Verhalen over je eerste schip brengen weer herinneringen
terug. Niet alleen van de MULO en de heer Bosselaar met z’n nicotine snor en
scheve schouders maar ook de voorbereidingen om naar zee te gaan.
Ik was ook doodziek van de pokken inenting, m’n moeder
moest de lakens op het bed verwisselen want ik had hoge koorts, zweette als een
paard en was half bewusteloos voor twee dagen.
Het
hoofdkantoor van Radio Holland was in Amsterdam op de Keizersgracht en op een
dag moest ik daar naartoe om een paar zaken te regelen, op de fiets natuurlijk.
Terzelfder tijd zouden
mijn vrienden en ik op een kampeervakantie naar Limburg gaan en de afspraak was
dat we zouden vertrekken als ieder klaar was om te gaan. En natuurlijk was dat
precies de dag dat ik uit Amsterdam op de fiets terugkwam. Thuis aangekomen
stonden de jongens al te wachten, ik gooide m’n slaapzak en spullen achterop de
fiets en ging weer weg.
Even buiten Breda kon ik
niet meer en stopten we in het pikdonker om de tent op te zetten. Wat een
fiasco! Al de muggen in Brabant kwamen zich voeden op ons die nacht en slapen
was er niet bij. Toen het daglicht werd bleek het dat de tent op een paadje
tussen twee sloten stond.
Enfin, de rest van de
kampeertocht ging prima en we hielden het uit tot we geen geld meer hadden en
er verder niks meer te bietsen was bij de boeren!
Achteraf bekeken was het
toch een afstand die ik op de dag gereden had, Voorburg – Amsterdam – Voorburg
– Breda, hoeveel kilometers is dat wel?
Ik slaagde voor het
examen voor het Diploma Bekwaamheid Telegrafist Tweede Klas bij de PTT op de
Scheveningseweg in Den Haag op 9 Juni 1950. Bij ons thuis moest er hard gewerkt
worden voor de kost. Vader was timmerman en in die dagen betaalde dat vak niet
zo best, dus toen Jantje naar de RH opleidingsschool in Rotterdam ging moest
Vader de nodige centjes vinden. Dat betekende dat hij ’s avonds na zijn gewone
(lange) werkdag nog weer moest werken om klusjes voor anderen te doen.
Je begrijpt wel dat het
een enorme opluchting was toen ik slaagde.
Op de dag dat ik slaagde
voor mijn radio examens was er voor vader ook nog een evenement; het gebouw
waar hij werkte was klaar en zoals de gewoonte is (of was) in de bouw in
Nederland ging de vlag op het dak en gaf de uitvoerder “pannen bier” aan de
arbeiders.
Vader was helemaal geen
drinker maar omdat hij nu ook licht aan het eind van de (financiële) tunnel kon
zien en omdat z’n zoon ook die dag geslaagd was nam hij een paar borreltjes te
veel.
Moeder, mijn zusje Irene
en ik zaten rond de tafel te wachten op vader die laat was. Hij had wel gezegd
dat er “pannen bier” geschonken zou worden die dag dus een beetje later dan
normaal was wel te verwachten.
Opeens zei Moeder “Kijk
nou eens, je vader fietst maar rond het pleintje!”. Ja, die ouwe had z’n zakken
goed vol en kon niet van z’n fiets afstappen, ik snel naar buiten waar ik hem
naar de voordeur stuurde en hem van de fiets afhaalde.
Wij maar lachen
natuurlijk en hij had het ook zo goed naar z’n zin, trots als een pauw! “Ja, ik
wil wel eten, nee ik ben OK!”
Dat duurde maar even en
toen stuikte hij in mekaar met z’n gezicht in een bord nog vol met eten.
Je begrijpt wel dat ik
heel dankbaar ben en trots op mijn vader en moeder voor al de opoffering die zij voor mij
gemaakt hadden.
Het duurde toch nog een
jaar voor ik ging varen want eerst moest ik nog de zogenaamde Praktijk Klas bij
RH in Rotterdam volgen en na afloop daarvan waren er geen schepen beschikbaar.
In de maanden die volgden werkte ik “part time” in een sigarenwinkel en deed ik
allerlei klusjes voor kennissen.
Eindelijk kwam het
bericht in Augustus 1951 om in Amsterdam aan te monsteren als tweede marconist
op de “Willemstad” van de KNSM.
Mooi schip, goeie chef en
een pracht reis naar West Indie. Bij terugkomst in Amsterdam werd het even
aanpassen; van tweede marconist op een luxueus passagiersschip tot solo Marc op
de een ouwe roestbak, het s.s. “Rijn” van de Houtvaart.

Jan
– 1950 Jan
- 1939
PS Moeder kreeg bijna een beroerte toen ik met die
schoolfoto van 1939 thuiskwam!
John
Papenhuyzen