ik nooit meer 1 dag werk van deze broker heb gekregen.

Gelukkig kwam er via mijn ouwe sobat Joop Wiss een nieuwe uitdaging als Port Captain voor MOSK wat alles bij elkaar zo’n 17 jaar geduurd heeft. Maar dat is een heel ander verhaal.

 

Eus van Luijk

Ex PKM

 

Het verhaal werd welwillend ter beschikking gesteld door Jan Verweij en Theo Pondaag Januari 2009