Op een turbine schip( Victory) hangt altijd zo'n
speciale locomotieven lucht in de machine kamer.
Ook was er een merkwaardige luchtstroom van boven
naar beneden. Als ze de deur van de koelcel opendeden rook ik dat
direct. Ik had een geweldige hekel aan die turbine installaties, want wat
moet je in de gaten houden om alles goed te laten draaien? Ik liep dan ook
altijd zeer wantrouwend alles te controleren.
Ik ben echt een motorman.
Onze HWTK , Pietje Vrolijk, een Scheveninger, was
een stugge sigarenroker en de man verspreidde, net als de koelcel, een lucht
die ik al rook als hij boven de machine kamer in kwam. Dus meestal had ik
hem wel in de gaten.
Om de schepen in oorlogstijd snel te laten stoppen,
zat er voor het manoeuvreerbordes, op de vloerplaat, een afsluiter.
Als je die opendraaide viel de oliedruk weg
en vielen de turbines stil.
Hondenwacht, rustig weer, ik op ronde. All is well. Plotseling rook ik de sigarenlucht. Maar
te laat. !!!!
Ik zag nog net hoe Pietje Vrolijk aan het
wiel van de noodstop stond te draaien en de turbines minderden al in
toeren .
Ik gaf hem een gooi en draaide de afsluiter weer
open.
Natuurlijk heb ik dit in het journaal vermeld en
hem verboden tijdens mijn wacht in de machinekamer te komen. Nog
heel vaak rook ik hem boven, maar hij had niet de moed om af te dalen.
Bij aankomst heb ik het voorval bij de VNS
inspectie gemeld.
Omdat het ook in het journaal stond, konden ze daar
niet om heen en hij is met pensioen gestuurd.
Laatst stond ik bij de haven te
kijken naar de Norfolkline, toen ik in gesprek raakte met een
Scheveninger over de boegschroeven en de wendbaarheid van
de huidige schepen en ik vertelde hem dat ik ook als
WTK gevaren had bij de VNS .
Hij zei: Mijn vader vroeger ook, ken je
die niet? Pietje Vrolijk .
Ik keek gelijk of mijn fietsbanden nog heel waren.
Lou de Leeuw